Werken van het Stadsmuseum Werken van het Stadsmuseum
Expositie over Helga Deen op manifestatie ´De laatste eer´ in Goirle

Looptijd

6 oktober 2007 t/m 17 november 2007

Op 14 maart werd ´Het dagboek van Helga Deen´ uitgegeven bij Uitgeverij Balans in Amsterdam. Stadsmuseum Tilburg heeft een kleine rondreizende expositie ontwikkeld die eerder te zien was in het Regionaal Archief Tilburg en in Nationaal Monument Kamp Vught. Het totaal aantal bezoekers tot nu toe was meer dan 16.000.

Van 6 oktober t/m 17 november 2007 is deze tentoonstelling te zien in Heemerf De Schutsboom in Goirle in het kader van het erfgoedproject ´De laatste eer´. Dit project van de Stichting Heemkundige Kring ´De Vyer Heertganghen´ bestaat uit vele onderdelen, zoals een tentoonstelling over de geschiedenis van het bidprentje, een tot rouwkamer ingericht wevershuisje, een tentoonstelling over het thema omgaan met de dood door de eeuwen heen, een fietstocht, een filmvertoning, een symposium en een scholenproject, waaraan 700 leerlingen van de hoogste groepen van de basisscholen in Goirle en Riel deelnemen.

Adres: Heemerf De Schutsboom, Nieuwe Rielseweg 41-43, 5051 PD Goirle

Openingstijden: Op zondag 7 oktober begint de tentoonstelling echt te draaien. Gedurende zes weken is heemerf De Schutsboom iedere vrijdag, zaterdag en zondag tot en met 18 november geopend van 11.00 tot 17.00 uur voor bezoek. De tentoonstelling is ook in de herfstvakantie geopend voor het publiek (maandag 22 oktober gesloten!)

Meer informatie op de website van Heemkundekring Goirle.

Helga Deen
De joodse Helga Deen uit Tilburg werd in 1943 met haar broer Klaus en haar ouders Willy en Käthe afgevoerd naar het concentratiekamp Vught. Vanaf 1 juni hield ze in het geheim een dagboek bij. Helga werd op 16 juli 1943 met haar familie omgebracht in het Poolse vernietigingskamp Sobibor. In 2004 trok de vondst van het boek de aandacht van internationale media.

‘Lieve, lieve jongen laat je gedachten en verlangens de mijne kruisen…’ schrijft Helga Deen op 8 juli 1943 in een brief aan haar vriend Kees. Het zijn haar laatste woorden vanuit kamp Westerbork, vlak voordat zij in Sobibor vermoord wordt. Helga Deen hield een dagboek bij in kamp Vught, een aangrijpende getuigenis van het dagelijks leven in een concentratiekamp. Ze wordt heen en weer geslingerd tussen liefde en afkeer, tussen wanhoop en optimisme. Plotseling beroofd van alles wat haar vertrouwd was schrijft ze op indrukwekkende wijze hoe ze zo waardig en bezield mogelijk probeert te leven.

Helga schrijft voor zichzelf, maar vooral voor haar vriend Kees, met wie ze enige maanden verkering heeft. Naast het dagboek werden ook brieven gevonden, gericht aan de ‘Lieve Drie’: haar geliefde Kees van den Berg en twee vrienden. Hij bewaarde het boek in een leren damestas, samen met wat andere herinneringen aan zijn grote jeugdliefde. Toen de kunstschilder in 2001 overleed, kreeg zijn zoon Conrad de tas met het dagboek en de brieven in handen.

“Transport. Het is te veel. Ik ben kapot en morgen weer. Maar ik wil, wil, want als mijn geluk .(…) en wil sterft, sterf ik ook. Dit is om nooit te vergeten." [Een fragment uit het dagboek over een transport vanuit kamp Vught naar het vernietigingskamp Sobibor].