woensdag 20 juni 2018

Puk en Muk bewaren in dozen





De boeken van Puk & Muk die tijdens het museumweekend 2018 geëxposeerd zijn in het  Ateliercomplex NS16, zijn weer terug in de dozen van Uitgeverij Zwijsen
en worden bewaard in het Stadsmuseum Tilburg.

 

Waarom kun je boeken het beste in zuurvrije dozen bewaren?

Een boek bestaat uit een boekband en een boekblok

Boekband: het bekleedsel aan de buitenkant van een boek
Boekblok: aan elkaar genaaide of gelijmde katternen van een boek

De eerste boeken van Puk & Muk zijn gedrukt op papier begin 20e eeuw

Papier kan verzuren:
- er is dan een verkleuring te zien van geel naar bruin
- meestal van de rand naar het midden van het vel
- dit fenomeen doet zich vooral vanaf de 19 e eeuw voor
- de oorzaak ligt in de grondstoffen (houtslijp, rosine, lignine, lijmstoffen)
- en externe factoren (licht, luchtvervuiling, hoge relatieve vochtigheid)
- het papier verliest zijn mechanische sterkte en kan erg bros worden
- in een ver gevorderd stadium zullen zo papierfragmenten verloren gaan

Om het verzuren van papier tegen te gaan en ook om de boeken te beschermen tegen invloeden van buitenaf zoals luchtverontreiniging en licht worden de boeken in zuurvrije dozen bewaard

Bruine dozen zijn ongeveer 10 jaar zuurvij
Blauwgrijze dozen zijn ongeveer 30 jaar zuurvrij


Jansen - Wijsmuller & Beuns
Vouwschema 
Vouwinstructiefilm

De Puk en Muk boekencollectie is een deelcollectie van de Educatieve Collectie van Uitgeverij Zwijsen. Omdat Zwijsen steeds minimaal één exemplaar bewaart, is de collectie groeiend. In 2007 heeft uitgeverij Zwijsen de Educatieve Collectie geschonken aan de Gemeente Tilburg, die het heeft overgedragen aan het Stadsmuseum Tilburg.


De Puk & Muk boeken gaan over de avonturen van twee jongens, 
waarbij elk verhaal een moraal heeft.


Dertien Puk en Muk boeken 
van het duo Frans Fransen en Carl Storch
uitgegeven tussen 1927 en 1940
Stadsmuseum Tilburg

Puk en Muk vijfde druk in 1938


Puk en Muk vijfde druk: de eerste bladzijde
het boekblok is los van de boekband
matig vergeeld door verzuring


Puk en Muk vijfde druk
Overige bladzijden zijn niet vergeeld


Puk en Muk en de heks

Puk en Muk en de heks
eerste bladzijde
vergeeld door verzuring van het papier


 
Puk en Muk en de heks
illustraties in kleur


Puk en Muk boeken worden bewaard in bruine dozen

Enige achtergrondinformatie uit: 
Boek Zwijsen: "een passie voor uitgeven; geschiedenis van een educatieve uitgeverij":

In 1846 werd de Drukkerij van het R.K.Jongensweeshuis opgericht (de voorloper van Uitgeverij Zwijsen). De drukkerij/uitgeverij richtte zich in de eerste decennia voornamelijk op het uitgeven van katholieke schoolboeken.
Met de komst van de twintigste eeuw breekt het besef door, dat het kind geen volwassene in zakformaat is, maar een zelfstandig individu met eigen interesses en een eigen belevingswereld. 
In de jaren rond de eeuwwisseling krijgen nieuwe ideeën over de positie van het kind en de nieuwe idealen in kunst en literatuur invloed op de ontwikkeling van de Nederlandse jeugdliteratuur.
De publicaties van de Drukkerij van het R.K.Jongensweeshuis laten zien dat ook de frater-uitgeverij deze ontwikkeling doormaakt, met deze kanttekening dat het kinderboek een duidelijke plaats krijgt binnen de katholieke opvoeding.

De meest populaire reeks kinderboeken die door het R.K.Jongensweeshuis uitgegeven zijn de verhalen over Puk en Muk, twee kabouterfiguurtjes. De auteur is Frans Fransen, een schrijversnaam van frater Fransiscus Xaverius van Ostaden. Frans Fransen is niet de schepper van van Puk & Muk. Die eer komt Carl Storch (1868-1955) toe.
Carl Storch heeft een voorliefde voor karikatuurtekeningen. Al in 1905 maakt Storch tekeningen van Puk en Muk met korte teksten voor het Duitse tijdschrift Der Seraphischer Kinderfreund; verhaaltjes waarin Puckchen en Muckchen de hoofdrol spelen.
Omstreeks 1925 krijgt Frans Fransen Der Seraphischer Kinderfreund in handen. Hij is  onmiddellijk gefascineerd door de tekeningen van Carl Storch. Bij ongeveer 50 tekeningen van deze illustrator schrijft hij het eerste Nederlandse Puk en Muk verhaal. Het verschijnt in De Engelbewaarder en in 1927 als boek. In veertien jaar tijd verschijnen zo dertien boeken van het duo Frans Fransen en Carl Storch:

1927 Puk en Muk
1932 Uit Klaas-Vaakland
1932 Puk en Muk en Moortje naar Amerika 
1935 Puk en Muk en de heks
1937 Reizen van Puk en Muk 1
1937 Reizen van Puk en Muk 11 
1937 Puk en Muk door afrika 1
1937 Puk en door afrika 11
1939 Puk en Muk in China
1939 Puk en Muk op de tandem
1940 Puk en Muk thuis
1940 Muk en de drakendoder
1940 Puk en Muk naar de maan

Na de Tweede Wereldoorlog verschijnen er nog vier Puk en Muk-boeken met illustraties van Leo van Grinsven, maar deze hebben minder succes. Door de oorlog zijn de banden met Carl Storch verbroken, wat vooral te merken is aan de illustraties die aanzienlijk minder aanspreken.











donderdag 14 juni 2018

Collectiebeheer: nieuwe medewerker Claudia Cotino

Claudia Cotino met een zilveren schaal
uit de stadscollectie
Claudia Cotino is een nieuwe (vrijwillige) medewerker voor een werkervaringsplaats bij Stadsmuseum Tilburg. In het kader van haar studie collectiebeheer maakte Claudia al eerder kennis met Stadsmuseum Tilburg en Regionaal Archief Tilburg. De liefde voor objecten en het graag zorgen daarvoor, maakten dat Claudia zich vrijwillig aanbood bij het stadsmuseum dat beschikt over een bescheiden, doch aardige collectie.

De collectie werd gevormd vanaf ca. 1916 toen enkele Tilburgers objecten aan de gemeente gingen schenken om te bewaren voor het nageslacht. Het eerste object was een weefstoel, gevolgd door onder andere een spinnewiel, olielampjes, schilderijen, een kruik, vaandels en andere unieke objecten. Het zou duren tot circa 1930 toen de gemeente twee musea ging faciliteren: een Volkenkundig Missiemuseum en een Natuurhistorisch Museum. Geen museum voor de 'folkloristische' verzameling, zoals de bevlogen Tilburgers tot hun spijt constateerden.

Wellicht werd er na de oorlog een perspectief geboden met de komst van een Tilburgs museum waar de kunstnijverheid en de textiel centraal zouden staan? Daarvoor werd in 1954 de Stichting Textielmuseum opgericht. Een aantal vroeg verzamelde objecten gingen echter pas in de jaren 1970 over naar het toen geheten Nederlands Textielmuseum. Er was wel ruimte voor de volklompen, de weefspoelen en een enkel vaandel, maar de schilderijen en de collectie over Willem II pasten ook daar niet in het verzamelbeleid.

Tentoonstelling in 1924 met voorwerpen die nog
steeds in beheer van Stadsmuseum Tilburg zijn
De objecten belandden in het archief: een plek waar ze eigenlijk helemaal niet thuis horen. Een archief verzamelt namelijk papier en documenten, maar geen objecten. Met de verhuizing van het archief uit het paleis naar de Kazernehof verhuisden de voorwerpen mee. In de loop der jaren werden er talloze inventarislijsten gemaakt, maar meer dan een constatering van wat er was, kwam er niet.

In 2004 werden de plannen voor Stadsmuseum Tilburg gevormd. De tot dan toe verzamelde voorwerpen werden als het ware toegeëigend aan het in 2007 opgerichte Stadsmuseum, maar kregen geen officiële status. Pas in 2015 en 2016 is de gehele collectie beschreven door Ronald Peeters, voormalig hoofd Stadsmuseum Tilburg. Met zijn pensionering was de beschreven collectie de erfenis die hij naliet. Daarbij had hij de objecten al gesorteerd en laten veilig stellen in kleine depotruimtes aan de Goirkestraat en de Kazernehof.

Schaal 'Frauenschaft Tilburg Oktober 1940'
Vanaf 2017 is Petra Robben bezig om de collectie te ordenen, wederom overzichten te maken en in te delen in thema's. De voorwerpen moeten langs een 'museale weegschaal' om ze op waarde te schatten omdat ze min of meer 'toevallig' in de collectie terecht zijn gekomen. Toch leverde een eerste grove weging het inzicht op dat er weinig tot geen niet-Tilburgse objecten zijn verzameld. Dus alles wat in huis is, heeft vrijwel altijd een relatie met de stad. Naast het maken van afwegingen, wordt er voorbereidend werk gedaan om de collectie digitaal toegankelijk te maken in de Brabant Cloud, zodat die zichtbaar wordt op de website Brabants Erfgoed.

Voor het fysieke behoud van de collectie, het verpakken in dozen, het op orde brengen van het depot, is Claudia Cotino een nieuw gezicht binnen het Stadsmuseum. Gezien de lange, lange weg die de voorwerpen hebben afgelegd, zijn ze wel toe aan wat aandacht, liefde en zorg. Het stadsmuseum is blij met de komst van Claudia Cotino.

dinsdag 12 juni 2018

Oud-leerlingen Vuurvogel Tilburg dragen gedenksteen over

B. Jochems (l) en F. Mols (r)
Van een communicatief naar een cultureel geheugen: vaktaal voor het overdragen van een gedenksteen van de oudere generatie die de oorlog nog zelf heeft meegemaakt naar een jongere generatie.

Bernard Jochems (89)  en Frans Mols (91)  zaten vroeger op de Openbare Lagere School III aan de Korte Schijfstraat in Tilburg. In het schooljaar 1940-1941 zaten ze in de zesde en zevende klas. Het grote aantal leerlingen was toen nog geen issue: meer dan 50 kinderen in een combinatieklas was heel gewoon. Toen het nieuwe schooljaar in 1941 begon, bleken er ineens een aantal Joodse leerlingen verdwenen. De Duitse bezetters hadden maatregelen getroffen: Joodse kinderen moesten naar een aparte school.


Bij de klassenfoto's van nu en 1940-1941
In 1997 organiseerde Jochems een reünie voor de oud-leerlingen van de school. Ze herinnerden zich de Joodse leerlingen en vernamen hun lot: vijf leerlingen kwamen om in concentratiekampen. Voor de gelegenheid maakte oud-klasgenoot Piet de Vries een steen en Frans Mols maakte een roestvrijstalen bak er omheen.

Anno 2018 dragen Jochems en Mols de stenen over aan een jongere generatie: de huidige leerlingen van Kindercampus De Vuurvogel in de Eikstraat. De directeur Brigitte IJpelaar is er blij mee: 'Zo blijft de herinneringen aan oud-leerlingen levend en realiseren we ons hoe (vuur)vogelvrij we vandaag de dag mogen zijn.'

Brigitte IJpelaar laat
de gedenksteen zien
Leerlingen van De Vuurvogel stelden vragen over de oorlog. Of Jochems en Mols weleens bang waren geweest en of de Joodse leerlingen gepest werden. 'Nee,' zei Frans Mols, 'het waren gewoon kinderen net als wij allemaal.' Ook de zoon van een NSB-er hoorde er gewoon bij. Meneer Jochems gaf aan dat anders-zijn geen reden mocht zijn tot uitsluiting. Was dat maar een leidende gedachte geweest in de jaren 1940-1945. Met de
overdracht van de gedenksteen van Jochems en Mols naar de basisschool van 2018 blijven de namen van de vijf Joodse leerlingen in ieder geval in herinnering.

Tom Tacken schreef een uitgebreid artikel in Brabants Dagblad.

dinsdag 22 mei 2018

1997 - 22 mei - 2018 Een steen ter herinnering

Een van nature gespleten steen.
Ter herinnering aan oud-klasgenoten
22 mei 1997
Op 22 mei 1997 herdacht een aantal oud-leerlingen hun voormalige klasgenoten met twee gedenkstenen. Toeval of niet, op 22 mei 2018 nam Stadsmuseum Tilburg de twee stenen in beheer nadat die een aantal jaren in particuliere handen waren geweest.

ALS DEZE STEEN ZIJN WIJ
RUW GESCHEIDEN
DOOR HELSE KRACHTEN BUITEN ONS
BLIJVEN WIJ ALTIJD
EEN DEEL VAN ELKAAR

Een 75-jarig bestaan werd in 1997 gevierd door de Openbare Lagere School De Vuurvogel, de vroegere Openbare Lagere School No. 3 aan de Korte Schijfstraat. Piet de Vries was een van de oud-klasgenoten uit de zesde en zevende klas in het schooljaar 1940-1941. In 1996 begon hij met enkele anderen aan de voorbereidingen van een reünie, zo blijkt uit het Brabants Dagblad van 27 september 1996. Een klassenfoto hielp destijds bij het opsporen van de leerlingen.

Vijf van de klasgenoten overleefden de Tweede Wereldoorlog niet: Isaac Buchen, Lore Cohen, Klaus Deen, Lex van Leeuwen en Roosje Mozes. Tussen 1942 en 1945 kwamen zij om in Auschwitz, Sobibor en Polen, zo blijkt uit het opschrift op de tweede steen.

OUD-LEERLINGEN HERDENKEN HUN KLASGENOTEN
KLAS 6 / 7 OPENBARE LAGERE SCHOOL No. 3
SCHOOLJAAR 1940-1841

De zesde en zevende klas in 1940-1941
OLS No. 3 Korte Schijfstraat
22 mei 1997 dachten de leerlingen terug aan hun klasgenoten. Morgen, 23 mei 2018, komen leerlingen van OBS De Vuurvogel naar Regionaal Archief Tilburg / Stadsmuseum Tilburg in het kader van Herdenken & Vieren van de Tweede Wereldoorlog. De leerlingen van 2018 horen voor het eerst over hun voormalige schoolgenootjes wiens namen nog steeds in gedachten blijven:

Isaac Buchen, Lore Cohen, Klaus Deen, Lex van Leeuwen en Roosje Mozes.

dinsdag 15 mei 2018

Burgemeester Weterings kiest schilderij uit Stadsscollectie Tilburg


De intocht van koning Willem II in 1841 siert burgemeesterskamer

‘Dat schilderij wil ik op mijn kamer,’ zei burgemeester Theo Weterings toen een stadsgids van Tilburg het hem liet zien. Het gaat om de intocht van koning Willem II in 1841 in de Zomerstraat, een schilderij uit de stadscollectie beheerd door Stadsmuseum Tilburg.
Nadat Willem II in 1840 tot koning was gekroond, maakte hij in 1841 feestelijke tochten door de provincies van het rijk. Zo deed hij op 29 april Tilburg aan, waar hij bij de herberg De Vier Winden door het gemeentebestuur werd verwelkomd. Er vormde zich een stoet, bestaande uit een artillerie, een erewacht te paard, de harmonie, de schutterij en de drie gilden. Het schilderij beeldt het moment af dat de koning te paard in de Zomerstraat rijdt. Links en rechts staan er wuivende burgers en kinderen. In het pand rechts, met uithangbord, woonde koperslager Smulders. Na de intocht volgde een feestmaaltijd die werd opgeluisterd door de Harmonie (de voorloper van de N.K. Harmonie) en leerlingen van de lagere school. Nog om tien uur ‘s avonds ging de koning te voet door de feestelijk versierde straten van Tilburg. Het feest duurde tot diep in de nacht, waarna de koning ging slapen in zijn hotel.
J. van Dijk. Intocht koning Willem II (1841)
Het historiestuk is geschilderd door Jan van Dijk, een jonge schilder uit Tilburg die geboren werd in Waalwijk in 1817. Van Dijk doorliep de Koninklijke School in Den Bosch, studeerde in Antwerpen en won in 1847 de Prix de Rome. De stijl van Van Dijk is bepaald door zijn Antwerpse leermeester, Gustaaf Wappers. Naast het genoemde historische werk maakte Van Dijk vooral veel religieuze voorstellingen. Het uit 1841 daterende schilderij werd ruim honderdvijftig jaar later, in 1998, geschonken aan de gemeente Tilburg door nazaten van de Tilburgse koperslager Smulders, wiens uithangbord in de Zomerstraat op het feestelijke schilderij werd verbeeld. In 2018 werd het schilderij gerestaureerd door Kees Ypelaar.
Het schilderij uit 1841 hangt vanaf 15 mei naast een foto uit 2017 van Koning Willem Alexander tijdens zijn bezoek aan Tilburg.

woensdag 2 mei 2018

Een Tilburgse identiteit: 40 jaar La Poubelle

'Op 2 mei 1968 werden we overspoeld met spullen. Het was zo ontzettend veel. Dit brengen van spullen is nooit opgehouden,' zo zei Gerrit Poels nadat hij de dag ervoor een hulpcentrale aan de Poststraat had opgericht. In 2003 schreven Henk van Doremalen en Paul Spapens over een kwart eeuw La Poubelle. Nu, vijftien jaar later, is La Poubelle er nog altijd: al veertig jaar een Tilburgse identiteit.
La Poubelle

De hulpcentrale ging van start op 1 mei 1968. De Broeders van Liefde hadden een huis aan de Poststraat gehuurd, nummer 35. Het kerkelijk ideaal dat in de jaren 1960 tanende was, kreeg zo zijn voortgang, zij het in seculiere vorm. Er was geen geld om spullen te kopen en al snel stonden er talloze Tilburgers op de stoep met tafels, dekens en stoelen.


De Poststraat werd na twee jaar verlaten en de centrale vond onderdak in het grote pand Nieuwlandstraat 38, naast de Belgische bonbonwinkel. 'Poels' werd al snel een begrip in Tilburg, dat iedereen herkende. Wederom werden er spullen geleverd, zelfs zoveel dat er opslagruimtes bij moesten komen. Vanuit deze enorme toeloop en aanwas van gebruikte spullen, is La Poubelle ontstaan.


De Volkskrant, 21 april 1981
In 1975 werd de Stichting La Poubelle bij de notaris ingeschreven. Het doel van de stichting was ideëel te noemen: het verlenen van hulp aan maatschappelijk en / of geestelijk in nood verkerende mensen ongeacht hun ras, afkomst, verleden of levensbeschouwing. De stichting zou hiervoor werkgemeenschappen of 'kommunauteiten' oprichten. Leden ervan moesten zich laten leiden door dienstbaarheid.

Na diverse locaties zoals de Lambert de Wijsstraat en de Stedekestraat vestigde La Poubelle zich in 1996 aan de Havendijk. De geest van Poels en de dienstbaarheid klinken er nog altijd in door. Zo staat er bij de veel gestelde vragen op de website: 'Wanneer kom je voor de goederenbank in aanmerking?' Als antwoord wordt gegeven:
Als je in hoge financiële nood zit. Je financiële situatie moet zo ernstig zijn dat je de goederen niet kunt kopen, ook niet in onze kringloopwinkel waar ze al goedkoop zijn. Als je de goederen misschien wel kunt kopen maar dan geen geld meer hebt voor de huur, energie, eten of andere noodzakelijke uitgaven, dan kom je ook in aanmerking.
Processen van identiteitsvorming zijn gebaseerd op onder andere de continuïteit vanuit het verleden. Daarnaast worden identiteitskaders gevormd door geografische nabijheid en door gedeelde overtuigingen en activiteiten. Pater Poels of La Poubelle is voor vele Tilburgers al veertig jaar een bekend begrip in de stad: Poststraat, Nieuwlandstraat, Stedekestraat, Lambert de Wijsstraat en de Havendijk. Ook het gedachtengoed is na al die jaren nog hetzelfde te noemen: La Poubelle kan met recht een Tilburgse identiteit worden genoemd.

Bron: Henk van Doremalen en Paul Spapens, Bestaan is anders verder gaan. Een kwart eeuw La Poubelle (Tilburg 2003). Het boek is te raadplegen in de bibliotheek van Regionaal Archief Tilburg.

donderdag 26 april 2018

Puk en Muk Museumweekend op foto's en film

Collectie Uitgeverij Zwijsen
Beheer Stadsmuseum Tilburg
Puk en Muk! Ja, zo ken ik ze nog! Een veelgehoorde uitspraak tijdens het nationaal museumweekend waarbij Stadsmuseum Tilburg uit de collectie de boekjes van Puk en Muk tentoonstelde én de clichés onder de drukpers legde.

Op zaterdag werd de activiteit geopend door Ludo Stroobants, directeur van Uitgeverij Zwijsen. Met een druk op de knop zette hij de Vermijs-pers in werking. Vele Puk en Mukafbeeldingen werden tijdens het museumweekend gedrukt en iedere bezoeker kreeg een exemplaar mee naar huis.
Gert-Jan de Graaf (Stadsmuseum Tilburg) 
Ludo Stroobants (Uitgeverij Zwijsen)
Het museumweekend trok veel belangstelling. Er waren maar liefst 350 mensen komen kijken naar de herinneringen uit hun jeugd. Mensen uit Den Bosch, Oirschot en uiteraard Tilburg verteleden over hun herinneringen. Bij de ene was er thuis geen geld om de boekjes te kopen. Puk en Muk moesten geleend worden via de klassenbibliotheek. Omdat de boekjes altijd gekaft waren, hadden velen geen idee van de kleurrijke voorkaften.

Fraters van Tilburg (rechts) kijken naar drukker Frans de Kock
Bijzonder was het verhaal van mw. Theeuwes-Van Hest. Toen haar ouders een huwelijksjubileum vierden, schreef zij een verhaal in de trant van Puk en Muk en Klaas Vaak met bijbehorende afbeeldingen. Het meest bijzonder was de komst van de heer Puk van Dongen, die in 1945 werd geboren als een van een tweeling. Zijn broer werd Muk genoemd en het tweetal werd regelmatig gevraagd om boeken te komen signeren.

Advertentie 1945
Nieuwsblad van het Zuiden
Tijdens het Museumweekend maakte Omroep Tilburg een filmpje. Daarbij zijn er een aantal foto's gemaakt, die geplaatst zijn in het Facebook-fotoalbum van Stadsmuseum Tilburg.

vrijdag 6 april 2018

Puk en Muk in herdruk tijdens Nationaal Museumweekend

 Ken je ze nog, de boekjes van Puk en Muk? Haal herinneringen op tijdens het Nationaal Museumweekend op 14 en 15 april. Stadsmuseum Tilburg toont de befaamde boekjes van Puk en Muk uit de collectie van Uitgeverij Zwijsen en de afbeeldingen worden herdrukt waar je bijstaat.

Puk en Muk waren de hoofdpersonen in een serie kinderboeken van de Drukkerij van het Roomsch Katholiek Jongensweeshuis, de voorloper van Uitgeverij Zwijsen. De avontuurlijke jongetjes, die samen met vele anderen bij Klaas Vaak woonden, maakten reizen naar Amerika, China en Afrika. Zij ontmoetten er een drakendoder, vlogen om de wereld, fietsten op een tandem en gingen zelfs naar de maan.
Puk en Muk behoorde tot een van de meest populaire reeksen van kinderboeken. In totaal zijn er meer dan een kwart miljoen boeken van gedrukt. De schrijver van Puk en Muk was frater Franciscius Xaverius van Ostaden, ofwel Frans Fransen. De illustraties waren van de Oostenrijkse illustrator Carl Storck. Samen maakten zij twaalf boeken tot aan de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog verschenen er diverse Puk en Mukboeken gemaakt door anderen. Die van Frans Fransen en de Carl Storck bleven echter het meest populair.

Tijdens het Museumweekend worden de boekjes geëxposeerd en de afbeeldingen van Puk en Muk opnieuw gedrukt in de ateliers van NS16. Daar staat de Vermijspers, een Grafix proefpers uit de jaren vijftig, die door grafici / kunstenaars nog altijd intensief wordt gebruikt. Tijdens het Museumweekend demonstreren de BHK-drukkers de pers door afdrukken te maken van de originele cliche’s. Dat zijn de drukvormen van Puk en Muk van vóór de oorlog, afkomstig uit de drukkerij van Zwijsen.

Kom kijken naar Puk en Muk op zaterdag en zondag 14 en 15 april van 11.00 tot 17.00 uur. Locatie: Ateliercomplex NS16, ingang via de Goudenregenstraat. De toegang is gratis.

De boekjes van Puk en Muk en de clichés zijn onderdeel van de historische collectie van Uitgeverij Zwijsen, beheerd door Stadsmuseum Tilburg.

vrijdag 30 maart 2018

Beleef WOII in Tilburg via Instagram

Tilburgse jongeren betrokken bij project ‘Herdenken en Vieren’ met Instagramkanaal

Stadsmuseum Tilburg start op 3 april een Instagram-project waarmee men een maand lang de belevenissen van een jong Tilburgs meisje in de Tweede Wereldoorlog kan volgen. Zij was 15 toen Tilburg in oktober 1944 bevrijd werd.

Het Instagram-account is gebaseerd op de belevenissen van de bestaande (en nog levende) Marie-Jes van Ierlant, die tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Heuvelstraat in Tilburg woonde. Haar persoonlijke ervaringen, herinneringen en verhalen worden aangevuld met historische feiten en archiefmateriaal, en verrijkt met de social media-mogelijkheden van nu. Het account is te volgen via @mariejestilburg en onder de #wijherdenkenenvieren.

Geschiedenis en actualiteit
“We willen een jonge doelgroep bereiken, het gesprek aanwakkeren en geschiedenis en actualiteit met elkaar verbinden,” vertelt projectleider Berny van de Donk. Door te werken met het populaire Social Media-kanaal Instagram hoopt het Stadsmuseum bovendien dat de doelgroep 10- tot 12-jarigen de Tilburgse historie op een laagdrempelige manier leert kennen. “Dit doen we door echte verhalen te vertellen door de ogen van een leeftijdsgenootje in dezelfde stad. Door oud en nieuw naast elkaar te laten zien. Door niet alleen feiten te noemen, maar ook te benoemen wat een 11- tot 15-jarige toen voor spelletjes speelde. En door archiefbeelden te mengen met stickers, hashtags en gifs. Kinderen kunnen hun vragen onder een post stellen aan een medewerker van het Stadsmuseum.”

Gesprek aangaan
Daarnaast is het natuurlijk mooi als niet alleen basisschoolleerlingen, maar iedereen die iets wil weten over Tilburg ten tijden van de Tweede Wereldoorlog het account volgt. “We hopen dat ouders en kinderen, en kinderen onderling, door het account het gesprek met elkaar aangaan”, aldus Van de Donk.

Lesprogramma
Het Instagram-account past prima bij een nieuw lesprogramma voor groep 7 en 8 van Tilburgse basisscholen. Er hoort ook een stickerboek bij voor de leerlingen, met plaatselijke oorlogs- en verzetsverhalen uit die tijd plus veel verwerkingsopdrachten. Stadsmuseum Tilburg heeft dit lesprogramma ontwikkeld op verzoek van gemeente Tilburg, het Plaatselijk Comité Nationale Herdenking 4 mei Tilburg en het Oranje Comité Tilburg. Dit jaar proberen zeven basisscholen het nieuwe lesprogramma uit. Volgende jaren kunnen meer scholen in Tilburg meedoen.

Achtergronden
Voor het idee, de invulling en uitwerking van het Instagram-project werd LiveWall Group uit Tilburg benaderd: “Analoog en digitaal hoeven elkaar allesbehalve tegen te werken,” vertelt Sanne Stenvert, hoofd Communicatie bij LiveWall. “Je slaat een brug tussen het lesprogramma en de leerlingen met een doelgerichte strategie; een visueel dagboek, dat te allen tijde te bekijken is.”

Het stickerboek is gemaakt door Ontwerphaven en Buro Vonkstof. Ook bevat het tekeningen van Jeroen de Leijer.

woensdag 28 maart 2018

Collectie Zwijsen: 'Voor de misdienaars. Handleiding voor de Goede Week'

Collectie Stadsmuseum Tilburg / Uitgeverij Zwijsen
Zo op Goede Vrijdag vind je zomaar ineens tussen de talloze boekjes van Uitgeverij Zwijsen een Handleiding voor de plechtigheden der Goede Week. 'Voor onze misdienaars,' zo staat er geschreven. De uitgave is van de Drukkerij van het R.K. Jongensweeshuis, daterend van 1920. Het kleine boekje bevat drie onderdelen: Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Paasch-Zaterdag. Een instructieboekje met 31 pagina's, geen plaatjes en vooral veel tekst. 'Op eenvoudige, duidelijke wijze zijn de handelingen voor Misdienaars uiteengezet,' zo lezen we in het voorwoord van de samensteller.

'Voortdurend gescheld'
Er was een onderscheid tussen plechtigheden met drie heren en die met één heer. Tijdens Witte Donderdag met drie heren moest er onder 't Gloria in Exelcis Deo' voortdurend worden gescheld. Onder het Evangelie moest misdienaar I naar de sacristie lopen, de koorkap nemen en naar het priesterkoor lopen. Misdienaar II nam het kazuifel van de priester en hing het op aan de lessenaar of bracht het naar de sacristie. Tijdens de bewieroking haalde nummer III het schoudervelum en hing het de priester om. Ook bij de Goede Vrijdag was er een taakverdeling tussen de die misdienaren. Voor de Paaszaterdag was er een schema waar ieders plaats was achter het altaar: nummer III links van de priester, daarnaast de diaken en misdienaars I en II uiterst rechts.

Constant drie misdienaars
Al was er maar één heer, de drie misdienaars waren een constante factor tijdens de Goede Week. Wederom bij Witte Donderdag was er een instructie voor wie het wierookvat haalde, wie het processiekruis moest ophalen en wie het schoudervelum van de priester wegbracht. Bij Goede Vrijdag legde nummer I het boek open op het altaar en spreidden II en III het tapijt, dat bestemd was voor de kruisverering, uit op de onderste trede in het midden van het altaar.

Paasch-Zaterdag
Voor het verlaten van de sacristie was er een volgorde van de misdienaars: nummer I voorop met ledig wierookvat en scheepje; nummer II was de Kruisdrager en nummer III hanteerde wijwater en kwast. De protocollen blijven zich gedurende de zaterdagse Paasdienst zich herhalen. Niet zoals in een gewone H. Mis, maar enigszins afwijkend, moest nummer I ratelen als de priester de trappen afdaalde, nummer II moest schellen onder het 'Gloria' en nummer III moest zorgen voor veel wierook.

Aanhangsel
In het achterste deel van het kleine instructieboek volgde nog een aanhangsel, ofwel in korte punten de volgorde van de misonderdelen voor de Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Paasch-Zaterdag. Of het boekje bestemd was voor de grote of de kleine misdienaars, is nergens duidelijk. Konden de jonge jongens dit anno 1920 begrijpen en onthouden? Zouden de jongens en mannen van 1920 deze protocollen uit het hoofd moeten leren? Of waren zij vertrouwd met de rituelen van in dit geval de Goede Week? Tegenwoordig zou het te tekstueel zijn, te weinig visueel en bovenal allesbehalve aantrekkelijk.

'Op het einde zegt de priester:
Ite missa est. Alleluja, Alleluja!

De drie misdienaars antwoorden gezamenlijk:
Deo gratias. Alleluja, Alleluja!'



Voor meer onderzoek:

Collectie Stadsmuseum Tilburg, Uitgeverij Zwijsen, ZE 746, Handleiding voor de plechtigheden der Goede Week (Tilburg 1920).

donderdag 8 maart 2018

Vrouwenportretten in Stadscollectie Tilburg

SMT 00053 L.C.M. van den Bogaert
8 maart 2018 Internationale Vrouwendag. De Tilburger Stefan Aarts pleit voor een straatnaamvermelding van Riek Flipse, een van de vele vrouwen waaraan Tilburg veel te danken heeft. Al eerder kreeg stadsgenote Miet van Puijenbroek een standbeeld onder andere vanwege haar inspanningen om het TextielMuseum in de Goirkestraat een volwaardige plek te geven. Iconisch voor de stad is Coba Pulskens, dé verzetsheldin tijdens de Tweede Wereldoorlog. Daarnaast kennen we uiteraard de 12-jarige Marietje Kessels.

In hoeverre er Tilburgse vrouwen vertegenwoordigd zijn in straatnamen of collecties is nog weinig onderzocht. Laat we eens bezien hoe de dames vertegenwoordigd zijn in de stadscollectie van de gemeente Tilburg.

De stadscollectie is verdeeld in diverse thema's zoals verenigingsleven, gemeente en bestuur en Willem II. Naast Anna Paulowna in laatstgenoemde collectie, kunnen we alleen nog maar afbeeldingen van
SMT 00080 Maria van Overzee
vrouwen vinden in de serie portretten. Het zijn er slechts enkele:

  1. M.M.A. van der Voort (1796-1875). Echtgenote van J.N. Diepen. Het portret hangt in het Paleis-Raadhuis. 
  2. L.C.M. van den Bogaert, 1870-1952. Echtgenote van J.E. van Vollenhoven.
  3. M.E. de Groot, 1768-1814. Geen relatie met Tilburg, maar in de collectie vanwege de schilder Adriaan de Lelie. 
  4. Maria van der Leij, 1784-1844. De geportretteerde heeft eveneens geen relatie met Tilburg maar behoort tot een legaat van Jacobus van Vollenhoven die zijn collectie aan de stad Tilburg naliet in 1958. 
  5. Maria van Overzee, 1739-1820. Collectie Van Vollenhoven. 
  6. Agnes Nieuhof. Collectie Van Vollenhoven.
  7. Henriëtte van Maanen (1833-1927). Collectie Van Vollenhoven.
  8. Johanna van Spaendonck (1862-1902) Echtgenote van Joseph Houben, firmant van C & J Houben, een lakenververij in Tilburg.
  9. Dorothea van der Woude (1870-1951)  
  10. Maria Verbunt-Baesten (1755-1820)
  11. Maria Theresia Baesten (1760-1836)
  12. Arnolda F.J. Baesten (1762-1833)
  13. Maria J.E. Baesten (1765-1843)
  14. Godefrida L. Baesten (1768-1833). 
SMT 00079 M.E. de Groot
Weinig bekende namen aldus, én daterend van de achttiende en negentiende eeuw. 

Laat ons nu echter niet in de gordijnen klimmen omdat dé vrouwen van Tilburg onderbelicht zijn. Dit gering aantal portretten geeft immers wel een tijdsbeeld en weerspiegelt hoe er in het verleden gedacht werd over verzamelen van collecties. Daarbij zijn er waarschijnlijk in de loop der tijd veel meer vrouwen geportretteerd, maar niet in de stadscollectie beland. Voorts zijn er uiteraard tekeningen en foto's gemaakt, die zich of in privécollecties bevinden of in die van bijvoorbeeld de Brabant Collectie. Daarnaast zijn er uiteraard een flink aantal publicaties over Tilburgse vrouwen, zoals blijkt uit de bibliotheekcollectie van Regionaal Archief Tilburg.

Toch ben ik blij met het initiatief van Stefan van Aarle die ijvert voor een straatnaam voor Riek Flipse. Het zet ons weer even op scherp om te bezien hoe het gesteld is met de verbeelde representatie van vrouwen in het Tilburgse erfgoed. Voor wat betreft de portretten in de stadscollectie is dat bijzonder weinig.






woensdag 7 maart 2018

Burgemeester kiest schilderij intocht Willem II


Tijdens een rondwandeling van stadsgids Gerard Otten vernam burgemeester Theo Weterings dat er een schilderij was waarop de intocht van koning Willem II in Tilburg werd verbeeld. Op zijn vraag waar dat schilderij dan was, werd geantwoord dat het eigendom was van de gemeente, in beheer door Stadsmuseum Tilburg. Dat kwam mooi uit, omdat de burgemeester bij zijn bezoek aan Regionaal Archief Tilburg op 16 februari jl. tegelijkertijd kennis kon maken met Stadsmuseum Tilburg. Na een introductie van

Gert-Jan de Graaf, die directeur is van het archief en tevens hoofd Stadsmuseum, vertelde Petra Robben over het succes van 2017: het stickerboek met Koningsdag. Ook was vorig jaar de Willem II-collectie aanleiding voor diverse televisiekanalen om een bezoek te brengen aan de stad. De link met Willem II - als voorvader van de huidige koning Willem-Alexander - blijft sterk.

Theo Weterings wil voor op zijn burgemeesterskamer dan ook twee afbeeldingen combineren: enerzijds de intocht van koning Willem II in 1841, anderzijds het bezoek van de vijftigjarige Willem-Alexander aan de stad in 2017. Een tweeluik aldus, waarvoor Stadsmuseum Tilburg een van de twee beelden mag leveren. Het schilderij werd uit het depot gehaald dat zich in de Goirkestraat bevindt. Vervolgens werd het naar een restaurateur gebracht. Het resultaat wachten we af!

De burgemeester kreeg nog een mooi collectiestuk te zien, namelijk het haarschilderij van Marietje Kessels. Stadsmuseum Tilburg kreeg het in beheer nadat de familie Kessels het aanbood aan de gemeente Tilburg.

De foto's zijn gemaakt door William van der Voort

vrijdag 16 februari 2018

Tilburg, laat je stem horen! We gaan voor de BNG Bank Erfgoedprijs!

Innovatief: Tilburgse Kaajbaandexpo
Tilburg is met Deventer, Leiden en Zaanstad genomineerd voor de BNG Bank Erfgoedprijs. Op 29 maart 2018, in het Europese Jaar voor het Cultureel Erfgoed, wordt deze prijs voor de achtste maal uitgereikt aan de ‘beste erfgoedgemeente’ van Nederland.

De BNG Bank Erfgoedprijs bestaat uit een bedrag van € 25.000 en stimuleert gemeenten om materieel en immaterieel erfgoed breed op te nemen in beleid en praktijk. Daarnaast kan het publiek voor de publieksprijs op de gemeente stemmen die op innovatieve wijze omgaat met erfgoed.

Waar de BNG Bank Erfgoedprijs voorheen werkte met een open aanmeldingsprocedure waarbij gemeenten zichzelf konden inschrijven, werd voor de editie 2018 een longlist gehanteerd die is aangedragen door erfgoedorganisaties en -specialisten. De winnaar van de BNG Bank Erfgoedprijs 2018 wordt gekozen uit vier genomineerde gemeenten die hun erfgoed op positieve en innovatieve wijze inzetten voor de ontwikkeling van de gemeente. Tilburg is dus een van de vier potentiële winnaars!

Dit heeft er ongetwijfeld mee te maken dat de samenwerking met de erfgoedpartners in 2017 echt op stoom is gekomen. Vele partijen werken samen aan erfgoedactiviteiten, met als aansprekend voorbeeld het programma rondom Koningsdag 2017 en de gezamenlijke website van Erfgoed Tilburg. In november en december bezocht de jury onaangekondigd de vier gemeenten om te kijken hoe het erfgoed leeft in de stad en onder de bewoners.

In januari 2018 hebben de gemeenten hun erfgoedbeleid en -praktijk toegelicht met een pitch. De jury gebruikt in haar beoordeling criteria als de gemeentelijke visie, de link met andere beleidsterreinen, de rol van inwoners, jeugd- en ouderenparticipatie (onderwijs, erfgoededucatie), communicatie over het erfgoed(beleid), erfgoed als innovatieve factor en het gemeentelijke erfgoedbudget.

Nieuw dit jaar is de Publieksprijs, bestaande uit de eer en een aandenken. Het publiek kan vanaf 15 februari voor de publieksprijs op de gemeente stemmen die in het verleden, heden en toekomst op innovatieve wijze omgaat met erfgoed. Stem ook! Klik hier om te stemmen (tot 22 maart).

donderdag 25 januari 2018

Team Tilburg Maquette bezoekt maquettes Roosendaal en Steenbergen

Door: Saskia Dellevoet, community-manager en coördinator Tilburg Maquette

Coördinator Saskia Dellevoet en bouwer Gerard Horvers
 Vandaag is het exact twee jaar geleden dat de vader van de Tilburg Maquette, Ruud Cleverens, overleed. De maquette die door Stadsmuseum Tilburg is geadopteerd, heeft sinds deze zomer haar werkplek in wijkcentrum MFA Het Spoor. Het Tilburg van de jaren ’50 groeit waar je bij staat. Najaar 2018 is de oplevering ervan. Om inspiratie op te doen ging het team van onderzoekers en bouwers op excursie naar twee maquettes van de hand van Ruud.

In het gemeentehuis van Roosendaal waar de stadsmaquette staat, was goed te zien wat het effect is van ‘bomen’ en ander groen. Ruud gebruikte diverse kleuren groen karton voor velden en kunstmos voor bomen. Water gaf hij weer met lakverf. Die elementen verfraaien de maquette. Wat ook duidelijker werd, was dat het Ruud ging om het geheel van een stad met uitgelicht de kenmerkende gebouwen. Kerken bouwde hij op uit diverse stukjes hout. Niet alles is in tot de detail uitgewerkt. Dat is voor het totaalbeeld niet nodig en is zelfs  onmogelijk als je in een schaal van 1:1000 werkt. Dat is de schaal van de Tilburg Maquette. Die is iets kleiner dan de maquettes die Ruud eerder maakte.

Bouwers Gerard Horvers en Jaap Gielen. Onderzoeker Wim van Baalen
In De Heen staat de maquette van Steenbergen. Deze maquette is destijds van de ondergang gered en vond een nieuwe plek in het kerkje van het dorp. De donkere lichtval geeft een intieme sfeer. Deze maquette heeft minder bebouwing. Steenbergen is natuurlijk kleiner dan Roosendaal en je ziet een beeld van weidse vlakten van het boeren land en vooral hoe mooi Ruud dat heeft gedaan.  

Foto Marie-Anne Berkers
De horizon van de Tilburg in de jaren ’50, kenmerkte zich vooral door kerktorens en fabriekspijpen midden in de woonwijken. Dwars door de stad waren de spoorlijnen. De maquette bestaat op dit moment alleen uit houten miniatuurgebouwen met hier en daar een stukje groene vezel. De pleinen en straten moeten nog kleur krijgen.  En hoewel de voltooiing pas over enkele maanden is, wordt nu al onderzocht welke sierelementen daarvoor het meest geschikt zijn.

De excursie naar de maquettes van Ruud Cleverens (1953- 25 januari 2016) was inspirerend. Het team heeft voldoende input gekregen om de Tilburg Maquette mooi te maken voor het najaar van 2018.

Elke maandag, woensdag en vrijdag is de werkplek inMFA  Het Spoor bemand. Kom gerust een kijkje nemen. Vragen? Neem contact op met Saskia Dellevoet, 06-40056596 of stuur een mail saskiadellevoet@gmail.com.

donderdag 11 januari 2018

Standbeeld Peerke Donders in samenleving op drift



Stadscollectie Tilburg / Stadsmuseum Tilburg

'Donder op! Standbeeld van Peerke Donders kan niet meer!', zo kopte Brabants Dagblad nadat Tilburger Herman Fitters een signaal gaf dat het standbeeld van Peerke Donders niet meer paste bij de huidige samenleving. Fitters betwist de verhouding tussen de staande blanke met kruisbeeld in de hand ten opzichte van de geknielde zwarte. Een golf van reacties van voor- en tegenstanders met zelfs een poll of het standbeeld daadwerkelijk moet verdwijnen. Het is niet aan culturele erfgoedinstellingen, zoals Stadsmuseum Tilburg, om standpunten in te nemen, noch identiteiten van groepen te expliciteren. Waarbij we wel kunnen helpen is om objecten, zoals een standbeeld, in de tijd te plaatsen, zoals (cultuur)historici dat noemen.

Het standbeeld van Peerke Donders werd opgericht in 1926. In Nederland waren dat jaren van optimisme. Mensenmassa’s liepen uit voor feesten, inhuldigingen en optochten. De industrialisatie zette door, elektromotoren deden het tempo van de machines opzwepen en de samenleving versnelde in een ras tempo.Naast angst voor zedeloosheid en verwildering door het toenemende aanbod van bioscopen en danstenten was er een angst voor de superioriteit van andere rassen. De ‘zwarte’ jazzmuziek die in de jaren 1920 opkwam, met Josephine Baker als schitterende ster, was onfatsoenlijk en geestelijken waren bang voor verzet en onverantwoordelijkheid. De groeiende massaconsumptie en verstedelijking in een tijd waarin ook vrouwen kortere rokken gingen dragen, rookten en met hun pagekapsels meer en meer op mannen gingen lijken, had behoefte aan lokale helden. De Tilburgse Peerke Donders, die van een arme weverszoon uitgroeide tot een priester met een internationale missie, was het antwoord daarop. 

Toen het standbeeld in 1926 werd onthuld kwam er een enorme mensenmassa op af. Mgr. Diepen uit Den Bosch huldigde het beeld in. Een jaar daarvoor, in 1925, kreeg de beeldhouwer Johannes Petrus Maas (Haarlem) de opdracht voor dit beeld. Hij verbeeldde Donders in priestergewaad, met aan zijn linkerhand een geknielde creool. Het beeld werd in brons gegoten bij P.G. du Chateau en Zonen in Schiedam. Vervolgens werd het standbeeld ‘in eeuwig durend onderhoud’ overgedragen aan de gemeente aan burgemeester Vonk de Both. De sokkel bevat een ingemetselde oorkonde

Naast dit standbeeld aan het Wilhelminapark heeft Tilburg nog meer tastbare herinneringen aan Peerke Donders. Zo kennen we het kruiswegpark in het Peerke Donders Park, het stenen monument voor café Peerke Donders, de kapel, het fraterhuis aan het Kardinaal de Jonghplein, diverse schilderijen, museale objecten, relikwieën, devotionalia en diverse glas-in-loodramen. Wanneer we alle gedenktekens van Peerke Donders in chronologische volgorde zetten dan zien we iets opvallends: alle objecten werden geplaatst in de jaren 1920 en 1930. Niet alleen in Tilburg, maar ook in Sint Michielsgestel en in Paramaribo was er sprake van devotie.
Stadscollectie Tilburg / Stadsmuseum Tilburg

1923
Inzegening kapel Peerke Donders

1929 
Wonder van Lowieke Westland

1931
Reconstructie geboortehuisje Peerke Donders

1933 
Houten kruis op eerste graf Petrus Donders. Werd in 1938 vervangen door een stenen kruis.

1933 
Monument op geboortegrond Peerke Donders 

1934 
Fraterhuis Petrus Donders Kardinaal de Jonghplein

1935
Plaatsing beeld in Sint Michielsgestel (heldhaftig, als knecht van God gediend)

1936 
Plaatsing kruisweg Peerke Donders Park

1937 
Openluchtspel Peerke Donders

1938 
Stenen kruis ter vervanging van houten kruis in Suriname. 

Geconstateerd kan worden dat er talloze beelden van Peerke Donders geplaatst zijn in het Interbellum, een tijd waarin de samenleving versnelde én veranderde. Een monument dat voor de eeuwigheid bedoeld is, moet dus ook zijn betekenis hebben in de hedendaagse tijd. Wat vandaag de dag veranderd is, is de devotie en de homogene katholiciteit van Tilburg. Wat hetzelfde is gebleven is een samenleving op drift waarin maatschappelijke verhoudingen ter discussie staan.

Fotografie objecten Jan van Oevelen