vrijdag 6 april 2018

Puk en Muk in herdruk tijdens Nationaal Museumweekend

 Ken je ze nog, de boekjes van Puk en Muk? Haal herinneringen op tijdens het Nationaal Museumweekend op 14 en 15 april. Stadsmuseum Tilburg toont de befaamde boekjes van Puk en Muk uit de collectie van Uitgeverij Zwijsen en de afbeeldingen worden herdrukt waar je bijstaat.

Puk en Muk waren de hoofdpersonen in een serie kinderboeken van de Drukkerij van het Roomsch Katholiek Jongensweeshuis, de voorloper van Uitgeverij Zwijsen. De avontuurlijke jongetjes, die samen met vele anderen bij Klaas Vaak woonden, maakten reizen naar Amerika, China en Afrika. Zij ontmoetten er een drakendoder, vlogen om de wereld, fietsten op een tandem en gingen zelfs naar de maan.
Puk en Muk behoorde tot een van de meest populaire reeksen van kinderboeken. In totaal zijn er meer dan een kwart miljoen boeken van gedrukt. De schrijver van Puk en Muk was frater Franciscius Xaverius van Ostaden, ofwel Frans Fransen. De illustraties waren van de Oostenrijkse illustrator Carl Storck. Samen maakten zij twaalf boeken tot aan de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog verschenen er diverse Puk en Mukboeken gemaakt door anderen. Die van Frans Fransen en de Carl Storck bleven echter het meest populair.

Tijdens het Museumweekend worden de boekjes geëxposeerd en de afbeeldingen van Puk en Muk opnieuw gedrukt in de ateliers van NS16. Daar staat de Vermijspers, een Grafix proefpers uit de jaren vijftig, die door grafici / kunstenaars nog altijd intensief wordt gebruikt. Tijdens het Museumweekend demonstreren de BHK-drukkers de pers door afdrukken te maken van de originele cliche’s. Dat zijn de drukvormen van Puk en Muk van vóór de oorlog, afkomstig uit de drukkerij van Zwijsen.

Kom kijken naar Puk en Muk op zaterdag en zondag 14 en 15 april van 11.00 tot 17.00 uur. Locatie: Ateliercomplex NS16, ingang via de Goudenregenstraat. De toegang is gratis.

De boekjes van Puk en Muk en de clichés zijn onderdeel van de historische collectie van Uitgeverij Zwijsen, beheerd door Stadsmuseum Tilburg.

vrijdag 30 maart 2018

Beleef WOII in Tilburg via Instagram

Tilburgse jongeren betrokken bij project ‘Herdenken en Vieren’ met Instagramkanaal

Stadsmuseum Tilburg start op 3 april een Instagram-project waarmee men een maand lang de belevenissen van een jong Tilburgs meisje in de Tweede Wereldoorlog kan volgen. Zij was 15 toen Tilburg in oktober 1944 bevrijd werd.

Het Instagram-account is gebaseerd op de belevenissen van de bestaande (en nog levende) Marie-Jes van Ierlant, die tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Heuvelstraat in Tilburg woonde. Haar persoonlijke ervaringen, herinneringen en verhalen worden aangevuld met historische feiten en archiefmateriaal, en verrijkt met de social media-mogelijkheden van nu. Het account is te volgen via @mariejestilburg en onder de #wijherdenkenenvieren.

Geschiedenis en actualiteit
“We willen een jonge doelgroep bereiken, het gesprek aanwakkeren en geschiedenis en actualiteit met elkaar verbinden,” vertelt projectleider Berny van de Donk. Door te werken met het populaire Social Media-kanaal Instagram hoopt het Stadsmuseum bovendien dat de doelgroep 10- tot 12-jarigen de Tilburgse historie op een laagdrempelige manier leert kennen. “Dit doen we door echte verhalen te vertellen door de ogen van een leeftijdsgenootje in dezelfde stad. Door oud en nieuw naast elkaar te laten zien. Door niet alleen feiten te noemen, maar ook te benoemen wat een 11- tot 15-jarige toen voor spelletjes speelde. En door archiefbeelden te mengen met stickers, hashtags en gifs. Kinderen kunnen hun vragen onder een post stellen aan een medewerker van het Stadsmuseum.”

Gesprek aangaan
Daarnaast is het natuurlijk mooi als niet alleen basisschoolleerlingen, maar iedereen die iets wil weten over Tilburg ten tijden van de Tweede Wereldoorlog het account volgt. “We hopen dat ouders en kinderen, en kinderen onderling, door het account het gesprek met elkaar aangaan”, aldus Van de Donk.

Lesprogramma
Het Instagram-account past prima bij een nieuw lesprogramma voor groep 7 en 8 van Tilburgse basisscholen. Er hoort ook een stickerboek bij voor de leerlingen, met plaatselijke oorlogs- en verzetsverhalen uit die tijd plus veel verwerkingsopdrachten. Stadsmuseum Tilburg heeft dit lesprogramma ontwikkeld op verzoek van gemeente Tilburg, het Plaatselijk Comité Nationale Herdenking 4 mei Tilburg en het Oranje Comité Tilburg. Dit jaar proberen zeven basisscholen het nieuwe lesprogramma uit. Volgende jaren kunnen meer scholen in Tilburg meedoen.

Achtergronden
Voor het idee, de invulling en uitwerking van het Instagram-project werd LiveWall Group uit Tilburg benaderd: “Analoog en digitaal hoeven elkaar allesbehalve tegen te werken,” vertelt Sanne Stenvert, hoofd Communicatie bij LiveWall. “Je slaat een brug tussen het lesprogramma en de leerlingen met een doelgerichte strategie; een visueel dagboek, dat te allen tijde te bekijken is.”

Het stickerboek is gemaakt door Ontwerphaven en Buro Vonkstof. Ook bevat het tekeningen van Jeroen de Leijer.

woensdag 28 maart 2018

Collectie Zwijsen: 'Voor de misdienaars. Handleiding voor de Goede Week'

Collectie Stadsmuseum Tilburg / Uitgeverij Zwijsen
Zo op Goede Vrijdag vind je zomaar ineens tussen de talloze boekjes van Uitgeverij Zwijsen een Handleiding voor de plechtigheden der Goede Week. 'Voor onze misdienaars,' zo staat er geschreven. De uitgave is van de Drukkerij van het R.K. Jongensweeshuis, daterend van 1920. Het kleine boekje bevat drie onderdelen: Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Paasch-Zaterdag. Een instructieboekje met 31 pagina's, geen plaatjes en vooral veel tekst. 'Op eenvoudige, duidelijke wijze zijn de handelingen voor Misdienaars uiteengezet,' zo lezen we in het voorwoord van de samensteller.

'Voortdurend gescheld'
Er was een onderscheid tussen plechtigheden met drie heren en die met één heer. Tijdens Witte Donderdag met drie heren moest er onder 't Gloria in Exelcis Deo' voortdurend worden gescheld. Onder het Evangelie moest misdienaar I naar de sacristie lopen, de koorkap nemen en naar het priesterkoor lopen. Misdienaar II nam het kazuifel van de priester en hing het op aan de lessenaar of bracht het naar de sacristie. Tijdens de bewieroking haalde nummer III het schoudervelum en hing het de priester om. Ook bij de Goede Vrijdag was er een taakverdeling tussen de die misdienaren. Voor de Paaszaterdag was er een schema waar ieders plaats was achter het altaar: nummer III links van de priester, daarnaast de diaken en misdienaars I en II uiterst rechts.

Constant drie misdienaars
Al was er maar één heer, de drie misdienaars waren een constante factor tijdens de Goede Week. Wederom bij Witte Donderdag was er een instructie voor wie het wierookvat haalde, wie het processiekruis moest ophalen en wie het schoudervelum van de priester wegbracht. Bij Goede Vrijdag legde nummer I het boek open op het altaar en spreidden II en III het tapijt, dat bestemd was voor de kruisverering, uit op de onderste trede in het midden van het altaar.

Paasch-Zaterdag
Voor het verlaten van de sacristie was er een volgorde van de misdienaars: nummer I voorop met ledig wierookvat en scheepje; nummer II was de Kruisdrager en nummer III hanteerde wijwater en kwast. De protocollen blijven zich gedurende de zaterdagse Paasdienst zich herhalen. Niet zoals in een gewone H. Mis, maar enigszins afwijkend, moest nummer I ratelen als de priester de trappen afdaalde, nummer II moest schellen onder het 'Gloria' en nummer III moest zorgen voor veel wierook.

Aanhangsel
In het achterste deel van het kleine instructieboek volgde nog een aanhangsel, ofwel in korte punten de volgorde van de misonderdelen voor de Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Paasch-Zaterdag. Of het boekje bestemd was voor de grote of de kleine misdienaars, is nergens duidelijk. Konden de jonge jongens dit anno 1920 begrijpen en onthouden? Zouden de jongens en mannen van 1920 deze protocollen uit het hoofd moeten leren? Of waren zij vertrouwd met de rituelen van in dit geval de Goede Week? Tegenwoordig zou het te tekstueel zijn, te weinig visueel en bovenal allesbehalve aantrekkelijk.

'Op het einde zegt de priester:
Ite missa est. Alleluja, Alleluja!

De drie misdienaars antwoorden gezamenlijk:
Deo gratias. Alleluja, Alleluja!'



Voor meer onderzoek:

Collectie Stadsmuseum Tilburg, Uitgeverij Zwijsen, ZE 746, Handleiding voor de plechtigheden der Goede Week (Tilburg 1920).

donderdag 8 maart 2018

Vrouwenportretten in Stadscollectie Tilburg

SMT 00053 L.C.M. van den Bogaert
8 maart 2018 Internationale Vrouwendag. De Tilburger Stefan Aarts pleit voor een straatnaamvermelding van Riek Flipse, een van de vele vrouwen waaraan Tilburg veel te danken heeft. Al eerder kreeg stadsgenote Miet van Puijenbroek een standbeeld onder andere vanwege haar inspanningen om het TextielMuseum in de Goirkestraat een volwaardige plek te geven. Iconisch voor de stad is Coba Pulskens, dé verzetsheldin tijdens de Tweede Wereldoorlog. Daarnaast kennen we uiteraard de 12-jarige Marietje Kessels.

In hoeverre er Tilburgse vrouwen vertegenwoordigd zijn in straatnamen of collecties is nog weinig onderzocht. Laat we eens bezien hoe de dames vertegenwoordigd zijn in de stadscollectie van de gemeente Tilburg.

De stadscollectie is verdeeld in diverse thema's zoals verenigingsleven, gemeente en bestuur en Willem II. Naast Anna Paulowna in laatstgenoemde collectie, kunnen we alleen nog maar afbeeldingen van
SMT 00080 Maria van Overzee
vrouwen vinden in de serie portretten. Het zijn er slechts enkele:

  1. M.M.A. van der Voort (1796-1875). Echtgenote van J.N. Diepen. Het portret hangt in het Paleis-Raadhuis. 
  2. L.C.M. van den Bogaert, 1870-1952. Echtgenote van J.E. van Vollenhoven.
  3. M.E. de Groot, 1768-1814. Geen relatie met Tilburg, maar in de collectie vanwege de schilder Adriaan de Lelie. 
  4. Maria van der Leij, 1784-1844. De geportretteerde heeft eveneens geen relatie met Tilburg maar behoort tot een legaat van Jacobus van Vollenhoven die zijn collectie aan de stad Tilburg naliet in 1958. 
  5. Maria van Overzee, 1739-1820. Collectie Van Vollenhoven. 
  6. Agnes Nieuhof. Collectie Van Vollenhoven.
  7. Henriëtte van Maanen (1833-1927). Collectie Van Vollenhoven.
  8. Johanna van Spaendonck (1862-1902) Echtgenote van Joseph Houben, firmant van C & J Houben, een lakenververij in Tilburg.
  9. Dorothea van der Woude (1870-1951)  
  10. Maria Verbunt-Baesten (1755-1820)
  11. Maria Theresia Baesten (1760-1836)
  12. Arnolda F.J. Baesten (1762-1833)
  13. Maria J.E. Baesten (1765-1843)
  14. Godefrida L. Baesten (1768-1833). 
SMT 00079 M.E. de Groot
Weinig bekende namen aldus, én daterend van de achttiende en negentiende eeuw. 

Laat ons nu echter niet in de gordijnen klimmen omdat dé vrouwen van Tilburg onderbelicht zijn. Dit gering aantal portretten geeft immers wel een tijdsbeeld en weerspiegelt hoe er in het verleden gedacht werd over verzamelen van collecties. Daarbij zijn er waarschijnlijk in de loop der tijd veel meer vrouwen geportretteerd, maar niet in de stadscollectie beland. Voorts zijn er uiteraard tekeningen en foto's gemaakt, die zich of in privécollecties bevinden of in die van bijvoorbeeld de Brabant Collectie. Daarnaast zijn er uiteraard een flink aantal publicaties over Tilburgse vrouwen, zoals blijkt uit de bibliotheekcollectie van Regionaal Archief Tilburg.

Toch ben ik blij met het initiatief van Stefan van Aarle die ijvert voor een straatnaam voor Riek Flipse. Het zet ons weer even op scherp om te bezien hoe het gesteld is met de verbeelde representatie van vrouwen in het Tilburgse erfgoed. Voor wat betreft de portretten in de stadscollectie is dat bijzonder weinig.






woensdag 7 maart 2018

Burgemeester kiest schilderij intocht Willem II


Tijdens een rondwandeling van stadsgids Gerard Otten vernam burgemeester Theo Weterings dat er een schilderij was waarop de intocht van koning Willem II in Tilburg werd verbeeld. Op zijn vraag waar dat schilderij dan was, werd geantwoord dat het eigendom was van de gemeente, in beheer door Stadsmuseum Tilburg. Dat kwam mooi uit, omdat de burgemeester bij zijn bezoek aan Regionaal Archief Tilburg op 16 februari jl. tegelijkertijd kennis kon maken met Stadsmuseum Tilburg. Na een introductie van

Gert-Jan de Graaf, die directeur is van het archief en tevens hoofd Stadsmuseum, vertelde Petra Robben over het succes van 2017: het stickerboek met Koningsdag. Ook was vorig jaar de Willem II-collectie aanleiding voor diverse televisiekanalen om een bezoek te brengen aan de stad. De link met Willem II - als voorvader van de huidige koning Willem-Alexander - blijft sterk.

Theo Weterings wil voor op zijn burgemeesterskamer dan ook twee afbeeldingen combineren: enerzijds de intocht van koning Willem II in 1841, anderzijds het bezoek van de vijftigjarige Willem-Alexander aan de stad in 2017. Een tweeluik aldus, waarvoor Stadsmuseum Tilburg een van de twee beelden mag leveren. Het schilderij werd uit het depot gehaald dat zich in de Goirkestraat bevindt. Vervolgens werd het naar een restaurateur gebracht. Het resultaat wachten we af!

De burgemeester kreeg nog een mooi collectiestuk te zien, namelijk het haarschilderij van Marietje Kessels. Stadsmuseum Tilburg kreeg het in beheer nadat de familie Kessels het aanbood aan de gemeente Tilburg.

De foto's zijn gemaakt door William van der Voort

vrijdag 16 februari 2018

Tilburg, laat je stem horen! We gaan voor de BNG Bank Erfgoedprijs!

Innovatief: Tilburgse Kaajbaandexpo
Tilburg is met Deventer, Leiden en Zaanstad genomineerd voor de BNG Bank Erfgoedprijs. Op 29 maart 2018, in het Europese Jaar voor het Cultureel Erfgoed, wordt deze prijs voor de achtste maal uitgereikt aan de ‘beste erfgoedgemeente’ van Nederland.

De BNG Bank Erfgoedprijs bestaat uit een bedrag van € 25.000 en stimuleert gemeenten om materieel en immaterieel erfgoed breed op te nemen in beleid en praktijk. Daarnaast kan het publiek voor de publieksprijs op de gemeente stemmen die op innovatieve wijze omgaat met erfgoed.

Waar de BNG Bank Erfgoedprijs voorheen werkte met een open aanmeldingsprocedure waarbij gemeenten zichzelf konden inschrijven, werd voor de editie 2018 een longlist gehanteerd die is aangedragen door erfgoedorganisaties en -specialisten. De winnaar van de BNG Bank Erfgoedprijs 2018 wordt gekozen uit vier genomineerde gemeenten die hun erfgoed op positieve en innovatieve wijze inzetten voor de ontwikkeling van de gemeente. Tilburg is dus een van de vier potentiële winnaars!

Dit heeft er ongetwijfeld mee te maken dat de samenwerking met de erfgoedpartners in 2017 echt op stoom is gekomen. Vele partijen werken samen aan erfgoedactiviteiten, met als aansprekend voorbeeld het programma rondom Koningsdag 2017 en de gezamenlijke website van Erfgoed Tilburg. In november en december bezocht de jury onaangekondigd de vier gemeenten om te kijken hoe het erfgoed leeft in de stad en onder de bewoners.

In januari 2018 hebben de gemeenten hun erfgoedbeleid en -praktijk toegelicht met een pitch. De jury gebruikt in haar beoordeling criteria als de gemeentelijke visie, de link met andere beleidsterreinen, de rol van inwoners, jeugd- en ouderenparticipatie (onderwijs, erfgoededucatie), communicatie over het erfgoed(beleid), erfgoed als innovatieve factor en het gemeentelijke erfgoedbudget.

Nieuw dit jaar is de Publieksprijs, bestaande uit de eer en een aandenken. Het publiek kan vanaf 15 februari voor de publieksprijs op de gemeente stemmen die in het verleden, heden en toekomst op innovatieve wijze omgaat met erfgoed. Stem ook! Klik hier om te stemmen (tot 22 maart).

donderdag 25 januari 2018

Team Tilburg Maquette bezoekt maquettes Roosendaal en Steenbergen

Door: Saskia Dellevoet, community-manager en coördinator Tilburg Maquette

Coördinator Saskia Dellevoet en bouwer Gerard Horvers
 Vandaag is het exact twee jaar geleden dat de vader van de Tilburg Maquette, Ruud Cleverens, overleed. De maquette die door Stadsmuseum Tilburg is geadopteerd, heeft sinds deze zomer haar werkplek in wijkcentrum MFA Het Spoor. Het Tilburg van de jaren ’50 groeit waar je bij staat. Najaar 2018 is de oplevering ervan. Om inspiratie op te doen ging het team van onderzoekers en bouwers op excursie naar twee maquettes van de hand van Ruud.

In het gemeentehuis van Roosendaal waar de stadsmaquette staat, was goed te zien wat het effect is van ‘bomen’ en ander groen. Ruud gebruikte diverse kleuren groen karton voor velden en kunstmos voor bomen. Water gaf hij weer met lakverf. Die elementen verfraaien de maquette. Wat ook duidelijker werd, was dat het Ruud ging om het geheel van een stad met uitgelicht de kenmerkende gebouwen. Kerken bouwde hij op uit diverse stukjes hout. Niet alles is in tot de detail uitgewerkt. Dat is voor het totaalbeeld niet nodig en is zelfs  onmogelijk als je in een schaal van 1:1000 werkt. Dat is de schaal van de Tilburg Maquette. Die is iets kleiner dan de maquettes die Ruud eerder maakte.

Bouwers Gerard Horvers en Jaap Gielen. Onderzoeker Wim van Baalen
In De Heen staat de maquette van Steenbergen. Deze maquette is destijds van de ondergang gered en vond een nieuwe plek in het kerkje van het dorp. De donkere lichtval geeft een intieme sfeer. Deze maquette heeft minder bebouwing. Steenbergen is natuurlijk kleiner dan Roosendaal en je ziet een beeld van weidse vlakten van het boeren land en vooral hoe mooi Ruud dat heeft gedaan.  

Foto Marie-Anne Berkers
De horizon van de Tilburg in de jaren ’50, kenmerkte zich vooral door kerktorens en fabriekspijpen midden in de woonwijken. Dwars door de stad waren de spoorlijnen. De maquette bestaat op dit moment alleen uit houten miniatuurgebouwen met hier en daar een stukje groene vezel. De pleinen en straten moeten nog kleur krijgen.  En hoewel de voltooiing pas over enkele maanden is, wordt nu al onderzocht welke sierelementen daarvoor het meest geschikt zijn.

De excursie naar de maquettes van Ruud Cleverens (1953- 25 januari 2016) was inspirerend. Het team heeft voldoende input gekregen om de Tilburg Maquette mooi te maken voor het najaar van 2018.

Elke maandag, woensdag en vrijdag is de werkplek inMFA  Het Spoor bemand. Kom gerust een kijkje nemen. Vragen? Neem contact op met Saskia Dellevoet, 06-40056596 of stuur een mail saskiadellevoet@gmail.com.

donderdag 11 januari 2018

Standbeeld Peerke Donders in samenleving op drift



Stadscollectie Tilburg / Stadsmuseum Tilburg

'Donder op! Standbeeld van Peerke Donders kan niet meer!', zo kopte Brabants Dagblad nadat Tilburger Herman Fitters een signaal gaf dat het standbeeld van Peerke Donders niet meer paste bij de huidige samenleving. Fitters betwist de verhouding tussen de staande blanke met kruisbeeld in de hand ten opzichte van de geknielde zwarte. Een golf van reacties van voor- en tegenstanders met zelfs een poll of het standbeeld daadwerkelijk moet verdwijnen. Het is niet aan culturele erfgoedinstellingen, zoals Stadsmuseum Tilburg, om standpunten in te nemen, noch identiteiten van groepen te expliciteren. Waarbij we wel kunnen helpen is om objecten, zoals een standbeeld, in de tijd te plaatsen, zoals (cultuur)historici dat noemen.

Het standbeeld van Peerke Donders werd opgericht in 1926. In Nederland waren dat jaren van optimisme. Mensenmassa’s liepen uit voor feesten, inhuldigingen en optochten. De industrialisatie zette door, elektromotoren deden het tempo van de machines opzwepen en de samenleving versnelde in een ras tempo.Naast angst voor zedeloosheid en verwildering door het toenemende aanbod van bioscopen en danstenten was er een angst voor de superioriteit van andere rassen. De ‘zwarte’ jazzmuziek die in de jaren 1920 opkwam, met Josephine Baker als schitterende ster, was onfatsoenlijk en geestelijken waren bang voor verzet en onverantwoordelijkheid. De groeiende massaconsumptie en verstedelijking in een tijd waarin ook vrouwen kortere rokken gingen dragen, rookten en met hun pagekapsels meer en meer op mannen gingen lijken, had behoefte aan lokale helden. De Tilburgse Peerke Donders, die van een arme weverszoon uitgroeide tot een priester met een internationale missie, was het antwoord daarop. 

Toen het standbeeld in 1926 werd onthuld kwam er een enorme mensenmassa op af. Mgr. Diepen uit Den Bosch huldigde het beeld in. Een jaar daarvoor, in 1925, kreeg de beeldhouwer Johannes Petrus Maas (Haarlem) de opdracht voor dit beeld. Hij verbeeldde Donders in priestergewaad, met aan zijn linkerhand een geknielde creool. Het beeld werd in brons gegoten bij P.G. du Chateau en Zonen in Schiedam. Vervolgens werd het standbeeld ‘in eeuwig durend onderhoud’ overgedragen aan de gemeente aan burgemeester Vonk de Both. De sokkel bevat een ingemetselde oorkonde

Naast dit standbeeld aan het Wilhelminapark heeft Tilburg nog meer tastbare herinneringen aan Peerke Donders. Zo kennen we het kruiswegpark in het Peerke Donders Park, het stenen monument voor café Peerke Donders, de kapel, het fraterhuis aan het Kardinaal de Jonghplein, diverse schilderijen, museale objecten, relikwieën, devotionalia en diverse glas-in-loodramen. Wanneer we alle gedenktekens van Peerke Donders in chronologische volgorde zetten dan zien we iets opvallends: alle objecten werden geplaatst in de jaren 1920 en 1930. Niet alleen in Tilburg, maar ook in Sint Michielsgestel en in Paramaribo was er sprake van devotie.
Stadscollectie Tilburg / Stadsmuseum Tilburg

1923
Inzegening kapel Peerke Donders

1929 
Wonder van Lowieke Westland

1931
Reconstructie geboortehuisje Peerke Donders

1933 
Houten kruis op eerste graf Petrus Donders. Werd in 1938 vervangen door een stenen kruis.

1933 
Monument op geboortegrond Peerke Donders 

1934 
Fraterhuis Petrus Donders Kardinaal de Jonghplein

1935
Plaatsing beeld in Sint Michielsgestel (heldhaftig, als knecht van God gediend)

1936 
Plaatsing kruisweg Peerke Donders Park

1937 
Openluchtspel Peerke Donders

1938 
Stenen kruis ter vervanging van houten kruis in Suriname. 

Geconstateerd kan worden dat er talloze beelden van Peerke Donders geplaatst zijn in het Interbellum, een tijd waarin de samenleving versnelde én veranderde. Een monument dat voor de eeuwigheid bedoeld is, moet dus ook zijn betekenis hebben in de hedendaagse tijd. Wat vandaag de dag veranderd is, is de devotie en de homogene katholiciteit van Tilburg. Wat hetzelfde is gebleven is een samenleving op drift waarin maatschappelijke verhoudingen ter discussie staan.

Fotografie objecten Jan van Oevelen

dinsdag 2 januari 2018

Driekoningen en korenzang


Foto Christel Doevendans
Het Driekoningen zingen in Tilburg staat op de UNESCO-lijst van Immaterieel Erfgoed. Kleine en grote zangers trekken op 6 januari 2018 langs de deuren of treden op in onder andere verzorgingstehuizen om koninklijke liederen te laten horen. Al tweeduizend jaar lang vertellen we het verhaal van de drie wijzen die uit het Oosten kwamen om een bezoek te brengen aan het pasgeboren kindje Jezus. In Tilburg is deze erfgoedtraditie nog levend, zij het in veranderende vormen.

Tot een aantal jaren terug waren het vooral de kleine zangers die in twee- of drietallen langs de deuren trokken. Alle bewoners van Tilburg waren er op bedacht dat er kinderen konden aanbellen. Zodra de deur open ging, zette het gezang in: 'Driekoningen, driekoningen, gif me enen nuuwen hoed!'

Erfgoed en tradities zijn aan verandering onderhevig, zo merken we in onze hedendaagse samenleving. Ook het Driekoningenzingen verandert. Waar er in bepaalde wijken nauwelijks meer kinderen langs de deur komen, zien we een toename in de optredens van zangkoren. Ze bezoeken verzorgingstehuizen of komen langs op afspraak. De zangers zijn prachtig gekleed in koninklijke kostuums. Hun liederen variëren van Slavisch Byzantijns naar Latijns, Gregoriaans of gewoon op zen Tilburgs.

Voor een overzicht van de koren en de locaties: kijk op de website van Erfgoed Tilburg.

Koren Tilburg
Foto Regionaal Archief Tilburg 53122
Hasselts Gemengd Kapelle Koor, Het Laarkoor, Koor Pistache, La Renaissance, Muzemento, Ratjetoekoor, Smartlappenkoor De Begonia’s, The Harmony Singers, Tilburgs Byzantijns Koor,, Vrouwenkamerkoor Cantilare, Zanggroep Inspiration.

Locaties
De Hazelaar, Den Herdgang, De Kievitshorst, De Zonnehof, Koningsvoorde, Mater Misericordiae, De Leyhoeve, De Reyshoeve, Johannes Zwijsen, Het Laar, Petrus en Pauluskerk.

Organisatie
Driekoningenwerkgroep Heemkundekring Tilborch, Stadsmuseum Tilburg.

Erfgoed en identiteit gaan vaak samen. Stadsmuseum Tilburg legt voortdurend de verbinding daartussen. Bij Driekoningen gaat het om het immaterieel erfgoed in traditie en samenzang. Het Driekoningen zingen refereert aan de identiteit van de voorheen overwegend katholieke Tilburgers die hun kinderen verkleed als drie koningen langs de deuren lieten gaan.