woensdag 15 augustus 2018

Vernieuwing website Geheugen van Tilburg

De website Geheugen van Tilburg wordt de komende maanden vernieuwd. Het onderliggende systeem moet vervangen worden, privacygegevens aangepast en de website krijgt een andere uitstraling.

Vormgeving

De vormgeving wordt vernieuwd. Op de nieuwe homepage komt een uitgelicht verhaal. Daarnaast roepen we mensen actief op verhalen te schrijven. Deze tonen we op basis van aanmaakdatum, dus de nieuwste eerst.

Nieuw systeem

Even wat vaktaal: in plaats van een Joomla-systeem komt er een Ginger-systeem onder de website te liggen. Geregistreerde gebruikers voeren wederom verhalen en oproepen in en laten reacties achter. Het systeem biedt zoals gebruikelijk de mogelijkheid om via een URL foto's uit de beeldbank van Regionaal Archief Tilburg in te voeren.

Migratie van verhalen

Alle verhalen, oproepen en gebruikers migreren we naar de nieuwe website. Het gevolg zal wel zijn dat iedere gebruiker een nieuw wachtwoord moet aanmaken. In verband met de AVG (bescherming van privacygegevens) vragen we niet meer naar geboortedata van gebruikers. De links naar foto's blijven intact.

Wijzigingen

Een aantal functies zal wijzigen. Per auteur tonen we de ingezonden verhalen , evenals oproepjes en reacties. De huidige functies om favorieten en aanraders te geven, verwijderen we. Bij het aanmelden van nieuwe gebruikers vragen we niet meer om geboortedatum, noch pasfoto in verband met de wet op privacy.

Testen

Een nieuwe website wordt altijd getest. We stellen het op prijs als er een aantal verhalenvertellers of lezers van het Geheugen van Tilburg ons willen helpen . Wie daartoe bereid is, stuurt een mail naar petra.robben@stadsmuseumtilburg.nl.

Planning

De komende maanden werken we achter de schermen aan een restyling van deze website. Via deze site en het Geheugen van Tilburg houden we de gebruikers én de lezers op de hoogte.

zaterdag 28 juli 2018

Parkexpositie: Tilburgse honden op de foto

Woon je in een van deze straten
en heb je een hond?
Laat jij je hond uit in het Stadspark aan de Oudedijk? Mogen we dan een portret maken van je hond?

Er wonen veel honden in het gebied tussen klooster, Kwetterie en kerk in Tilburg. In het Stadspark aan de Oudedijk mogen zij ’s morgens en ’s avonds een rondje rennen en spelen met andere honden. Gesignaleerd zijn al labradors, teckels, poedels en Rottweilers. De viervoeters komen er niet alleen, maar onder begeleiding van hun trouwe baasjes die woonachtig zijn in onder andere de Veestraat, de Van Doorenstraat, de Varkensmarkt of de Wassenaerlaan.

Stichting Straat en Stadsmuseum Tilburg zijn nieuwsgierig naar de honden en hun baasjes die in de buurt rondom bovengenoemde straten wonen. In plaats van dat de bewoners op de foto gaan, zijn het deze keer de honden die een portret krijgen. Aan hun baasjes wordt gevraagd waar ze wonen, welke straten zij het liefst bewandelen en wat er zo prettig is aan de wijk. Op die manier wordt inzicht gekregen in de aard van het woongebied.

De foto’s van de honden evenals hun gegevens komen gedurende de maand september in het

Stuur een mail!
Stadspark te staan. Zowel de hondenbezitters als overige wijk- of (en) stadsbewoners kunnen zien welke honden er wonen in het gebied tussen klooster, Kwetterie en de kerk.

Wil jij jouw hond laten portretteren en vertellen wat er zo fijn is aan je buurt? Stuur dan een mail naar Pia van den Berg.

Parkexpositie Hondenportret is een onderdeel van het evenement Tussen klooster, Kwetterie en kerk dat Stichting Straat en Stadsmuseum Tilburg organiseren in de maand september 2018.

maandag 23 juli 2018

Klassenfoto jongensklas
De Pedagogische Academie, de Theresiaschool aan de Oudedijk, de meisjes- en de jongensschool aan de Wassenaerlaan en de huidige basisschool De Triangel, ze zijn alle gelegen in het gebied tussen klooster, Kwetterie en kerk. Kinderen uit dit gebied gingen naar drie verschillende scholen wat onder andere te maken had met de grillige parochiegrenzen.

Stichting Straat en Stadsmuseum Tilburg deden onderzoek naar de verhalen over de scholen en legden deze vast in een boek en een straatexpositie. Gedurende de eerste helft van september zijn deze herinneringen aan het onderwijs te lezen en bekijken op een straatexpositie aan de Oudedijk, daar waar het onderwijs met de Zusters van Liefde begon en de eerste onderwijsstraat van Tilburg gesitueerd was.

Deze straatexpositie is een onderdeel van het evenement Tussen klooster, Kwetterie en kerk, georganiseerd door Stichting Straat en Stadsmuseum Tilburg

Locatie:      Oudedijk
Wanneer:    1 september tot en met 16 september 2018

woensdag 18 juli 2018

September: Tussen klooster, Kwetterie en kerk


Vanaf 2017 heeft Stadsmuseum Tilburg in Stichting Straat een structurele samenwerkingspartner gevonden om nieuwe stadsomgevingen te onderzoeken op het gebied van erfgoed en identiteit. Bewoners worden bevraagd om verhalen te vertellen over het verleden en het heden, maar ook met het oog op de toekomst van de straat.

Van 1 tot en met 30 september 2018 trekken Stichting Straat en Stadsmuseum Tilburg richting de omgeving Oudedijk (klooster en stadspark), Varkensmarkt, Veestraat, Nieuwstraat en de zeeheldenbuurt. De eerste opgave was het ‘vangen’ van verhalen van bewoners, die vervolgens als inspiratie fungeerden voor de activiteiten.

Ondertussen zijn er diverse producties in de maak, zoals een boek, een straatexpositie over de eerste onderwijsstraat van Tilburg, een parkexpositie over honden en hun baasjes en zijn oud bewoners bevraagd op hun herinneringen aan winkels en middenstand. Tijdens de slotmanifestatie in het laatste weekend van september is er dans, theater, muziek en zijn er rondleidingen gepland.
In de uitvoeringsfase treedt Factorium Podiumkunsten als partner op. Daarnaast is er samengewerkt met uiteraard de bewoners, Fontys Hogeschool voor de Kunsten, Stadsgidserij Tilburg, TAS Videoclub, natuurgidsen, architecten, historisch onderzoekers Berry van Oudheusden en Pia van den Berg!
Tussen klooster, Kwetterie en kerk vindt plaats in de maand september. Kijk hier voor de volledige agenda.
 

 

woensdag 11 juli 2018

IM Anton van de Wiel: verhalenverteller Geheugen van Tilburg

Profielfoto Geheugen van Tilburg
Op 30 juni 2018 is Anton van de Wiel op 89-jarige leeftijd overleden. Anton werd geboren in Tilburg, woonde in Berkel-Enschot en overleed in Udenhout na een val op een stralende dag, zo lezen we in het overlijdensbericht. 
Dankzij zijn schrijftalent en vele verhalen is Anton van de Wiel verankerd in het Geheugen van Tilburg. Hij schreef maar liefst 194 verhalen onder andere over het onderwijs, zijn professie. 'Tilburg heeft meerdere zaken om trots op te zijn. En ik wil de rest niet afkammen, maar dat één van die pronkstukken hier de status van Tilburg Onderwijsstad is, dat is zeker.' Toen de Katholieke Leergangen 100 jaar bestonden, voelde Van de Wiel zich als 'oud-medewerker' verschuldigd daarover het verhaal Honderd jaar Katholieke Leergangen Tilburg te plaatsen.
Een tweede geliefd onderwerp van Anton van de Wiel was het Tilburgse ofwel het Hasseltse dialect. 'Ze spraken Hasselts, dat is weer iets anders dan Tilburgs. Met heel lange klinkers (aachtentaagentig) en klankveranderingen (zes is zis, dertig is dartig, enzovoort). Van de Tilburgse dialecten heeft, denk ik, het Hasselts het dichtst bij het Unents gestaan.'
Overlijdensadvertentie
Brabants Dagblad
Anton schreef over het 'stads meej Haajkaants' en grappig is de anekdote over de Tilburgse diksjenèèr: Sjaantje: "Moeder, maak munne diksjenèèr mee nor school nemen. De Moeder, druk rammelend mee lepels, verketten, eetgerei op den aanrecht, kortaf :"Ge gaot mar te voet......Dè moessen wij vruger ook !"
Toen Anton zijn honderdste bijdrage leverde aan het geheugen schreef hij voor de gelegenheid een verhaal 'Nummer honderd'. Naast dat hij daarin zijn mede-vrijwilligers van Regionaal Archief Tilburg met namen noemt, refereerde hij ook aan zijn vrouw Marieke. Toen ze 80 jaar werd schreef hij een verhaal over een bijzondere Tilburgse Marieke Valkenaars.
In zijn verhaal over Marieke schrijft Anton over het moment dat hij bij Petrus aan de hemelpoort staat: En als ik straks ook die kanten op moet (want ik word lang geen 100) zal, zo stel ik me voor, Sint Petrus naar me toekomen mee z'n opschrijfbuukske, vur den intake. En dan klinkt er, vanuit de half geopende tussendeur, waarachter de eigenlijke hemel begint, de stem van Sint Jozef (die ken ik, hij was toch mee 't Kiendje in Enschot), die roept: "Petrus, diejen meens, dè is den diejen van Mariet Valk. Lot die mar deur !"
Anton, je verhalen staan in het Geheugen van Tilburg gegrift. Dank je wel daarvoor. Voor wie alle 194 verhalen van Anton van de Wiel wil lezen .... Lees meer.

donderdag 5 juli 2018

Inventarisatie deelcollectie Scryption

In 2011 is een deelcollectie van het voormalig Museum Scryption in Tilburg aan de gemeente geschonken, beheerd door Stadsmuseum Tilburg.

Deze deelcollectie bestaat uit schrijf- en leesmethoden uitgegeven door verschillende uitgeverijen in binnen- en buitenland. De collectie is ingedeeld naar de desbetreffende stad per uitgever en is voorlopig opgeslagen op een stellingkast in het kantoor van het Stadsmuseum Tilburg. Het is de vraag of alle boekjes in de Stadscollectie Tilburg worden opgenomen. Daarvoor moet eerst onderzoek worden gedaan.

Er wordt een inventarisatie van het aantal boeken en schriften per plaats gemaakt en ook wordt de materiële toestand van de boeken en schriften beoordeeld door middel van steekproeven.
Scryption deelcollectie: stapels van boeken en schriften 
op de eerste drie kasten van links naar rechts 
en op de planken 2, 3 en 4 genummerd van onderen af.
Stellingkast in het kantoor van het Stadsmuseum Tilburg

Op de witte blaadjes staan de plaatsnamen 
van de uitgeverijen
Wat is een materiële schadeanalyse ?
Door een materiële schadeanalyse van een collectie te maken wordt beoordeeld in wat voor staat de collectie op dat moment is.
Naast verzuring van papier kunnen ook insecten en schimmels schade hebben aangebracht aan de collectie. Is er sprake van schimmels en/of insecten dan moet de collectie eerst behandeld worden vóór deze kan worden toegevoegd aan een bestaande collectie van een museum of archief.


Collectie uit Baarn



Er is een vochtplek aan de rechterkant
van de bruine kaft. Daar schimmels en
beestjes van vocht en warmte houden
is het belangrijk om dit boek op schade
te beoordelen

 






Bij openen van het boek is er verzuring
van het papier te zien: gelig tot bruin.
Er zijn geen vochtplekken en geen
schimmels




Halverwege het boek is er vuil en foxing.

Foxing ook wel vosse of weervlekken genoemd zijn lichtgele
of lichtbruine of zwarte spikkelvormige  vlekken op papier.
Meestal wordt de aanwezigheid van foxing beschouwd als
 "geen schade aan het object"
uit Schadeatlas archieven


Achtergrondinformatie over Museum Scryption Tilburg 
Museum Scryption Tilburg was een museum voor schriftelijke communicatie, dat in 1988 geopend is aan de Spoorlaan in Tilburg. Het was een voortzetting van het Schrift- en Schrijfmachinemuseum van frater Ferrerius van den Berg CMM (1915-1997), leraar schoon-, steno- en machineschrijven. Hij is in 1949 gestart te verzamelen. In 1954 is de collectie toegankelijk gemaakt voor het publiek, aanvankelijk in het fratershuis, later in de voormalige fabriek van A&N Mutsaers aan de Gasthuisring.    

Het Museum Scryption toonde o.a. de ontwikkeling van het schrift en het schrijven.


woensdag 20 juni 2018

Puk en Muk bewaren in dozen





De boeken van Puk & Muk die tijdens het museumweekend 2018 geëxposeerd zijn in het  Ateliercomplex NS16, zijn weer terug in de dozen van Uitgeverij Zwijsen
en worden bewaard in het Stadsmuseum Tilburg.

 

Waarom kun je boeken het beste in zuurvrije dozen bewaren?

Een boek bestaat uit een boekband en een boekblok. Boekband: het bekleedsel aan de buitenkant van een boek. Boekblok: aan elkaar genaaide of gelijmde katternen van een boek. De eerste boeken van Puk & Muk zijn gedrukt op papier begin 20e eeuw

Papier kan verzuren:
- er is dan een verkleuring te zien van geel naar bruin
- meestal van de rand naar het midden van het vel
- dit fenomeen doet zich vooral vanaf de 19 e eeuw voor
- de oorzaak ligt in de grondstoffen (houtslijp, rosine, lignine, lijmstoffen)
- en externe factoren (licht, luchtvervuiling, hoge relatieve vochtigheid)
- het papier verliest zijn mechanische sterkte en kan erg bros worden
- in een ver gevorderd stadium zullen zo papierfragmenten verloren gaan

Om het verzuren van papier tegen te gaan en ook om de boeken te beschermen tegen invloeden van buitenaf zoals luchtverontreiniging en licht worden de boeken in zuurvrije dozen bewaard

Bruine dozen zijn ongeveer 10 jaar zuurvij
Blauwgrijze dozen zijn ongeveer 30 jaar zuurvrij


Jansen - Wijsmuller & Beuns
Vouwschema 
Vouwinstructiefilm

De Puk en Muk boekencollectie is een deelcollectie van de Educatieve Collectie van Uitgeverij Zwijsen. Omdat Zwijsen steeds minimaal één exemplaar bewaart, is de collectie groeiend. In 2007 heeft uitgeverij Zwijsen de Educatieve Collectie geschonken aan de Gemeente Tilburg, die het heeft overgedragen aan het Stadsmuseum Tilburg.


De Puk & Muk boeken gaan over de avonturen van twee jongens, 
waarbij elk verhaal een moraal heeft.


Dertien Puk en Muk boeken 
van het duo Frans Fransen en Carl Storch
uitgegeven tussen 1927 en 1940
Stadsmuseum Tilburg

Puk en Muk vijfde druk in 1938


Puk en Muk vijfde druk: de eerste bladzijde
het boekblok is los van de boekband
matig vergeeld door verzuring


Puk en Muk vijfde druk
Overige bladzijden zijn niet vergeeld


Puk en Muk en de heks

Puk en Muk en de heks
eerste bladzijde
vergeeld door verzuring van het papier


 
Puk en Muk en de heks
illustraties in kleur


Puk en Muk boeken worden bewaard in bruine dozen

Enige achtergrondinformatie uit: 
Boek Zwijsen: "een passie voor uitgeven; geschiedenis van een educatieve uitgeverij":

In 1846 werd de Drukkerij van het R.K.Jongensweeshuis opgericht (de voorloper van Uitgeverij Zwijsen). De drukkerij/uitgeverij richtte zich in de eerste decennia voornamelijk op het uitgeven van katholieke schoolboeken.
Met de komst van de twintigste eeuw breekt het besef door, dat het kind geen volwassene in zakformaat is, maar een zelfstandig individu met eigen interesses en een eigen belevingswereld. 
In de jaren rond de eeuwwisseling krijgen nieuwe ideeën over de positie van het kind en de nieuwe idealen in kunst en literatuur invloed op de ontwikkeling van de Nederlandse jeugdliteratuur.
De publicaties van de Drukkerij van het R.K.Jongensweeshuis laten zien dat ook de frater-uitgeverij deze ontwikkeling doormaakt, met deze kanttekening dat het kinderboek een duidelijke plaats krijgt binnen de katholieke opvoeding.

De meest populaire reeks kinderboeken die door het R.K.Jongensweeshuis uitgegeven zijn, zijn de verhalen over Puk en Muk, twee kabouterfiguurtjes. De auteur is Frans Fransen, een schrijversnaam van frater Fransiscus Xaverius van Ostaden. Frans Fransen is niet de schepper van Puk & Muk. Die eer komt Carl Storch (1868-1955) toe.
Carl Storch heeft een voorliefde voor karikatuurtekeningen. Al in 1905 maakt Storch tekeningen van Puk en Muk met korte teksten voor het Duitse tijdschrift Der Seraphischer Kinderfreund; verhaaltjes waarin Puckchen en Muckchen de hoofdrol spelen.
Omstreeks 1925 krijgt Frans Fransen Der Seraphischer Kinderfreund in handen. Hij is  onmiddellijk gefascineerd door de tekeningen van Carl Storch. Bij ongeveer 50 tekeningen van deze illustrator schrijft hij het eerste Nederlandse Puk en Muk verhaal. Het verschijnt in De Engelbewaarder en in 1927 als boek. In veertien jaar tijd verschijnen zo dertien boeken van het duo Frans Fransen en Carl Storch:

1927 Puk en Muk
1932 Uit Klaas-Vaakland
1932 Puk en Muk en Moortje naar Amerika 
1935 Puk en Muk en de heks
1937 Reizen van Puk en Muk 1
1937 Reizen van Puk en Muk 11 
1937 Puk en Muk door afrika 1
1937 Puk en door afrika 11
1939 Puk en Muk in China
1939 Puk en Muk op de tandem
1940 Puk en Muk thuis
1940 Muk en de drakendoder
1940 Puk en Muk naar de maan

Na de Tweede Wereldoorlog verschijnen er nog vier Puk en Muk-boeken met illustraties van Leo van Grinsven, maar deze hebben minder succes. Door de oorlog zijn de banden met Carl Storch verbroken, wat vooral te merken is aan de illustraties die aanzienlijk minder aanspreken.

donderdag 14 juni 2018

Collectiebeheer: nieuwe medewerker Claudia Cotino

Claudia Cotino met een zilveren schaal
uit de stadscollectie
Claudia Cotino is een nieuwe (vrijwillige) medewerker voor een werkervaringsplaats bij Stadsmuseum Tilburg. In het kader van haar studie collectiebeheer maakte Claudia al eerder kennis met Stadsmuseum Tilburg en Regionaal Archief Tilburg. De liefde voor objecten en het graag zorgen daarvoor, maakten dat Claudia zich vrijwillig aanbood bij het stadsmuseum dat beschikt over een bescheiden, doch aardige collectie.

De collectie werd gevormd vanaf ca. 1916 toen enkele Tilburgers objecten aan de gemeente gingen schenken om te bewaren voor het nageslacht. Het eerste object was een weefstoel, gevolgd door onder andere een spinnewiel, olielampjes, schilderijen, een kruik, vaandels en andere unieke objecten. Het zou duren tot circa 1930 toen de gemeente twee musea ging faciliteren: een Volkenkundig Missiemuseum en een Natuurhistorisch Museum. Geen museum voor de 'folkloristische' verzameling, zoals de bevlogen Tilburgers tot hun spijt constateerden.

Wellicht werd er na de oorlog een perspectief geboden met de komst van een Tilburgs museum waar de kunstnijverheid en de textiel centraal zouden staan? Daarvoor werd in 1954 de Stichting Textielmuseum opgericht. Een aantal vroeg verzamelde objecten gingen echter pas in de jaren 1970 over naar het toen geheten Nederlands Textielmuseum. Er was wel ruimte voor de volklompen, de weefspoelen en een enkel vaandel, maar de schilderijen en de collectie over Willem II pasten ook daar niet in het verzamelbeleid.

Tentoonstelling in 1924 met voorwerpen die nog
steeds in beheer van Stadsmuseum Tilburg zijn
De objecten belandden in het archief: een plek waar ze eigenlijk helemaal niet thuis horen. Een archief verzamelt namelijk papier en documenten, maar geen objecten. Met de verhuizing van het archief uit het paleis naar de Kazernehof verhuisden de voorwerpen mee. In de loop der jaren werden er talloze inventarislijsten gemaakt, maar meer dan een constatering van wat er was, kwam er niet.

In 2004 werden de plannen voor Stadsmuseum Tilburg gevormd. De tot dan toe verzamelde voorwerpen werden als het ware toegeëigend aan het in 2007 opgerichte Stadsmuseum, maar kregen geen officiële status. Pas in 2015 en 2016 is de gehele collectie beschreven door Ronald Peeters, voormalig hoofd Stadsmuseum Tilburg. Met zijn pensionering was de beschreven collectie de erfenis die hij naliet. Daarbij had hij de objecten al gesorteerd en laten veilig stellen in kleine depotruimtes aan de Goirkestraat en de Kazernehof.

Schaal 'Frauenschaft Tilburg Oktober 1940'
Vanaf 2017 is Petra Robben bezig om de collectie te ordenen, wederom overzichten te maken en in te delen in thema's. De voorwerpen moeten langs een 'museale weegschaal' om ze op waarde te schatten omdat ze min of meer 'toevallig' in de collectie terecht zijn gekomen. Toch leverde een eerste grove weging het inzicht op dat er weinig tot geen niet-Tilburgse objecten zijn verzameld. Dus alles wat in huis is, heeft vrijwel altijd een relatie met de stad. Naast het maken van afwegingen, wordt er voorbereidend werk gedaan om de collectie digitaal toegankelijk te maken in de Brabant Cloud, zodat die zichtbaar wordt op de website Brabants Erfgoed.

Voor het fysieke behoud van de collectie, het verpakken in dozen, het op orde brengen van het depot, is Claudia Cotino een nieuw gezicht binnen het Stadsmuseum. Gezien de lange, lange weg die de voorwerpen hebben afgelegd, zijn ze wel toe aan wat aandacht, liefde en zorg. Het stadsmuseum is blij met de komst van Claudia Cotino.

dinsdag 12 juni 2018

Oud-leerlingen Vuurvogel Tilburg dragen gedenksteen over

B. Jochems (l) en F. Mols (r)
Van een communicatief naar een cultureel geheugen: vaktaal voor het overdragen van een gedenksteen van de oudere generatie die de oorlog nog zelf heeft meegemaakt naar een jongere generatie.

Bernard Jochems (89)  en Frans Mols (91)  zaten vroeger op de Openbare Lagere School III aan de Korte Schijfstraat in Tilburg. In het schooljaar 1940-1941 zaten ze in de zesde en zevende klas. Het grote aantal leerlingen was toen nog geen issue: meer dan 50 kinderen in een combinatieklas was heel gewoon. Toen het nieuwe schooljaar in 1941 begon, bleken er ineens een aantal Joodse leerlingen verdwenen. De Duitse bezetters hadden maatregelen getroffen: Joodse kinderen moesten naar een aparte school.


Bij de klassenfoto's van nu en 1940-1941
In 1997 organiseerde Jochems een reünie voor de oud-leerlingen van de school. Ze herinnerden zich de Joodse leerlingen en vernamen hun lot: vijf leerlingen kwamen om in concentratiekampen. Voor de gelegenheid maakte oud-klasgenoot Piet de Vries een steen en Frans Mols maakte een roestvrijstalen bak er omheen.

Anno 2018 dragen Jochems en Mols de stenen over aan een jongere generatie: de huidige leerlingen van Kindercampus De Vuurvogel in de Eikstraat. De directeur Brigitte IJpelaar is er blij mee: 'Zo blijft de herinneringen aan oud-leerlingen levend en realiseren we ons hoe (vuur)vogelvrij we vandaag de dag mogen zijn.'

Brigitte IJpelaar laat
de gedenksteen zien
Leerlingen van De Vuurvogel stelden vragen over de oorlog. Of Jochems en Mols weleens bang waren geweest en of de Joodse leerlingen gepest werden. 'Nee,' zei Frans Mols, 'het waren gewoon kinderen net als wij allemaal.' Ook de zoon van een NSB-er hoorde er gewoon bij. Meneer Jochems gaf aan dat anders-zijn geen reden mocht zijn tot uitsluiting. Was dat maar een leidende gedachte geweest in de jaren 1940-1945. Met de
overdracht van de gedenksteen van Jochems en Mols naar de basisschool van 2018 blijven de namen van de vijf Joodse leerlingen in ieder geval in herinnering.

Tom Tacken schreef een uitgebreid artikel in Brabants Dagblad.

dinsdag 22 mei 2018

1997 - 22 mei - 2018 Een steen ter herinnering

Een van nature gespleten steen.
Ter herinnering aan oud-klasgenoten
22 mei 1997
Op 22 mei 1997 herdacht een aantal oud-leerlingen hun voormalige klasgenoten met twee gedenkstenen. Toeval of niet, op 22 mei 2018 nam Stadsmuseum Tilburg de twee stenen in beheer nadat die een aantal jaren in particuliere handen waren geweest.

ALS DEZE STEEN ZIJN WIJ
RUW GESCHEIDEN
DOOR HELSE KRACHTEN BUITEN ONS
BLIJVEN WIJ ALTIJD
EEN DEEL VAN ELKAAR

Een 75-jarig bestaan werd in 1997 gevierd door de Openbare Lagere School De Vuurvogel, de vroegere Openbare Lagere School No. 3 aan de Korte Schijfstraat. Piet de Vries was een van de oud-klasgenoten uit de zesde en zevende klas in het schooljaar 1940-1941. In 1996 begon hij met enkele anderen aan de voorbereidingen van een reünie, zo blijkt uit het Brabants Dagblad van 27 september 1996. Een klassenfoto hielp destijds bij het opsporen van de leerlingen.

Vijf van de klasgenoten overleefden de Tweede Wereldoorlog niet: Isaac Buchen, Lore Cohen, Klaus Deen, Lex van Leeuwen en Roosje Mozes. Tussen 1942 en 1945 kwamen zij om in Auschwitz, Sobibor en Polen, zo blijkt uit het opschrift op de tweede steen.

OUD-LEERLINGEN HERDENKEN HUN KLASGENOTEN
KLAS 6 / 7 OPENBARE LAGERE SCHOOL No. 3
SCHOOLJAAR 1940-1841

De zesde en zevende klas in 1940-1941
OLS No. 3 Korte Schijfstraat
22 mei 1997 dachten de leerlingen terug aan hun klasgenoten. Morgen, 23 mei 2018, komen leerlingen van OBS De Vuurvogel naar Regionaal Archief Tilburg / Stadsmuseum Tilburg in het kader van Herdenken & Vieren van de Tweede Wereldoorlog. De leerlingen van 2018 horen voor het eerst over hun voormalige schoolgenootjes wiens namen nog steeds in gedachten blijven:

Isaac Buchen, Lore Cohen, Klaus Deen, Lex van Leeuwen en Roosje Mozes.

dinsdag 15 mei 2018

Burgemeester Weterings kiest schilderij uit Stadsscollectie Tilburg


De intocht van koning Willem II in 1841 siert burgemeesterskamer

‘Dat schilderij wil ik op mijn kamer,’ zei burgemeester Theo Weterings toen een stadsgids van Tilburg het hem liet zien. Het gaat om de intocht van koning Willem II in 1841 in de Zomerstraat, een schilderij uit de stadscollectie beheerd door Stadsmuseum Tilburg.
Nadat Willem II in 1840 tot koning was gekroond, maakte hij in 1841 feestelijke tochten door de provincies van het rijk. Zo deed hij op 29 april Tilburg aan, waar hij bij de herberg De Vier Winden door het gemeentebestuur werd verwelkomd. Er vormde zich een stoet, bestaande uit een artillerie, een erewacht te paard, de harmonie, de schutterij en de drie gilden. Het schilderij beeldt het moment af dat de koning te paard in de Zomerstraat rijdt. Links en rechts staan er wuivende burgers en kinderen. In het pand rechts, met uithangbord, woonde koperslager Smulders. Na de intocht volgde een feestmaaltijd die werd opgeluisterd door de Harmonie (de voorloper van de N.K. Harmonie) en leerlingen van de lagere school. Nog om tien uur ‘s avonds ging de koning te voet door de feestelijk versierde straten van Tilburg. Het feest duurde tot diep in de nacht, waarna de koning ging slapen in zijn hotel.
J. van Dijk. Intocht koning Willem II (1841)
Het historiestuk is geschilderd door Jan van Dijk, een jonge schilder uit Tilburg die geboren werd in Waalwijk in 1817. Van Dijk doorliep de Koninklijke School in Den Bosch, studeerde in Antwerpen en won in 1847 de Prix de Rome. De stijl van Van Dijk is bepaald door zijn Antwerpse leermeester, Gustaaf Wappers. Naast het genoemde historische werk maakte Van Dijk vooral veel religieuze voorstellingen. Het uit 1841 daterende schilderij werd ruim honderdvijftig jaar later, in 1998, geschonken aan de gemeente Tilburg door nazaten van de Tilburgse koperslager Smulders, wiens uithangbord in de Zomerstraat op het feestelijke schilderij werd verbeeld. In 2018 werd het schilderij gerestaureerd door Kees Ypelaar.
Het schilderij uit 1841 hangt vanaf 15 mei naast een foto uit 2017 van Koning Willem Alexander tijdens zijn bezoek aan Tilburg.

woensdag 2 mei 2018

Een Tilburgse identiteit: 40 jaar La Poubelle

'Op 2 mei 1968 werden we overspoeld met spullen. Het was zo ontzettend veel. Dit brengen van spullen is nooit opgehouden,' zo zei Gerrit Poels nadat hij de dag ervoor een hulpcentrale aan de Poststraat had opgericht. In 2003 schreven Henk van Doremalen en Paul Spapens over een kwart eeuw La Poubelle. Nu, vijftien jaar later, is La Poubelle er nog altijd: al veertig jaar een Tilburgse identiteit.
La Poubelle

De hulpcentrale ging van start op 1 mei 1968. De Broeders van Liefde hadden een huis aan de Poststraat gehuurd, nummer 35. Het kerkelijk ideaal dat in de jaren 1960 tanende was, kreeg zo zijn voortgang, zij het in seculiere vorm. Er was geen geld om spullen te kopen en al snel stonden er talloze Tilburgers op de stoep met tafels, dekens en stoelen.


De Poststraat werd na twee jaar verlaten en de centrale vond onderdak in het grote pand Nieuwlandstraat 38, naast de Belgische bonbonwinkel. 'Poels' werd al snel een begrip in Tilburg, dat iedereen herkende. Wederom werden er spullen geleverd, zelfs zoveel dat er opslagruimtes bij moesten komen. Vanuit deze enorme toeloop en aanwas van gebruikte spullen, is La Poubelle ontstaan.


De Volkskrant, 21 april 1981
In 1975 werd de Stichting La Poubelle bij de notaris ingeschreven. Het doel van de stichting was ideëel te noemen: het verlenen van hulp aan maatschappelijk en / of geestelijk in nood verkerende mensen ongeacht hun ras, afkomst, verleden of levensbeschouwing. De stichting zou hiervoor werkgemeenschappen of 'kommunauteiten' oprichten. Leden ervan moesten zich laten leiden door dienstbaarheid.

Na diverse locaties zoals de Lambert de Wijsstraat en de Stedekestraat vestigde La Poubelle zich in 1996 aan de Havendijk. De geest van Poels en de dienstbaarheid klinken er nog altijd in door. Zo staat er bij de veel gestelde vragen op de website: 'Wanneer kom je voor de goederenbank in aanmerking?' Als antwoord wordt gegeven:
Als je in hoge financiële nood zit. Je financiële situatie moet zo ernstig zijn dat je de goederen niet kunt kopen, ook niet in onze kringloopwinkel waar ze al goedkoop zijn. Als je de goederen misschien wel kunt kopen maar dan geen geld meer hebt voor de huur, energie, eten of andere noodzakelijke uitgaven, dan kom je ook in aanmerking.
Processen van identiteitsvorming zijn gebaseerd op onder andere de continuïteit vanuit het verleden. Daarnaast worden identiteitskaders gevormd door geografische nabijheid en door gedeelde overtuigingen en activiteiten. Pater Poels of La Poubelle is voor vele Tilburgers al veertig jaar een bekend begrip in de stad: Poststraat, Nieuwlandstraat, Stedekestraat, Lambert de Wijsstraat en de Havendijk. Ook het gedachtengoed is na al die jaren nog hetzelfde te noemen: La Poubelle kan met recht een Tilburgse identiteit worden genoemd.

Bron: Henk van Doremalen en Paul Spapens, Bestaan is anders verder gaan. Een kwart eeuw La Poubelle (Tilburg 2003). Het boek is te raadplegen in de bibliotheek van Regionaal Archief Tilburg.

donderdag 26 april 2018

Puk en Muk Museumweekend op foto's en film

Collectie Uitgeverij Zwijsen
Beheer Stadsmuseum Tilburg
Puk en Muk! Ja, zo ken ik ze nog! Een veelgehoorde uitspraak tijdens het nationaal museumweekend waarbij Stadsmuseum Tilburg uit de collectie de boekjes van Puk en Muk tentoonstelde én de clichés onder de drukpers legde.

Op zaterdag werd de activiteit geopend door Ludo Stroobants, directeur van Uitgeverij Zwijsen. Met een druk op de knop zette hij de Vermijs-pers in werking. Vele Puk en Mukafbeeldingen werden tijdens het museumweekend gedrukt en iedere bezoeker kreeg een exemplaar mee naar huis.
Gert-Jan de Graaf (Stadsmuseum Tilburg) 
Ludo Stroobants (Uitgeverij Zwijsen)
Het museumweekend trok veel belangstelling. Er waren maar liefst 350 mensen komen kijken naar de herinneringen uit hun jeugd. Mensen uit Den Bosch, Oirschot en uiteraard Tilburg verteleden over hun herinneringen. Bij de ene was er thuis geen geld om de boekjes te kopen. Puk en Muk moesten geleend worden via de klassenbibliotheek. Omdat de boekjes altijd gekaft waren, hadden velen geen idee van de kleurrijke voorkaften.

Fraters van Tilburg (rechts) kijken naar drukker Frans de Kock
Bijzonder was het verhaal van mw. Theeuwes-Van Hest. Toen haar ouders een huwelijksjubileum vierden, schreef zij een verhaal in de trant van Puk en Muk en Klaas Vaak met bijbehorende afbeeldingen. Het meest bijzonder was de komst van de heer Puk van Dongen, die in 1945 werd geboren als een van een tweeling. Zijn broer werd Muk genoemd en het tweetal werd regelmatig gevraagd om boeken te komen signeren.

Advertentie 1945
Nieuwsblad van het Zuiden
Tijdens het Museumweekend maakte Omroep Tilburg een filmpje. Daarbij zijn er een aantal foto's gemaakt, die geplaatst zijn in het Facebook-fotoalbum van Stadsmuseum Tilburg.

vrijdag 6 april 2018

Puk en Muk in herdruk tijdens Nationaal Museumweekend

 Ken je ze nog, de boekjes van Puk en Muk? Haal herinneringen op tijdens het Nationaal Museumweekend op 14 en 15 april. Stadsmuseum Tilburg toont de befaamde boekjes van Puk en Muk uit de collectie van Uitgeverij Zwijsen en de afbeeldingen worden herdrukt waar je bijstaat.

Puk en Muk waren de hoofdpersonen in een serie kinderboeken van de Drukkerij van het Roomsch Katholiek Jongensweeshuis, de voorloper van Uitgeverij Zwijsen. De avontuurlijke jongetjes, die samen met vele anderen bij Klaas Vaak woonden, maakten reizen naar Amerika, China en Afrika. Zij ontmoetten er een drakendoder, vlogen om de wereld, fietsten op een tandem en gingen zelfs naar de maan.
Puk en Muk behoorde tot een van de meest populaire reeksen van kinderboeken. In totaal zijn er meer dan een kwart miljoen boeken van gedrukt. De schrijver van Puk en Muk was frater Franciscius Xaverius van Ostaden, ofwel Frans Fransen. De illustraties waren van de Oostenrijkse illustrator Carl Storck. Samen maakten zij twaalf boeken tot aan de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog verschenen er diverse Puk en Mukboeken gemaakt door anderen. Die van Frans Fransen en de Carl Storck bleven echter het meest populair.

Tijdens het Museumweekend worden de boekjes geëxposeerd en de afbeeldingen van Puk en Muk opnieuw gedrukt in de ateliers van NS16. Daar staat de Vermijspers, een Grafix proefpers uit de jaren vijftig, die door grafici / kunstenaars nog altijd intensief wordt gebruikt. Tijdens het Museumweekend demonstreren de BHK-drukkers de pers door afdrukken te maken van de originele cliche’s. Dat zijn de drukvormen van Puk en Muk van vóór de oorlog, afkomstig uit de drukkerij van Zwijsen.

Kom kijken naar Puk en Muk op zaterdag en zondag 14 en 15 april van 11.00 tot 17.00 uur. Locatie: Ateliercomplex NS16, ingang via de Goudenregenstraat. De toegang is gratis.

De boekjes van Puk en Muk en de clichés zijn onderdeel van de historische collectie van Uitgeverij Zwijsen, beheerd door Stadsmuseum Tilburg.

vrijdag 30 maart 2018

Beleef WOII in Tilburg via Instagram

Tilburgse jongeren betrokken bij project ‘Herdenken en Vieren’ met Instagramkanaal

Stadsmuseum Tilburg start op 3 april een Instagram-project waarmee men een maand lang de belevenissen van een jong Tilburgs meisje in de Tweede Wereldoorlog kan volgen. Zij was 15 toen Tilburg in oktober 1944 bevrijd werd.

Het Instagram-account is gebaseerd op de belevenissen van de bestaande (en nog levende) Marie-Jes van Ierlant, die tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Heuvelstraat in Tilburg woonde. Haar persoonlijke ervaringen, herinneringen en verhalen worden aangevuld met historische feiten en archiefmateriaal, en verrijkt met de social media-mogelijkheden van nu. Het account is te volgen via @mariejestilburg en onder de #wijherdenkenenvieren.

Geschiedenis en actualiteit
“We willen een jonge doelgroep bereiken, het gesprek aanwakkeren en geschiedenis en actualiteit met elkaar verbinden,” vertelt projectleider Berny van de Donk. Door te werken met het populaire Social Media-kanaal Instagram hoopt het Stadsmuseum bovendien dat de doelgroep 10- tot 12-jarigen de Tilburgse historie op een laagdrempelige manier leert kennen. “Dit doen we door echte verhalen te vertellen door de ogen van een leeftijdsgenootje in dezelfde stad. Door oud en nieuw naast elkaar te laten zien. Door niet alleen feiten te noemen, maar ook te benoemen wat een 11- tot 15-jarige toen voor spelletjes speelde. En door archiefbeelden te mengen met stickers, hashtags en gifs. Kinderen kunnen hun vragen onder een post stellen aan een medewerker van het Stadsmuseum.”

Gesprek aangaan
Daarnaast is het natuurlijk mooi als niet alleen basisschoolleerlingen, maar iedereen die iets wil weten over Tilburg ten tijden van de Tweede Wereldoorlog het account volgt. “We hopen dat ouders en kinderen, en kinderen onderling, door het account het gesprek met elkaar aangaan”, aldus Van de Donk.

Lesprogramma
Het Instagram-account past prima bij een nieuw lesprogramma voor groep 7 en 8 van Tilburgse basisscholen. Er hoort ook een stickerboek bij voor de leerlingen, met plaatselijke oorlogs- en verzetsverhalen uit die tijd plus veel verwerkingsopdrachten. Stadsmuseum Tilburg heeft dit lesprogramma ontwikkeld op verzoek van gemeente Tilburg, het Plaatselijk Comité Nationale Herdenking 4 mei Tilburg en het Oranje Comité Tilburg. Dit jaar proberen zeven basisscholen het nieuwe lesprogramma uit. Volgende jaren kunnen meer scholen in Tilburg meedoen.

Achtergronden
Voor het idee, de invulling en uitwerking van het Instagram-project werd LiveWall Group uit Tilburg benaderd: “Analoog en digitaal hoeven elkaar allesbehalve tegen te werken,” vertelt Sanne Stenvert, hoofd Communicatie bij LiveWall. “Je slaat een brug tussen het lesprogramma en de leerlingen met een doelgerichte strategie; een visueel dagboek, dat te allen tijde te bekijken is.”

Het stickerboek is gemaakt door Ontwerphaven en Buro Vonkstof. Ook bevat het tekeningen van Jeroen de Leijer.

woensdag 28 maart 2018

Collectie Zwijsen: 'Voor de misdienaars. Handleiding voor de Goede Week'

Collectie Stadsmuseum Tilburg / Uitgeverij Zwijsen
Zo op Goede Vrijdag vind je zomaar ineens tussen de talloze boekjes van Uitgeverij Zwijsen een Handleiding voor de plechtigheden der Goede Week. 'Voor onze misdienaars,' zo staat er geschreven. De uitgave is van de Drukkerij van het R.K. Jongensweeshuis, daterend van 1920. Het kleine boekje bevat drie onderdelen: Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Paasch-Zaterdag. Een instructieboekje met 31 pagina's, geen plaatjes en vooral veel tekst. 'Op eenvoudige, duidelijke wijze zijn de handelingen voor Misdienaars uiteengezet,' zo lezen we in het voorwoord van de samensteller.

'Voortdurend gescheld'
Er was een onderscheid tussen plechtigheden met drie heren en die met één heer. Tijdens Witte Donderdag met drie heren moest er onder 't Gloria in Exelcis Deo' voortdurend worden gescheld. Onder het Evangelie moest misdienaar I naar de sacristie lopen, de koorkap nemen en naar het priesterkoor lopen. Misdienaar II nam het kazuifel van de priester en hing het op aan de lessenaar of bracht het naar de sacristie. Tijdens de bewieroking haalde nummer III het schoudervelum en hing het de priester om. Ook bij de Goede Vrijdag was er een taakverdeling tussen de die misdienaren. Voor de Paaszaterdag was er een schema waar ieders plaats was achter het altaar: nummer III links van de priester, daarnaast de diaken en misdienaars I en II uiterst rechts.

Constant drie misdienaars
Al was er maar één heer, de drie misdienaars waren een constante factor tijdens de Goede Week. Wederom bij Witte Donderdag was er een instructie voor wie het wierookvat haalde, wie het processiekruis moest ophalen en wie het schoudervelum van de priester wegbracht. Bij Goede Vrijdag legde nummer I het boek open op het altaar en spreidden II en III het tapijt, dat bestemd was voor de kruisverering, uit op de onderste trede in het midden van het altaar.

Paasch-Zaterdag
Voor het verlaten van de sacristie was er een volgorde van de misdienaars: nummer I voorop met ledig wierookvat en scheepje; nummer II was de Kruisdrager en nummer III hanteerde wijwater en kwast. De protocollen blijven zich gedurende de zaterdagse Paasdienst zich herhalen. Niet zoals in een gewone H. Mis, maar enigszins afwijkend, moest nummer I ratelen als de priester de trappen afdaalde, nummer II moest schellen onder het 'Gloria' en nummer III moest zorgen voor veel wierook.

Aanhangsel
In het achterste deel van het kleine instructieboek volgde nog een aanhangsel, ofwel in korte punten de volgorde van de misonderdelen voor de Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Paasch-Zaterdag. Of het boekje bestemd was voor de grote of de kleine misdienaars, is nergens duidelijk. Konden de jonge jongens dit anno 1920 begrijpen en onthouden? Zouden de jongens en mannen van 1920 deze protocollen uit het hoofd moeten leren? Of waren zij vertrouwd met de rituelen van in dit geval de Goede Week? Tegenwoordig zou het te tekstueel zijn, te weinig visueel en bovenal allesbehalve aantrekkelijk.

'Op het einde zegt de priester:
Ite missa est. Alleluja, Alleluja!

De drie misdienaars antwoorden gezamenlijk:
Deo gratias. Alleluja, Alleluja!'



Voor meer onderzoek:

Collectie Stadsmuseum Tilburg, Uitgeverij Zwijsen, ZE 746, Handleiding voor de plechtigheden der Goede Week (Tilburg 1920).

donderdag 8 maart 2018

Vrouwenportretten in Stadscollectie Tilburg

SMT 00053 L.C.M. van den Bogaert
8 maart 2018 Internationale Vrouwendag. De Tilburger Stefan Aarts pleit voor een straatnaamvermelding van Riek Flipse, een van de vele vrouwen waaraan Tilburg veel te danken heeft. Al eerder kreeg stadsgenote Miet van Puijenbroek een standbeeld onder andere vanwege haar inspanningen om het TextielMuseum in de Goirkestraat een volwaardige plek te geven. Iconisch voor de stad is Coba Pulskens, dé verzetsheldin tijdens de Tweede Wereldoorlog. Daarnaast kennen we uiteraard de 12-jarige Marietje Kessels.

In hoeverre er Tilburgse vrouwen vertegenwoordigd zijn in straatnamen of collecties is nog weinig onderzocht. Laat we eens bezien hoe de dames vertegenwoordigd zijn in de stadscollectie van de gemeente Tilburg.

De stadscollectie is verdeeld in diverse thema's zoals verenigingsleven, gemeente en bestuur en Willem II. Naast Anna Paulowna in laatstgenoemde collectie, kunnen we alleen nog maar afbeeldingen van
SMT 00080 Maria van Overzee
vrouwen vinden in de serie portretten. Het zijn er slechts enkele:

  1. M.M.A. van der Voort (1796-1875). Echtgenote van J.N. Diepen. Het portret hangt in het Paleis-Raadhuis. 
  2. L.C.M. van den Bogaert, 1870-1952. Echtgenote van J.E. van Vollenhoven.
  3. M.E. de Groot, 1768-1814. Geen relatie met Tilburg, maar in de collectie vanwege de schilder Adriaan de Lelie. 
  4. Maria van der Leij, 1784-1844. De geportretteerde heeft eveneens geen relatie met Tilburg maar behoort tot een legaat van Jacobus van Vollenhoven die zijn collectie aan de stad Tilburg naliet in 1958. 
  5. Maria van Overzee, 1739-1820. Collectie Van Vollenhoven. 
  6. Agnes Nieuhof. Collectie Van Vollenhoven.
  7. Henriëtte van Maanen (1833-1927). Collectie Van Vollenhoven.
  8. Johanna van Spaendonck (1862-1902) Echtgenote van Joseph Houben, firmant van C & J Houben, een lakenververij in Tilburg.
  9. Dorothea van der Woude (1870-1951)  
  10. Maria Verbunt-Baesten (1755-1820)
  11. Maria Theresia Baesten (1760-1836)
  12. Arnolda F.J. Baesten (1762-1833)
  13. Maria J.E. Baesten (1765-1843)
  14. Godefrida L. Baesten (1768-1833). 
SMT 00079 M.E. de Groot
Weinig bekende namen aldus, én daterend van de achttiende en negentiende eeuw. 

Laat ons nu echter niet in de gordijnen klimmen omdat dé vrouwen van Tilburg onderbelicht zijn. Dit gering aantal portretten geeft immers wel een tijdsbeeld en weerspiegelt hoe er in het verleden gedacht werd over verzamelen van collecties. Daarbij zijn er waarschijnlijk in de loop der tijd veel meer vrouwen geportretteerd, maar niet in de stadscollectie beland. Voorts zijn er uiteraard tekeningen en foto's gemaakt, die zich of in privécollecties bevinden of in die van bijvoorbeeld de Brabant Collectie. Daarnaast zijn er uiteraard een flink aantal publicaties over Tilburgse vrouwen, zoals blijkt uit de bibliotheekcollectie van Regionaal Archief Tilburg.

Toch ben ik blij met het initiatief van Stefan van Aarle die ijvert voor een straatnaam voor Riek Flipse. Het zet ons weer even op scherp om te bezien hoe het gesteld is met de verbeelde representatie van vrouwen in het Tilburgse erfgoed. Voor wat betreft de portretten in de stadscollectie is dat bijzonder weinig.






woensdag 7 maart 2018

Burgemeester kiest schilderij intocht Willem II


Tijdens een rondwandeling van stadsgids Gerard Otten vernam burgemeester Theo Weterings dat er een schilderij was waarop de intocht van koning Willem II in Tilburg werd verbeeld. Op zijn vraag waar dat schilderij dan was, werd geantwoord dat het eigendom was van de gemeente, in beheer door Stadsmuseum Tilburg. Dat kwam mooi uit, omdat de burgemeester bij zijn bezoek aan Regionaal Archief Tilburg op 16 februari jl. tegelijkertijd kennis kon maken met Stadsmuseum Tilburg. Na een introductie van

Gert-Jan de Graaf, die directeur is van het archief en tevens hoofd Stadsmuseum, vertelde Petra Robben over het succes van 2017: het stickerboek met Koningsdag. Ook was vorig jaar de Willem II-collectie aanleiding voor diverse televisiekanalen om een bezoek te brengen aan de stad. De link met Willem II - als voorvader van de huidige koning Willem-Alexander - blijft sterk.

Theo Weterings wil voor op zijn burgemeesterskamer dan ook twee afbeeldingen combineren: enerzijds de intocht van koning Willem II in 1841, anderzijds het bezoek van de vijftigjarige Willem-Alexander aan de stad in 2017. Een tweeluik aldus, waarvoor Stadsmuseum Tilburg een van de twee beelden mag leveren. Het schilderij werd uit het depot gehaald dat zich in de Goirkestraat bevindt. Vervolgens werd het naar een restaurateur gebracht. Het resultaat wachten we af!

De burgemeester kreeg nog een mooi collectiestuk te zien, namelijk het haarschilderij van Marietje Kessels. Stadsmuseum Tilburg kreeg het in beheer nadat de familie Kessels het aanbood aan de gemeente Tilburg.

De foto's zijn gemaakt door William van der Voort