dinsdag 5 december 2017

Sint Nikolaas in Roomsche tijden 1931


Dat erfgoed en tradities allesbehalve statisch zijn, blijkt onder andere uit een leesboekje uit 1931. Het sinterklaasfeest vanuit een Rooms perspectief: over stoute en brave kinderen, over boze Pietermannen en goede Sinten en over het geven van stichtelijke kado’s.

In de Collectie Zwijsen, beheerd door Stadsmuseum Tilburg,  bevindt zich een aantal leesboekjes. Toen we vandaag in de collectie aan het zoeken waren naar enkele Puk- en Mukboeken, stuitten we op een boekje over Sinterklaas uit 1931. Hoe werden Sint en zijn Piet in de jaren dertig bij de jeugd geïntroduceerd?

In de Roomsche Reeks voor katholieke jongens en meisjes verscheen het leesboekje Sint Nikolaas, uitgave van het R.K. Jongensweeshuis te Tilburg. Op de voorkaft zien we de heilige Sint, een boos kijkende Piet en een jongetje dat allesbehalve blij kijkt.

Het verhaal gaat over Oom Jan die jarig is op 5 december en toevallig tegelijk met Sinterklaas. 'Nog 'n feest. Weet je, wat heel prettig is? Oom Jan verjaart juist op Sint Ni-ko-laas-a-vond.' Even wordt er nog getwijfeld of Sinterklaas wel zal komen. 'We zijn toch heel braaf geweest, moe?' vraagt een van de kinderen. Moeder beaamt: 'O, zo braaf.'

Een van de kinderen is Betje, die bang is voor zwarte Piet. Ze kruipt achter een van haar broertjes. De kinderen worden gewaarschuwd voor Zwarte Piet: 'Pas maar op, dat hij je niet in de zak stopt!' Na wat gebons en schrikbewegingen staat Zwarte Piet opeens in de deur. 'Hij ziet zoo zwart als roet.' De kleine Frans krijgt het zwaar, want hij moet in de zak. 'Er in! Er in! bromt Zwarte Piet. Ik zal 't nooit meer doen, schreeuwt Frans. Er in! Er in! Mee naar Span-je! Frans huilt heel hard, ó zoo hard!'

Zwarte Piet strijkt over zijn hart en vraagt of Frans anders wel goed braaf is. Oom antwoordt dat hij in de kerk altijd goed bidt. De bange Frans mag eindelijk uit de zak. Zwarte Piet gaat weg en Sinterklaas verschijnt. Van deze goedheiligman zijn de kinderen in het geheel niet bang. De Sint heeft twee knechtjes bij zich die niet zwart zijn. Ze hebben mooie rode pakjes aan.

De kinderen krijgen kado's als een kookkacheltje, een bouwdoos, een drukdoos en een pop. De kinderen zijn er blij mee. Allen hebben echter nog iets bijzonders gekregen: een mooie plaat. De plaat die de kleine Frans krijgt gaat over het Heilig Huisgezin met de H. Jozef en kindje Jezus. De plaat van Wim gaat over Onze Lieve Heer en de apostelen met de tekst: 'Laat de kleinen tot mij komen.' Wiesje en Betje hebben een plaat gekregen met 'Moeder van God' en de 'Heilige Jozef'.

's Morgens is de tafel vol gezet met allerlei speelgoed. De kinderen springen hun bed uit en maken een kruisje met wijwater, zo staat er in het boekje geschreven. Kleurkrijt, een jurk, een wiegje, chocoladeletters, taai-taaimannen, suikerpoppen en speculaas. De kinderen gaan spelen en 'Zoo gaat 't Sint Ni-ko-laas-feest pret-tig voor-bij.'

Het erfgoed van Sint en Piet verandert dus met de tijd. In 1931 was er een andere opvatting over de inzet van de goedheiligman en zijn knecht. Het Roomse boekje geeft ons een fraai inzicht in de waarden en normen van tachtig jaar terug.

Geen opmerkingen: