vrijdag 21 oktober 2016

Indische buurten #Tilburg

Website Indische buurten
Al eerder schreven we op de website van Regionaal Archief Tilburg over het project 'Indische buurten', de naam van een publicatie die medio 2017 zal verschijnen. Het is een landelijk project op initiatief van de geograaf Dick Rozing. Hij schreef heemkundekringen en archieven aan met de vraag of de stad wilde deelnemen aan het beschrijven van Indische buurten. Voor Tilburg nam Petra Robben die beschrijving voor haar rekening. Ter voorbereiding op de publicatie is een website aangemaakt, evenals een facebookpagina. Op beide sites is Tilburg al goed vertegenwoordigd met tekst en foto's.

In Tilburg zijn volgens de door Rozing vastgestelde definitie drie Indische buurten: de buurt van de West-Indische eilanden, zoals de (voormalige) Curaçaobuurt met namen als Surinamestraat en Antillenplein. De tweede is de Indische buurt, met daarin onder andere Bataviastraat, Floresstraat en Insulindeplein. Als derde zijn er in de wijk Armhoefse Akkers straatnamen die verwijzen naar Oost-Indische gouverneurs-generaal als J.P. Coenstraat en Van Heutszstraat.
Foto Dick Rozing 2016

In het hoofdstuk over Tilburg worden de Curaçaobuurt, de Indische buurt en de Armhoefse Akkers met elkaar vergeleken? In hoeverre zijn er overeenkomsten en wat zijn de verschillen? Is de Tilburgse straatnaamgeving te relateren aan het type huizen of bewoners, of is die geheel willekeurig? Naast Tilburg deden er nog 54 andere gemeenten mee. De oudste straatnamen die verwijzen naar Nederlands-Indië bevinden zich in Den Haag en dateren van 1869. De meeste namen werden tussen 1900 en 1930 aan de straten toegekend. Maar ook nog na de Tweede Wereldoorlog kozen straatnaamcommissies voor namen als Curaçaostraat, Bataviastraat of Daendelsstraat.
Collectie Regionaal Archief Tilburg


Het koloniale verleden van Nederland speelt echter ook in deze kwestie een rol. Zo wil de politieke partij DENK dat de straatnamen in Nederland op de schop gaan. Zij stellen dat straatnamen die verwijzen naar het koloniaal verleden een andere naam moeten krijgen, zoals bijvoorbeeld de Coentunnel en Piet Heintunnel.Ook in Tilburg was er een enkeling die de namen van de voormalige gouverneurs-generaal ter discussie stelde. In het boek 'Armhoefse Akkers', daterend van de jaren 1990, wordt gesteld: 'J.P. Coen, Jan Maurits van Nassau, Daendels, Van Heutsz …Ze verdienen geen straatnamen, alleen een kritische herinnering.'