woensdag 13 april 2016

Nationale Museumweek collectie Tilburg

G. van Spaendonck fc.
Tijdens de Nationale Museumweek van 16 tot en met 24 april 2016 toont Stadsmuseum Tilburg verspreid over de stad twaalf objecten. Deze komen uit de gemeentelijke collectie waarvan 100 jaar geleden de eerste aankoop werd gedaan. Het is een unieke kans om deze objecten op Tilburgse locaties te bekijken. De ‘bezoeker’ die ze alle twaalf opzoekt, kan zijn of haar kennis testen. Bij elk museumobject is een vraag te vinden. Degene die alle vragen over de collectie weet te beantwoorden, maakt kans op een prijs. Ga op zoek!

Het landelijke thema voor de museumweek is: ‘Ons echte goud’. Gestimuleerd wordt om het collectieve erfgoed te koesteren vanwege onder andere de culturele en emotionele waarden. Voor de Nationale Museumweek zijn er twaalf objecten geselecteerd. Vanwege het gebrek aan een eigen gebouw zijn de objecten te zien op verrassende locaties in de stad: Galerie Pjotr; Luycks Gallery; Cinecitta; Regionaal Archief Tilburg; Villa de Vier Jaargetijden; La Couronne du Comte; TextielMuseum; Villa Pastorie; Stadscafé Meesters; 63° kookboeken; Natuurmuseum Brabant en Gianotten Mutsaers. Tijdens de reguliere openingstijden van de instellingen – kijk daarvoor op hun websites- is het ‘lokale goud’ te bekijken.

Beeldje Becht in boerenkiel
Daarbij daagt Stadsmuseum Tilburg de Tilburg uit met een quiz waarvoor de vragen op de locaties te vinden zijn. Voor wie niet en route wil, maar toch de objecten wil bekijken en de bijbehorende verhalen lezen, wordt er elke dag een of twee van de objecten toegelicht via de website van het stadsmuseum en de facebookpagina. De Tilburger die als eerste alle locaties bezoekt én de twaalf vragen goed beantwoord heeft, kan rekenen op een Tilburgprijs én erkenning als Tilburgkenner. Overige deelnemers ontvangen na het insturen van de juiste antwoorden de publicatie In Tilburgs bezit. De historische collectie van gemeente Tilburg.

In 1916 verscheen voor het eerst een bericht in de Tilburgsche Courant over een op te richten museum voor de stad. Inspiratie werd opgedaan in textielstad Lyon, alwaar een museum was ingericht dat de rijke textielnijverheid liet zien. Tilburg was weliswaar geen Lyon, maar verdiende toch ook een museum, onder andere om de trots op de eigen nijverheid te tonen. De allereerste aankoop was echter geen textiel, maar een schilderij van de Tilburgse kunstschilder Gerard van Spaendonck. Het bleek later, in 1980, een vervalsing te zijn, maar een begin was gemaakt!

In de afgelopen eeuw waren er schenkingen en aankopen. Zo schonk de Tilburgse amateurhistoricus en publicist Lambert de Wijs aan de gemeente een dodenmasker, als zijnde van koning Willem II. Uniek in Nederland dit bronzen masker, maar is het wel van Willem II? Een ander object uit de Tilburgse stadscollectie verbeeldt de veelbesproken burgemeester C. Becht die de hele binnenstad zou hebben gesloopt. Voorafgaand aan zijn burgemeestersambt in Tilburg bekleedde Becht enkele bestuursfuncties in Nederlands-Indië. Een hutkoffer met daarop zijn naam geschreven, herinnert nog aan die tijd. Wanneer er schenkingen werden gedaan aan het ‘toekomstige Tilburgsche museum’, waren en zijn die nog altijd aan het adres van de gemeente Tilburg, die eigenaar is van de collectie. Instellingen als Regionaal Archief Tilburg en Stadsmuseum Tilburg zijn ‘slechts’ de beherende instanties. Hun taak is om goed voor de collectie te zorgen, deze beschikbaar te stellen voor onderzoek, en deze te presenteren aan het publiek.

Het Tilburgse museumvraagstuk dat in 1916 begon, is honderd jaar later nog altijd niet opgelost. Tilburg kreeg weliswaar een TextielMuseum en beschikt inmiddels over Natuurmuseum Brabant en De Pont museum voor hedendaagse beeldende kunst. Het museum voor de stad, waarbij het lokale goud het verhaal vertelt van de groeiende stad, is er dus nog steeds niet van gekomen. De collectie van de gemeente Tilburg is al 100 jaar onderweg.