vrijdag 22 mei 2015

Wolcorso Bloemencorso Tilburg

Collectie TextielMuseum
Ooit had Tilburg een heus wolcorso. Jawel, net als dat van de bloemen in Zundert, maar dan in wol. Het was in 1954, tien jaar nadat Tilburg in 27 oktober van de Duitsers was bevrijd. De feestelijke gebeurtenis stond in het teken van Tilburg Wolstad, waarbij de stadsgenoten een eigen optocht organiseerden. Dit verhaal is te lezen in de onlangs verschenen publicatie van Marcel de Reuver: 'Het gesprek van de dag. Spraakmakende gebeurtenissen uit Tilburg in de tweede helft van de 20e eeuw.'

Spraakmakend was het zeker, gezien de belangstelling. Maar liefst ruim honderdduizend bezoekers keken de ogen uit. Er was zelfs een corsospecialist naar Tilburg gehaald, namelijk Albert Paauw. Deze bekende Nederlander had al vele bloemen- en fruitoptochten op zijn naam staan. Nog nooit eerder was er een optocht in wollen wagens geweest. Misschien vanwege de benodigde hoeveelheid wol? De Tilburgse fabrieken hadden immers 600 kilotoegezegd. Toch kregen ze daarmee de wagens niet vol. Uit het westen van het land moesten er alsnog 25.000 chrysanten komen om het geheel meer te kleuren.

Eras als enige textielfabriek
De optocht bestond volgens auteur Marcel Reuver uit twee gedeelten: een historisch deel en een groep reclamewagens. De eerste telde tien praalwagens, de tweede groep vijfendertig. Het geheel werd opgevrolijkt met een aantal harmonieën en fanfares. Zelfs dieren ontbraken niet aan de feestelijke optocht. Zo was er blijkbaar een wolaap en een paar kamelen. Van deze laatste diersoort waren er achttien besteld, maar ze kregen een 'corsoverbod'. De dieren zouden te onrustig worden en onveilige situaties kunnen veroorzaken.

Je zou verwachten dat alle textielfabrikanten de gelegenheid aangrepen om hun bedrijf te profileren. Er moeten in 1954 minimaal zo'n vijftig fabrieken zijn geweest. Daarnaast waren er nog talloze textielgerelateerde bedrijven zoals stomerijen, stoppages en confectieateliers. Toch was er slechts één fabriek vertegenwoordigd, en dat was Eras. Omdat deze de enige was, kreeg het bedrijf een ereprijs van burgemeester Van Voorst tot Voorst. Deze sprak de hoop uit dat bij een tweede editie van het wolcorso er meer bedrijven mee zouden doen. Bovendien moest er meer wol komen en minder bloem.

Hoewel iedereen er van overtuigd was dat dit een blijvend evenement moest worden, waarmee Tilburg de city kon vermarkten als dé Wolstad van Nederland, bleef het bij veel geschreeuw en weinig wol. Het wolcorso van 1954 bleek uniek in zijn soort. Tilburg heeft nooit meer een corso gehad.

Bron: Marcel de Reuver, 'Het gesprek van de dag. Spraakmakende gebeurtenissen uit Tilburg in de tweede helft van de 20ste eeuw, (Tilburg 2015).

Geen opmerkingen: