maandag 30 juni 2014

Bewieroking


Dankbetuiging Frans Verbunt
Meer dan dertig monumenten herinneren ons aan de Tweede Wereldoorlog. Ter gelegenheid van de Eerste Wereldoorlog hebben we er geen een.  Dat mag vreemd zijn voor een ‘drama’ dat vanaf 28 juni 1914 ‘Europa voorgoed veranderde’. Brabants Dagblad besteedde er vorige week zaterdag een compleet katern aan. In de Grote Oorlog bleef Nederland neutraal, maar Tilburg verschoot goed van kleur toen er op een bevolking van 50.000 inwoners maar liefst 15.000 Nederlandse soldaten in en rondom de stad werden gemobiliseerd en 10.000 Belgische vluchtelingen hier een onderkomen vonden. Onze stadsgenoten kwamen al snel in actie en richtten een hulpcomité op. Dit team - met grootheden als burgemeester Raupp, Frans Verbunt en kapelaan Poell - zorgde voor onderdak, eten, drinken, registratie, huisvesting, medische zorg, scholing en financiële ondersteuning.
Betrokken Tilburger Tine van de Weyer wil in het kader van de herdenking een voorstel doen voor een monument.  Op Facebook lezen we haar motivatie: ‘Die geweldige compassie van onze stad, deze betrokkenheid op de ander, de vreemdeling, de ontheemde mag worden vormgegeven in een ‘Monument voor de gastvrije stad’ en ‘Bij ons in Tilburg blijft niemand aan de kant staan. In 1914 waren we de stad van solidariteit en honderd jaar later zijn we nog steeds de stad van gemeenschapszin en gastvrijheid.’ Ralf Bodelier van Wereldpodium vindt Tines idee helemaal goed en stelt voor om de opvang uit '14-'18 door te trekken tot de dag van vandaag.

Slot interneringskamp Nijverstraat
Toch zijn er ook tegenberichten en zo reageert een facebooker op Tines bericht: ‘Stop ze symbolisch in dat lelijke Draaiend Huis, misschien wordt het dan nog wat …’ Ook kunstenaar en architect Ad Roefs heeft zo zijn bedenkingen: ‘Liever een monument dat die 10.000 ontheemde Belgen herdenkt, dan dat we onszelf als Tilburgers steeds maar weer bewieroken.’ Nog een overweging van mijn kant: In hoeverre waren de Tilburgers zuiver op de graat? In de Nijverstraat bevond zich immers een interneringskamp voor Belgische militairen. Dit diende als ‘woonverblijf voor soldaten’ die op verzoek van fabrikanten in Tilburg tewerk werden gesteld wegens een tekort aan lokale arbeiders. Het zullen lang geen dertig monumenten ter herinnering aan de Eerste Wereldoorlog gaan worden. Maar wat doen we met die mogelijke ene: herdenken we de ‘goede’ Tilburgers of wordt het een monument voor de ontheemde Belgen?

Deze tekst schreef Petra Robben voor een column in Brabants Dagblad 28 juni 2014.
 

vrijdag 27 juni 2014

Minder openingstijden Peerke Donders Paviljoen

Het Peerke Donders Paviljoen in Tilburg-Noord gaat vanaf het najaar de openingstijden drastisch verminderen. Reguliere bezoekers kunnen dan alleen nog zaterdag en zondag terecht. Nu kan dat nog van dinsdag tot en met zondag. Het museum over Tilburgs zalige en over de werken van barmhartigheid en liefdadigheid is straks doordeweeks alleen op afroep nog toegankelijk voor groepsbezoek.
 
Peerke Donders Paviljoen Foto: Anthonie Quispel
De stichting Petrus Donders Tilburg heeft tot inkrimping van de bezoekuren besloten omdat er fors moet worden bezuinigd. In plaats van twee betaalde krachten draait het paviljoen straks alleen op vrijwilligers. De exploitatiekosten moeten omlaag omdat het door de crisis steeds moeilijker is om voldoende fondsen en donateurs binnen te krijgen”, verklaart bestuurslid Lout Donders. Daarnaast lopen het bezoek fors terug. In 2010, het eerste volle jaar dat het paviljoen open was, kwamen er 7880 bezoekers over de vloer. In 2011 waren het er 5228, in 2012 3840 en afgelopen jaar waren het er wéér minder: 2912. Volgens Donders is de daling van de bezoekersaantallen ‘ja en nee’ teleurstellend. „We hebben nooit de illusie gehad dat er tienduizenden bezoekers zouden komen, maar hadden wel de hoop dat het bezoek op peil zou blijven.” 
De stichting Petrus Donders Tilburg maakte de afgelopen jaren gebruik van donaties en fondsen en van een garantiestelling van de gemeente. De gemeente zegde in totaal 200.000 euro toe voor drie jaar als de fondsenwerving onvoldoende zou opbrengen. Dat bedrag is vrijwel volledig aan de stichting overgemaakt. Er rest nog 20.000 euro, maar die wil het stadsbestuur pas uitkeren als er uiterlijk 1 november een businessplan ligt voor de verdere exploitatie. Dat businessplan moet het college „overtuigen van de noodzaak van de gevraagde subsidie voor een kansrijk en kostendekkend vervolg van de exploitatie”, aldus het college in een nota. Volgens bestuurslid Donders wordt er volop gewerkt aan dat businessplan, maar is het nog te vroeg daar veel over te zeggen. „We willen meer eenheid brengen in park, kapel en paviljoen en er met nieuwe initiatieven en samenwerkingsverbanden meer de loop in krijgen. Je kunt bijvoorbeeld denken aan samenwerking met het Wereldpodium. Ook kan een deel van het paviljoen wellicht een meer multifunctionele invulling krijgen voor bijeenkomsten op spiritueel en religieus vlak.”
Sluiting van het in 2008 met veel steun van overheid, donateurs en fondsen gebouwde paviljoen is niet aan de orde. „Ik kan me dat echt niet voorstellen. Het paviljoen hoort inmiddels erg bij de stad”, zegt bestuurslid Donders.Om meer bezoekers te trekken werd onlangs met als startpunt het paviljoen een drukbezochte fietstocht langs religieus erfgoed gehouden. Verder komt er speciale expositie naar aanleiding van de bevrijding van Tilburg op 27 oktober, tevens de geboortedag van Peerke Donders.
Verder krijgt het park rond het paviljoen officieel de naam van Peerke Donders Park. De gemeentelijke straatnaamcommissie stelt dat voor aan het college van B. en W.

 

woensdag 25 juni 2014

Verhuizing collectie Stadsmuseum Tilburg

Ronald Peeters houdt toezicht.
De collectie van Stadsmuseum Tilburg verhuist naar het depot in de Goirkestraat. Jarenlang lag de collectie op de zolder van Regionaal Archief Tilburg aan de Kazernehof. Momenteel vindt er een verbouwing plaats en de collectie van het Stadsmuseum moet veilig gesteld.

'Artmovers' van Gebrs. van den Eijnden is een all round verhuis- en transportbedrijf dat de klant volledig 'ontzorgt'. Het bedrijf heeft een lange traditie: 'al sinds 1898 staan zij voor ons klaar. Die ervaring is te zien aan de zorgvuldigheid waarmee schilderijen, prenten, beelden en objecten worden ingepakt.


Zo zien we dat het borstbeeld van Koning Willem II gebroederlijk naast Quirinus Beljaars, de langst zittende gemeentesecretaris van Tilburg (1837 tot 1890), ligt. Beide ingepakt in bubbeltjesplastic. Wel zijn hun monden gesnoerd met een sticker. Hoe lang hen het zwijgen is opgelegd, is nog ongewis. Voorlopig gaan ze naar een donker depot aan de Goirkestraat.

Meer foto's van de verhuizing zijn te zien op de Facebook pagina van Stadsmuseum Tilburg.

dinsdag 24 juni 2014

Column Aajdèntetie


Brabants Dagblad vroeg aan 'smaakmaker' Petra Robben om de komende vier weken op zaterdagen een column te verzorgen. Aangezien Stadsmuseum Tilburg geacht wordt een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van de stedelijke identiteit, werd dat dan ook het onderwerp voor de eerste column.

Aajdèntetie*

Is de ziel van de stad inmiddels al bekend? Maanden geleden sprak ik erover met toenmalig wethouder Marjo Frenk, rasechte Tilburger Suus van den Broek en niemand minder dan schrijver em dichter Ilja Leonard Pfeijffer, voormalig Leidenaar, nu  Genuaan. Hij had de avond tevoren tot diep in de ochtend bij Weemoed gezeten. Daarbij  had hij geen fiets en zag ie er ook niet uit alsof hij in die vier dagen de hele stad ging bewandelen. In hoeverre hij dan ook onze ziel zou gaan vinden, vroeg ik me toen al af. ‘Hij zou het gaan opschrijven in een boek,’ maar ik zag bij de crowdfunding site Tilburgvoorcultuur.nl dat het met de benodigde vijfduizend euro nog niet zo opschoot.

Als projectleider bij het Stadsmuseum Tilburg word ik geacht een bijdrage te leveren aan de versterking van de identiteit van de stad. Ik heb er dus belang bij dat we die ziel boven tafel zien te krijgen. Speurend op de site van Brabants Dagblad op de vraag wat de ziel van Tilburg is, lees ik over traditionele plaatsen van herinnering zoals de mèrt op den Bèsterd, de Heikese kerk en de Hasseltse kapel. Naast het even zo vaak genoemde draaiend huis kan ik er zelf ook nog wel wat noemen: Tilburgse taol, textiel, Pirke en Royke Donders, homowijk en Willem II op de Schouwburgpromenade. Frustratie en onmacht blijken uit de vaak aangehaalde Cees de Sloper die verantwoordelijk wordt geacht voor alles wat lelijk is in de bebouwde binnenstad. Daarbij wordt er nogal eens sceptisch gevraagd of Tilburg überhaupt wel een eigen ziel heeft.

Beste krantenlezers, als ik het zo bezie: dan weten we het inderdaad nog nie. We kunnen nu twee dingen doen: of we storten de komende dagen massaal geld in het fonds voor cultuur, zodat buitenlander Pfeijffer ons alsnog gaat vertellen waar de ziel van Tilburg ligt. Of we doen het op zijn Tilburgs en we maawen er met zijn allen nog eens flink over door bijvoorbeeld op Facebook of via deze krant. De komende weken wil ik nog meer van deze columns gaan schrijven en dan heb ik wat munitie nodig. Bij deze dan ook mijn oproep en dat doe ik op modern Tilburgs: onzen aajdèntetie, in hoeverre hebben we die?






*Aajdèntetie is Tilburgs voor Identity ofwel Identiteit