woensdag 22 januari 2014

De Eerste Wereldoorlog in de Stadscollectie Tilburg

In het kader van het project Grenzeloos Tilburg 1914-1918, dat door Stadsmuseum Tilburg in augustus t/m oktober wordt georganiseerd, zijn we op zoek gegaan naar bijzondere voorwerpen in de Stadscollectie Tilburg. De volgende drie voorwerpen zullen op de tentoonstelling in de Bibliotheek Midden-Brabant locatie Koningsplein dan te zien zijn:

 Een Belgisch blijk van erkentelijkheid
In 1914 vluchtten tienduizenden Belgen de grens over om in het neutrale Nederland een veilig heenkomen te vinden. Ook Tilburg kreeg de intocht van duizenden Belgische vluchtelingen te verwerken. In oktober 1914 werd een officieel vluchtelingencomitĂ© opgericht. Het afgebeelde gedenkbord werd op 1 juni 1915 aan Frans Verbunt aangeboden door de voorzitter van het Belgisch Comiteit der Vluchtelingen, toen de Belgische Minister van Kunst en Wetenschappen, Prosper Poullet, onze stad bezocht. Het medaillon bevat de tekst: ‘Uit / dankbaarheid / aan den weledelen heer / Frans Verbunt / de Belgische uitgewekenen / Tilburg / 1914 1915.’ Het gesmeed ijzeren bloemstuk was vervaardigd door de bekende Belgische kunstsmid Louis Van Boeckel. Van Boeckel (1857-1944) was afkomstig uit Lier en behoorde op zijn vakgebied tot de wereldtop. Zo was bijvoorbeeld het hek van het Witte Huis van zijn hand.

 
Aquarel Belgische vluchtelingen
Deze aquarel van kunstenaar Alfred Ost werd in 1919 door verschillende Belgische verenigingen gezamenlijk aan de gemeente Tilburg geschonken als dank voor de hulp die de Belgische vluchtelingen tijdens de Eerste Wereldoorlog hadden ontvangen. Het was de bedoeling dat het werk een plekje zou krijgen in het gemeentelijk museum, waar negentig jaar geleden al sprake van was.

Kampslot
Met dit slot werd tijdens de Eerste Wereldoorlog het toegangshek afgesloten van een interneringskamp aan de Nijverstraat voor Belgische militairen. Het kamp diende als eet- en slaapplaats voor de soldaten, die op verzoek van fabrikanten in Tilburg tewerk werden gesteld vanwege een tekort aan Nederlandse arbeidskrachten. De plaatsvervangend commandant van het kamp nam het slot na afloop van de internering als aandenken mee en schonk het in 1976 aan de gemeente.


Geen opmerkingen: