donderdag 11 januari 2018

Standbeeld Peerke Donders in samenleving op drift



Stadscollectie Tilburg / Stadsmuseum Tilburg

'Donder op! Standbeeld van Peerke Donders kan niet meer!', zo kopte Brabants Dagblad nadat Tilburger Herman Fitters een signaal gaf dat het standbeeld van Peerke Donders niet meer paste bij de huidige samenleving. Fitters betwist de verhouding tussen de staande blanke met kruisbeeld in de hand ten opzichte van de geknielde zwarte. Een golf van reacties van voor- en tegenstanders met zelfs een poll of het standbeeld daadwerkelijk moet verdwijnen. Het is niet aan culturele erfgoedinstellingen, zoals Stadsmuseum Tilburg, om standpunten in te nemen, noch identiteiten van groepen te expliciteren. Waarbij we wel kunnen helpen is om objecten, zoals een standbeeld, in de tijd te plaatsen, zoals (cultuur)historici dat noemen.

Het standbeeld van Peerke Donders werd opgericht in 1926. In Nederland waren dat jaren van optimisme. Mensenmassa’s liepen uit voor feesten, inhuldigingen en optochten. De industrialisatie zette door, elektromotoren deden het tempo van de machines opzwepen en de samenleving versnelde in een ras tempo.Naast angst voor zedeloosheid en verwildering door het toenemende aanbod van bioscopen en danstenten was er een angst voor de superioriteit van andere rassen. De ‘zwarte’ jazzmuziek die in de jaren 1920 opkwam, met Josephine Baker als schitterende ster, was onfatsoenlijk en geestelijken waren bang voor verzet en onverantwoordelijkheid. De groeiende massaconsumptie en verstedelijking in een tijd waarin ook vrouwen kortere rokken gingen dragen, rookten en met hun pagekapsels meer en meer op mannen gingen lijken, had behoefte aan lokale helden. De Tilburgse Peerke Donders, die van een arme weverszoon uitgroeide tot een priester met een internationale missie, was het antwoord daarop. 

Toen het standbeeld in 1926 werd onthuld kwam er een enorme mensenmassa op af. Mgr. Diepen uit Den Bosch huldigde het beeld in. Een jaar daarvoor, in 1925, kreeg de beeldhouwer Johannes Petrus Maas (Haarlem) de opdracht voor dit beeld. Hij verbeeldde Donders in priestergewaad, met aan zijn linkerhand een geknielde creool. Het beeld werd in brons gegoten bij P.G. du Chateau en Zonen in Schiedam. Vervolgens werd het standbeeld ‘in eeuwig durend onderhoud’ overgedragen aan de gemeente aan burgemeester Vonk de Both. De sokkel bevat een ingemetselde oorkonde

Naast dit standbeeld aan het Wilhelminapark heeft Tilburg nog meer tastbare herinneringen aan Peerke Donders. Zo kennen we het kruiswegpark in het Peerke Donders Park, het stenen monument voor café Peerke Donders, de kapel, het fraterhuis aan het Kardinaal de Jonghplein, diverse schilderijen, museale objecten, relikwieën, devotionalia en diverse glas-in-loodramen. Wanneer we alle gedenktekens van Peerke Donders in chronologische volgorde zetten dan zien we iets opvallends: alle objecten werden geplaatst in de jaren 1920 en 1930. Niet alleen in Tilburg, maar ook in Sint Michielsgestel en in Paramaribo was er sprake van devotie.
Stadscollectie Tilburg / Stadsmuseum Tilburg

1923
Inzegening kapel Peerke Donders

1929 
Wonder van Lowieke Westland

1931
Reconstructie geboortehuisje Peerke Donders

1933 
Houten kruis op eerste graf Petrus Donders. Werd in 1938 vervangen door een stenen kruis.

1933 
Monument op geboortegrond Peerke Donders 

1934 
Fraterhuis Petrus Donders Kardinaal de Jonghplein

1935
Plaatsing beeld in Sint Michielsgestel (heldhaftig, als knecht van God gediend)

1936 
Plaatsing kruisweg Peerke Donders Park

1937 
Openluchtspel Peerke Donders

1938 
Stenen kruis ter vervanging van houten kruis in Suriname. 

Geconstateerd kan worden dat er talloze beelden van Peerke Donders geplaatst zijn in het Interbellum, een tijd waarin de samenleving versnelde én veranderde. Een monument dat voor de eeuwigheid bedoeld is, moet dus ook zijn betekenis hebben in de hedendaagse tijd. Wat vandaag de dag veranderd is, is de devotie en de homogene katholiciteit van Tilburg. Wat hetzelfde is gebleven is een samenleving op drift waarin maatschappelijke verhoudingen ter discussie staan.

Fotografie objecten Jan van Oevelen

dinsdag 2 januari 2018

Driekoningen en korenzang


Foto Christel Doevendans
Het Driekoningen zingen in Tilburg staat op de UNESCO-lijst van Immaterieel Erfgoed. Kleine en grote zangers trekken op 6 januari 2018 langs de deuren of treden op in onder andere verzorgingstehuizen om koninklijke liederen te laten horen. Al tweeduizend jaar lang vertellen we het verhaal van de drie wijzen die uit het Oosten kwamen om een bezoek te brengen aan het pasgeboren kindje Jezus. In Tilburg is deze erfgoedtraditie nog levend, zij het in veranderende vormen.

Tot een aantal jaren terug waren het vooral de kleine zangers die in twee- of drietallen langs de deuren trokken. Alle bewoners van Tilburg waren er op bedacht dat er kinderen konden aanbellen. Zodra de deur open ging, zette het gezang in: 'Driekoningen, driekoningen, gif me enen nuuwen hoed!'

Erfgoed en tradities zijn aan verandering onderhevig, zo merken we in onze hedendaagse samenleving. Ook het Driekoningenzingen verandert. Waar er in bepaalde wijken nauwelijks meer kinderen langs de deur komen, zien we een toename in de optredens van zangkoren. Ze bezoeken verzorgingstehuizen of komen langs op afspraak. De zangers zijn prachtig gekleed in koninklijke kostuums. Hun liederen variëren van Slavisch Byzantijns naar Latijns, Gregoriaans of gewoon op zen Tilburgs.

Voor een overzicht van de koren en de locaties: kijk op de website van Erfgoed Tilburg.

Koren Tilburg
Foto Regionaal Archief Tilburg 53122
Hasselts Gemengd Kapelle Koor, Het Laarkoor, Koor Pistache, La Renaissance, Muzemento, Ratjetoekoor, Smartlappenkoor De Begonia’s, The Harmony Singers, Tilburgs Byzantijns Koor,, Vrouwenkamerkoor Cantilare, Zanggroep Inspiration.

Locaties
De Hazelaar, Den Herdgang, De Kievitshorst, De Zonnehof, Koningsvoorde, Mater Misericordiae, De Leyhoeve, De Reyshoeve, Johannes Zwijsen, Het Laar, Petrus en Pauluskerk.

Organisatie
Driekoningenwerkgroep Heemkundekring Tilborch, Stadsmuseum Tilburg.

Erfgoed en identiteit gaan vaak samen. Stadsmuseum Tilburg legt voortdurend de verbinding daartussen. Bij Driekoningen gaat het om het immaterieel erfgoed in traditie en samenzang. Het Driekoningen zingen refereert aan de identiteit van de voorheen overwegend katholieke Tilburgers die hun kinderen verkleed als drie koningen langs de deuren lieten gaan.


donderdag 14 december 2017

Iedere Tilburger (her)kent ze! Stoelen van De VOLT

Of we stoelen van De VOLT in de stadscollectie willen opnemen, zo was de vraag van een Annabelle de Beer uit Tilburg. Eerlijk gezegd aarzelen we dan even, want de collectie is vooralsnog niet digitaal te zien en een plaatsing in depots achter gesloten deuren is evenmin wenselijk. Liever brengen we met foto's of de objecten zelf een golf van herkenning teweeg. 

Annabelle vroeg haar vader naar zijn herinneringen aan de stoelen. Deze vertelde: 'Als je de foto aan Tilburgers laat zien, zullen die de stoelen zeker herkennen Ik heb ze persoonlijk gekocht toen mijn kinderen op kamers gingen wonen. Na werktijd was er een verkoop van allerlei spullen zoals bureaus en afgedankte onderdelen ook normaalbakken en nog veel meer.'

Vader De Beer vertelt voorts: 'Deze stoelen stonden in alle kantoren op het kwaliteitslab op de ontwikkelingsafdeling, Er zijn bijna geen afdelingen te noemen waar ze niet stonden. Volgens mij zijn het stoelen die in Oirschot zijn gemaakt. Daar stond een fabriek die al het meubiliar van Philips voor alle afdelingen maakte. Iedere oud medewerker van VOLT-Tilburg zal deze stoelen herkennen. Er zit onder sommige stoelen nog een sticker van de fabriek.'

Stadsmuseum Tilburg is benieuwd naar meer herinneringen aan deze stoelen. Misschien zijn er wel VOLT-foto's waarop de stoelen te zien zijn in de context van de tijd. Via Facebook / Stadsmuseum Tilburg zullen we de herinneringen aanmoedigen. Of u stuurt een mail naar het stadsmuseum.

donderdag 7 december 2017



Op woensdag 6 december 2017 zijn het nieuwe logo en de nieuwe website van Erfgoed Tilburg gepresenteerd. Onder de aanwezigen waren wethouder cultuur Marcelle Hendrickx en ruim dertig erfgoedpartners uit Tilburg, Berkel-Enschot en Udenhout.

De erfgoedpartners in de gemeente Tilburg zien het belang in van cultureel erfgoed voor de stad. Dit jaar lieten zij al flink van zich horen door hun gezamenlijke bijdrage aan Koningsdag 2017. De door hen gecreëerde Tiendaagse leverde één en al zichtbaarheid en samenwerking op. En hoe snel kan het gaan? Er is nú al resultaat, want Tilburg is genomineerd voor de BNG Bank Erfgoedprijs in 2018. Deze prijs zal notabene uitgereikt worden in het Europese Jaar van het Culturele Erfgoed.

De nieuwe site erfgoedtilburg.nl laat zien wat er zich doorlopend afspeelt op erfgoedgebied in Tilburg. Ruim dertig partners doen eraan mee, wat het een krachtig instrument maakt. Op de site is een erfgoedagenda te vinden, maar ook nieuws. Er zijn verdiepende artikelen die meer achtergrond geven bij het erfgoed in de gemeente. Het laat zien dat er veel gebeurt: industriële erfgoedcomplexen als de Spoorzone, het AaBe-complex, de Piushaven en religieuze erfgoedlocaties zoals Ons Koningsoord. Dat alles valt onder de categorie materieel erfgoed. Daarnaast is er in Tilburg veel immaterieel erfgoed aanwezig zoals dialect, tradities als driekoningen en de verhalen, tradities en gebruiken van alle verschillende culturen in de stad. De site erfgoedtilburg.nl brengt het brede scala in beeld.

Met de lancering van deze website is er een gedegen platform gemaakt om de erfgoedsubsidies van Tilburg te reguleren. De gemeente stelt geld ter beschikking om erfgoedinitiatieven te bevorderen. Via deze site kunnen de aanvragen hiervoor gedaan worden. Aanvragen voor 2018 komen alweer binnen, ook uit de hoek van de makers en kunstenaars. Mooi dat er een kruisbestuiving plaatsvindt tussen deze groep en het erfgoed in Tilburg.

Met de lancering van de site, is ook meteen het nieuwe logo van Erfgoed Tilburg bekend. Het logo verbindt Tilburgs erfgoed met de toekomst, van de roots tot nieuw opborrelende ideeën, gevat in een lindeboom. Het logo is ontworpen door Sander Neijnens en Ivo van Leeuwen van TilbugsAns.

dinsdag 5 december 2017

Sint Nikolaas in Roomsche tijden 1931


Dat erfgoed en tradities allesbehalve statisch zijn, blijkt onder andere uit een leesboekje uit 1931. Het sinterklaasfeest vanuit een Rooms perspectief: over stoute en brave kinderen, over boze Pietermannen en goede Sinten en over het geven van stichtelijke kado’s.

In de Collectie Zwijsen, beheerd door Stadsmuseum Tilburg,  bevindt zich een aantal leesboekjes. Toen we vandaag in de collectie aan het zoeken waren naar enkele Puk- en Mukboeken, stuitten we op een boekje over Sinterklaas uit 1931. Hoe werden Sint en zijn Piet in de jaren dertig bij de jeugd geïntroduceerd?

In de Roomsche Reeks voor katholieke jongens en meisjes verscheen het leesboekje Sint Nikolaas, uitgave van het R.K. Jongensweeshuis te Tilburg. Op de voorkaft zien we de heilige Sint, een boos kijkende Piet en een jongetje dat allesbehalve blij kijkt.

Het verhaal gaat over Oom Jan die jarig is op 5 december en toevallig tegelijk met Sinterklaas. 'Nog 'n feest. Weet je, wat heel prettig is? Oom Jan verjaart juist op Sint Ni-ko-laas-a-vond.' Even wordt er nog getwijfeld of Sinterklaas wel zal komen. 'We zijn toch heel braaf geweest, moe?' vraagt een van de kinderen. Moeder beaamt: 'O, zo braaf.'

Een van de kinderen is Betje, die bang is voor zwarte Piet. Ze kruipt achter een van haar broertjes. De kinderen worden gewaarschuwd voor Zwarte Piet: 'Pas maar op, dat hij je niet in de zak stopt!' Na wat gebons en schrikbewegingen staat Zwarte Piet opeens in de deur. 'Hij ziet zoo zwart als roet.' De kleine Frans krijgt het zwaar, want hij moet in de zak. 'Er in! Er in! bromt Zwarte Piet. Ik zal 't nooit meer doen, schreeuwt Frans. Er in! Er in! Mee naar Span-je! Frans huilt heel hard, ó zoo hard!'

Zwarte Piet strijkt over zijn hart en vraagt of Frans anders wel goed braaf is. Oom antwoordt dat hij in de kerk altijd goed bidt. De bange Frans mag eindelijk uit de zak. Zwarte Piet gaat weg en Sinterklaas verschijnt. Van deze goedheiligman zijn de kinderen in het geheel niet bang. De Sint heeft twee knechtjes bij zich die niet zwart zijn. Ze hebben mooie rode pakjes aan.

De kinderen krijgen kado's als een kookkacheltje, een bouwdoos, een drukdoos en een pop. De kinderen zijn er blij mee. Allen hebben echter nog iets bijzonders gekregen: een mooie plaat. De plaat die de kleine Frans krijgt gaat over het Heilig Huisgezin met de H. Jozef en kindje Jezus. De plaat van Wim gaat over Onze Lieve Heer en de apostelen met de tekst: 'Laat de kleinen tot mij komen.' Wiesje en Betje hebben een plaat gekregen met 'Moeder van God' en de 'Heilige Jozef'.

's Morgens is de tafel vol gezet met allerlei speelgoed. De kinderen springen hun bed uit en maken een kruisje met wijwater, zo staat er in het boekje geschreven. Kleurkrijt, een jurk, een wiegje, chocoladeletters, taai-taaimannen, suikerpoppen en speculaas. De kinderen gaan spelen en 'Zoo gaat 't Sint Ni-ko-laas-feest pret-tig voor-bij.'

Het erfgoed van Sint en Piet verandert dus met de tijd. In 1931 was er een andere opvatting over de inzet van de goedheiligman en zijn knecht. Het Roomse boekje geeft ons een fraai inzicht in de waarden en normen van tachtig jaar terug.

maandag 20 november 2017

Erfgoed oorlog Betrokkenheid oud-NS medewerkers

Foto ca. 1950
Erfgoed wordt in stand gehouden door betrokkenen. Zonder persoonlijke betrokkenheid zou er geen erfgoed zijn, zo wordt vaker gezegd. Een voorbeeld daarvan is de zoektocht naar de gedenkplaat van de gevallenen bij het station.

Een verontruste Tilburger, kleinzoon van een van de slachtoffers destijds, meldde zich bij de Kennismakerij. Waar is de gedenkplaat met de zes namen gebleven? Meneer had een oude zwart-wit foto bij zich. Een gemetseld herdenkingsmonument met in het midden een plaat. Ik meende zelf die plaquette onlangs gezien te hebben in de nieuwe wachtruimte van station Tilburg. Meneer daar naar toe gestuurd, maar hij meldde dat er maar één naam op stond en niet zes.

Plaquette met één naam vermeld
Plaquette met zes namen vermeld
Spraakverwarring aldus. Via Facebook een oproep geplaatst met het verzoek om opheldering. Al snel meldde Hans Clijsen zich: oud-medewerker van NED train en momenteel een van de kartrekkers van de oud-NS-medewerkers. Inderdaad hangt er momenteel één naam op een plaat die van de NS blijkt te zijn. De andere koperen plaat met de zes oud-werknemers is in beheer van het oud-personeel. Met de totstandkoming van de nieuwe LocHal zal de oude plaat met zes namen een eervolle plek krijgen.

Al zoekend op internet heeft een andere betrokkene bij gevallenen op Nederlandse stations er een complete blog aan gewijd. 'Tilburg Werkplaats' is een van de pagina's. Compleet met oude en nieuwe foto's evenals de namen van de zes gevallenen.De gedenkplaat is terecht. Nog even wachten tot deze zijn nieuwe bestemming weer krijgt. Dat zal zeker gaan lukken dankzij de betrokkenheid van een aantal Tilburgers.

donderdag 9 november 2017

De Veestraat: tussen Klooster en Kwetterie



Verleden, heden en toekomst van een Tilburgse volkswijk in the picture. De verhalen van buurtbewoners vormen de inspiratiebron voor alles. Een nieuwe samenwerking is geboren!

Stichting Straat organiseert sinds 2003 erfgoedmanifestaties waarin telkens een andere Tilburgse straat of stadsomgeving centraal staat. Aan de hand van o.a. exposities, publicaties, optredens (dans, muziek, theater), excursies, symposia, lezingen, spellen en speurtochten werden diverse karakteristieke straten, buurten en wijken onder de aandacht van een groot en breed publiek gebracht.

Vanaf 2017 heeft Stichting Straat in Stadsmuseum Tilburg een structurele samenwerkingspartner gevonden. Met het idee om voor de toekomst nog doelgerichter nieuwe stadsomgevingen te ontdekken en te openbaren, waarbij ook gedacht wordt aan een uitstapje naar Berkel-Enschot. Hierbij ligt de focus op tastbaar én immaterieel erfgoed.

Van 1 juni tot en met 1 juli 2018 trekt deze tandem richting de omgeving die wordt begrensd door de Oudedijk (klooster en stadspark), Varkensmarkt, Veestraat, Nieuwstraat en een deel van de zeeheldenbuurt. De eerste opgave is het ‘vangen’ van verhalen van buurtbewoners, die vervolgens als basis fungeren voor het totale programma. Hierbij denken we aan de inrichting van een tijdelijk wijkmuseum, een weekend waarin die verhalen worden verbeeld met alle mogelijke kunstuitingen, een publicatie, rondleidingen, een documentaire en een afsluitend feest. In de uitvoeringsfase zal Factorium Podiumkunsten als partner optreden (ook bij toekomstige manifestaties). Voor een soortgelijk rol is contact gelegd met Fontys Hogeschool voor de Kunsten. Daarnaast streven we naar de inbreng van o.a. Stadsgidserij Tilburg, Regionaal Archief Tilburg, natuurgidsen, architecten en historisch onderzoekers. Komt dat zien!