woensdag 20 juni 2018

Puk en Muk bewaren in dozen





De boeken van Puk & Muk die tijdens het museumweekend 2018 geëxposeerd zijn in het  Ateliercomplex NS16, zijn weer terug in de dozen van Uitgeverij Zwijsen
en worden bewaard in het Stadsmuseum Tilburg.

 

Waarom kun je boeken het beste in zuurvrije dozen bewaren?

Een boek bestaat uit een boekband en een boekblok

Boekband: het bekleedsel aan de buitenkant van een boek
Boekblok: aan elkaar genaaide of gelijmde katternen van een boek

De eerste boeken van Puk & Muk zijn gedrukt op papier begin 20e eeuw

Papier kan verzuren:
- er is dan een verkleuring te zien van geel naar bruin
- meestal van de rand naar het midden van het vel
- dit fenomeen doet zich vooral vanaf de 19 e eeuw voor
- de oorzaak ligt in de grondstoffen (houtslijp, rosine, lignine, lijmstoffen)
- en externe factoren (licht, luchtvervuiling, hoge relatieve vochtigheid)
- het papier verliest zijn mechanische sterkte en kan erg bros worden
- in een ver gevorderd stadium zullen zo papierfragmenten verloren gaan

Om het verzuren van papier tegen te gaan en ook om de boeken te beschermen tegen invloeden van buitenaf zoals luchtverontreiniging en licht worden de boeken in zuurvrije dozen bewaard

Bruine dozen zijn ongeveer 10 jaar zuurvij
Blauwgrijze dozen zijn ongeveer 30 jaar zuurvrij


Jansen - Wijsmuller & Beuns
Vouwschema 
Vouwinstructiefilm

De Puk en Muk boekencollectie is een deelcollectie van de Educatieve Collectie van Uitgeverij Zwijsen. Omdat Zwijsen steeds minimaal één exemplaar bewaart, is de collectie groeiend. In 2007 heeft uitgeverij Zwijsen de Educatieve Collectie geschonken aan de Gemeente Tilburg, die het heeft overgedragen aan het Stadsmuseum Tilburg.


De Puk & Muk boeken gaan over de avonturen van twee jongens, 
waarbij elk verhaal een moraal heeft.


Dertien Puk en Muk boeken 
van het duo Frans Fransen en Carl Storch
uitgegeven tussen 1927 en 1940
Stadsmuseum Tilburg

Puk en Muk vijfde druk in 1938


Puk en Muk vijfde druk: de eerste bladzijde
het boekblok is los van de boekband
matig vergeeld door verzuring


Puk en Muk vijfde druk
Overige bladzijden zijn niet vergeeld


Puk en Muk en de heks

Puk en Muk en de heks
eerste bladzijde
vergeeld door verzuring van het papier


 
Puk en Muk en de heks
illustraties in kleur


Puk en Muk boeken worden bewaard in bruine dozen

Enige achtergrondinformatie uit: 
Boek Zwijsen: "een passie voor uitgeven; geschiedenis van een educatieve uitgeverij":

In 1846 werd de Drukkerij van het R.K.Jongensweeshuis opgericht (de voorloper van Uitgeverij Zwijsen). De drukkerij/uitgeverij richtte zich in de eerste decennia voornamelijk op het uitgeven van katholieke schoolboeken.
Met de komst van de twintigste eeuw breekt het besef door, dat het kind geen volwassene in zakformaat is, maar een zelfstandig individu met eigen interesses en een eigen belevingswereld. 
In de jaren rond de eeuwwisseling krijgen nieuwe ideeën over de positie van het kind en de nieuwe idealen in kunst en literatuur invloed op de ontwikkeling van de Nederlandse jeugdliteratuur.
De publicaties van de Drukkerij van het R.K.Jongensweeshuis laten zien dat ook de frater-uitgeverij deze ontwikkeling doormaakt, met deze kanttekening dat het kinderboek een duidelijke plaats krijgt binnen de katholieke opvoeding.

De meest populaire reeks kinderboeken die door het R.K.Jongensweeshuis uitgegeven zijn de verhalen over Puk en Muk, twee kabouterfiguurtjes. De auteur is Frans Fransen, een schrijversnaam van frater Fransiscus Xaverius van Ostaden. Frans Fransen is niet de schepper van van Puk & Muk. Die eer komt Carl Storch (1868-1955) toe.
Carl Storch heeft een voorliefde voor karikatuurtekeningen. Al in 1905 maakt Storch tekeningen van Puk en Muk met korte teksten voor het Duitse tijdschrift Der Seraphischer Kinderfreund; verhaaltjes waarin Puckchen en Muckchen de hoofdrol spelen.
Omstreeks 1925 krijgt Frans Fransen Der Seraphischer Kinderfreund in handen. Hij is  onmiddellijk gefascineerd door de tekeningen van Carl Storch. Bij ongeveer 50 tekeningen van deze illustrator schrijft hij het eerste Nederlandse Puk en Muk verhaal. Het verschijnt in De Engelbewaarder en in 1927 als boek. In veertien jaar tijd verschijnen zo dertien boeken van het duo Frans Fransen en Carl Storch:

1927 Puk en Muk
1932 Uit Klaas-Vaakland
1932 Puk en Muk en Moortje naar Amerika 
1935 Puk en Muk en de heks
1937 Reizen van Puk en Muk 1
1937 Reizen van Puk en Muk 11 
1937 Puk en Muk door afrika 1
1937 Puk en door afrika 11
1939 Puk en Muk in China
1939 Puk en Muk op de tandem
1940 Puk en Muk thuis
1940 Muk en de drakendoder
1940 Puk en Muk naar de maan

Na de Tweede Wereldoorlog verschijnen er nog vier Puk en Muk-boeken met illustraties van Leo van Grinsven, maar deze hebben minder succes. Door de oorlog zijn de banden met Carl Storch verbroken, wat vooral te merken is aan de illustraties die aanzienlijk minder aanspreken.











donderdag 14 juni 2018

Collectiebeheer: nieuwe medewerker Claudia Cotino

Claudia Cotino met een zilveren schaal
uit de stadscollectie
Claudia Cotino is een nieuwe (vrijwillige) medewerker voor een werkervaringsplaats bij Stadsmuseum Tilburg. In het kader van haar studie collectiebeheer maakte Claudia al eerder kennis met Stadsmuseum Tilburg en Regionaal Archief Tilburg. De liefde voor objecten en het graag zorgen daarvoor, maakten dat Claudia zich vrijwillig aanbood bij het stadsmuseum dat beschikt over een bescheiden, doch aardige collectie.

De collectie werd gevormd vanaf ca. 1916 toen enkele Tilburgers objecten aan de gemeente gingen schenken om te bewaren voor het nageslacht. Het eerste object was een weefstoel, gevolgd door onder andere een spinnewiel, olielampjes, schilderijen, een kruik, vaandels en andere unieke objecten. Het zou duren tot circa 1930 toen de gemeente twee musea ging faciliteren: een Volkenkundig Missiemuseum en een Natuurhistorisch Museum. Geen museum voor de 'folkloristische' verzameling, zoals de bevlogen Tilburgers tot hun spijt constateerden.

Wellicht werd er na de oorlog een perspectief geboden met de komst van een Tilburgs museum waar de kunstnijverheid en de textiel centraal zouden staan? Daarvoor werd in 1954 de Stichting Textielmuseum opgericht. Een aantal vroeg verzamelde objecten gingen echter pas in de jaren 1970 over naar het toen geheten Nederlands Textielmuseum. Er was wel ruimte voor de volklompen, de weefspoelen en een enkel vaandel, maar de schilderijen en de collectie over Willem II pasten ook daar niet in het verzamelbeleid.

Tentoonstelling in 1924 met voorwerpen die nog
steeds in beheer van Stadsmuseum Tilburg zijn
De objecten belandden in het archief: een plek waar ze eigenlijk helemaal niet thuis horen. Een archief verzamelt namelijk papier en documenten, maar geen objecten. Met de verhuizing van het archief uit het paleis naar de Kazernehof verhuisden de voorwerpen mee. In de loop der jaren werden er talloze inventarislijsten gemaakt, maar meer dan een constatering van wat er was, kwam er niet.

In 2004 werden de plannen voor Stadsmuseum Tilburg gevormd. De tot dan toe verzamelde voorwerpen werden als het ware toegeëigend aan het in 2007 opgerichte Stadsmuseum, maar kregen geen officiële status. Pas in 2015 en 2016 is de gehele collectie beschreven door Ronald Peeters, voormalig hoofd Stadsmuseum Tilburg. Met zijn pensionering was de beschreven collectie de erfenis die hij naliet. Daarbij had hij de objecten al gesorteerd en laten veilig stellen in kleine depotruimtes aan de Goirkestraat en de Kazernehof.

Schaal 'Frauenschaft Tilburg Oktober 1940'
Vanaf 2017 is Petra Robben bezig om de collectie te ordenen, wederom overzichten te maken en in te delen in thema's. De voorwerpen moeten langs een 'museale weegschaal' om ze op waarde te schatten omdat ze min of meer 'toevallig' in de collectie terecht zijn gekomen. Toch leverde een eerste grove weging het inzicht op dat er weinig tot geen niet-Tilburgse objecten zijn verzameld. Dus alles wat in huis is, heeft vrijwel altijd een relatie met de stad. Naast het maken van afwegingen, wordt er voorbereidend werk gedaan om de collectie digitaal toegankelijk te maken in de Brabant Cloud, zodat die zichtbaar wordt op de website Brabants Erfgoed.

Voor het fysieke behoud van de collectie, het verpakken in dozen, het op orde brengen van het depot, is Claudia Cotino een nieuw gezicht binnen het Stadsmuseum. Gezien de lange, lange weg die de voorwerpen hebben afgelegd, zijn ze wel toe aan wat aandacht, liefde en zorg. Het stadsmuseum is blij met de komst van Claudia Cotino.

dinsdag 12 juni 2018

Oud-leerlingen Vuurvogel Tilburg dragen gedenksteen over

B. Jochems (l) en F. Mols (r)
Van een communicatief naar een cultureel geheugen: vaktaal voor het overdragen van een gedenksteen van de oudere generatie die de oorlog nog zelf heeft meegemaakt naar een jongere generatie.

Bernard Jochems (89)  en Frans Mols (91)  zaten vroeger op de Openbare Lagere School III aan de Korte Schijfstraat in Tilburg. In het schooljaar 1940-1941 zaten ze in de zesde en zevende klas. Het grote aantal leerlingen was toen nog geen issue: meer dan 50 kinderen in een combinatieklas was heel gewoon. Toen het nieuwe schooljaar in 1941 begon, bleken er ineens een aantal Joodse leerlingen verdwenen. De Duitse bezetters hadden maatregelen getroffen: Joodse kinderen moesten naar een aparte school.


Bij de klassenfoto's van nu en 1940-1941
In 1997 organiseerde Jochems een reünie voor de oud-leerlingen van de school. Ze herinnerden zich de Joodse leerlingen en vernamen hun lot: vijf leerlingen kwamen om in concentratiekampen. Voor de gelegenheid maakte oud-klasgenoot Piet de Vries een steen en Frans Mols maakte een roestvrijstalen bak er omheen.

Anno 2018 dragen Jochems en Mols de stenen over aan een jongere generatie: de huidige leerlingen van Kindercampus De Vuurvogel in de Eikstraat. De directeur Brigitte IJpelaar is er blij mee: 'Zo blijft de herinneringen aan oud-leerlingen levend en realiseren we ons hoe (vuur)vogelvrij we vandaag de dag mogen zijn.'

Brigitte IJpelaar laat
de gedenksteen zien
Leerlingen van De Vuurvogel stelden vragen over de oorlog. Of Jochems en Mols weleens bang waren geweest en of de Joodse leerlingen gepest werden. 'Nee,' zei Frans Mols, 'het waren gewoon kinderen net als wij allemaal.' Ook de zoon van een NSB-er hoorde er gewoon bij. Meneer Jochems gaf aan dat anders-zijn geen reden mocht zijn tot uitsluiting. Was dat maar een leidende gedachte geweest in de jaren 1940-1945. Met de
overdracht van de gedenksteen van Jochems en Mols naar de basisschool van 2018 blijven de namen van de vijf Joodse leerlingen in ieder geval in herinnering.

Tom Tacken schreef een uitgebreid artikel in Brabants Dagblad.

dinsdag 22 mei 2018

1997 - 22 mei - 2018 Een steen ter herinnering

Een van nature gespleten steen.
Ter herinnering aan oud-klasgenoten
22 mei 1997
Op 22 mei 1997 herdacht een aantal oud-leerlingen hun voormalige klasgenoten met twee gedenkstenen. Toeval of niet, op 22 mei 2018 nam Stadsmuseum Tilburg de twee stenen in beheer nadat die een aantal jaren in particuliere handen waren geweest.

ALS DEZE STEEN ZIJN WIJ
RUW GESCHEIDEN
DOOR HELSE KRACHTEN BUITEN ONS
BLIJVEN WIJ ALTIJD
EEN DEEL VAN ELKAAR

Een 75-jarig bestaan werd in 1997 gevierd door de Openbare Lagere School De Vuurvogel, de vroegere Openbare Lagere School No. 3 aan de Korte Schijfstraat. Piet de Vries was een van de oud-klasgenoten uit de zesde en zevende klas in het schooljaar 1940-1941. In 1996 begon hij met enkele anderen aan de voorbereidingen van een reünie, zo blijkt uit het Brabants Dagblad van 27 september 1996. Een klassenfoto hielp destijds bij het opsporen van de leerlingen.

Vijf van de klasgenoten overleefden de Tweede Wereldoorlog niet: Isaac Buchen, Lore Cohen, Klaus Deen, Lex van Leeuwen en Roosje Mozes. Tussen 1942 en 1945 kwamen zij om in Auschwitz, Sobibor en Polen, zo blijkt uit het opschrift op de tweede steen.

OUD-LEERLINGEN HERDENKEN HUN KLASGENOTEN
KLAS 6 / 7 OPENBARE LAGERE SCHOOL No. 3
SCHOOLJAAR 1940-1841

De zesde en zevende klas in 1940-1941
OLS No. 3 Korte Schijfstraat
22 mei 1997 dachten de leerlingen terug aan hun klasgenoten. Morgen, 23 mei 2018, komen leerlingen van OBS De Vuurvogel naar Regionaal Archief Tilburg / Stadsmuseum Tilburg in het kader van Herdenken & Vieren van de Tweede Wereldoorlog. De leerlingen van 2018 horen voor het eerst over hun voormalige schoolgenootjes wiens namen nog steeds in gedachten blijven:

Isaac Buchen, Lore Cohen, Klaus Deen, Lex van Leeuwen en Roosje Mozes.

dinsdag 15 mei 2018

Burgemeester Weterings kiest schilderij uit Stadsscollectie Tilburg


De intocht van koning Willem II in 1841 siert burgemeesterskamer

‘Dat schilderij wil ik op mijn kamer,’ zei burgemeester Theo Weterings toen een stadsgids van Tilburg het hem liet zien. Het gaat om de intocht van koning Willem II in 1841 in de Zomerstraat, een schilderij uit de stadscollectie beheerd door Stadsmuseum Tilburg.
Nadat Willem II in 1840 tot koning was gekroond, maakte hij in 1841 feestelijke tochten door de provincies van het rijk. Zo deed hij op 29 april Tilburg aan, waar hij bij de herberg De Vier Winden door het gemeentebestuur werd verwelkomd. Er vormde zich een stoet, bestaande uit een artillerie, een erewacht te paard, de harmonie, de schutterij en de drie gilden. Het schilderij beeldt het moment af dat de koning te paard in de Zomerstraat rijdt. Links en rechts staan er wuivende burgers en kinderen. In het pand rechts, met uithangbord, woonde koperslager Smulders. Na de intocht volgde een feestmaaltijd die werd opgeluisterd door de Harmonie (de voorloper van de N.K. Harmonie) en leerlingen van de lagere school. Nog om tien uur ‘s avonds ging de koning te voet door de feestelijk versierde straten van Tilburg. Het feest duurde tot diep in de nacht, waarna de koning ging slapen in zijn hotel.
J. van Dijk. Intocht koning Willem II (1841)
Het historiestuk is geschilderd door Jan van Dijk, een jonge schilder uit Tilburg die geboren werd in Waalwijk in 1817. Van Dijk doorliep de Koninklijke School in Den Bosch, studeerde in Antwerpen en won in 1847 de Prix de Rome. De stijl van Van Dijk is bepaald door zijn Antwerpse leermeester, Gustaaf Wappers. Naast het genoemde historische werk maakte Van Dijk vooral veel religieuze voorstellingen. Het uit 1841 daterende schilderij werd ruim honderdvijftig jaar later, in 1998, geschonken aan de gemeente Tilburg door nazaten van de Tilburgse koperslager Smulders, wiens uithangbord in de Zomerstraat op het feestelijke schilderij werd verbeeld. In 2018 werd het schilderij gerestaureerd door Kees Ypelaar.
Het schilderij uit 1841 hangt vanaf 15 mei naast een foto uit 2017 van Koning Willem Alexander tijdens zijn bezoek aan Tilburg.

woensdag 2 mei 2018

Een Tilburgse identiteit: 40 jaar La Poubelle

'Op 2 mei 1968 werden we overspoeld met spullen. Het was zo ontzettend veel. Dit brengen van spullen is nooit opgehouden,' zo zei Gerrit Poels nadat hij de dag ervoor een hulpcentrale aan de Poststraat had opgericht. In 2003 schreven Henk van Doremalen en Paul Spapens over een kwart eeuw La Poubelle. Nu, vijftien jaar later, is La Poubelle er nog altijd: al veertig jaar een Tilburgse identiteit.
La Poubelle

De hulpcentrale ging van start op 1 mei 1968. De Broeders van Liefde hadden een huis aan de Poststraat gehuurd, nummer 35. Het kerkelijk ideaal dat in de jaren 1960 tanende was, kreeg zo zijn voortgang, zij het in seculiere vorm. Er was geen geld om spullen te kopen en al snel stonden er talloze Tilburgers op de stoep met tafels, dekens en stoelen.


De Poststraat werd na twee jaar verlaten en de centrale vond onderdak in het grote pand Nieuwlandstraat 38, naast de Belgische bonbonwinkel. 'Poels' werd al snel een begrip in Tilburg, dat iedereen herkende. Wederom werden er spullen geleverd, zelfs zoveel dat er opslagruimtes bij moesten komen. Vanuit deze enorme toeloop en aanwas van gebruikte spullen, is La Poubelle ontstaan.


De Volkskrant, 21 april 1981
In 1975 werd de Stichting La Poubelle bij de notaris ingeschreven. Het doel van de stichting was ideëel te noemen: het verlenen van hulp aan maatschappelijk en / of geestelijk in nood verkerende mensen ongeacht hun ras, afkomst, verleden of levensbeschouwing. De stichting zou hiervoor werkgemeenschappen of 'kommunauteiten' oprichten. Leden ervan moesten zich laten leiden door dienstbaarheid.

Na diverse locaties zoals de Lambert de Wijsstraat en de Stedekestraat vestigde La Poubelle zich in 1996 aan de Havendijk. De geest van Poels en de dienstbaarheid klinken er nog altijd in door. Zo staat er bij de veel gestelde vragen op de website: 'Wanneer kom je voor de goederenbank in aanmerking?' Als antwoord wordt gegeven:
Als je in hoge financiële nood zit. Je financiële situatie moet zo ernstig zijn dat je de goederen niet kunt kopen, ook niet in onze kringloopwinkel waar ze al goedkoop zijn. Als je de goederen misschien wel kunt kopen maar dan geen geld meer hebt voor de huur, energie, eten of andere noodzakelijke uitgaven, dan kom je ook in aanmerking.
Processen van identiteitsvorming zijn gebaseerd op onder andere de continuïteit vanuit het verleden. Daarnaast worden identiteitskaders gevormd door geografische nabijheid en door gedeelde overtuigingen en activiteiten. Pater Poels of La Poubelle is voor vele Tilburgers al veertig jaar een bekend begrip in de stad: Poststraat, Nieuwlandstraat, Stedekestraat, Lambert de Wijsstraat en de Havendijk. Ook het gedachtengoed is na al die jaren nog hetzelfde te noemen: La Poubelle kan met recht een Tilburgse identiteit worden genoemd.

Bron: Henk van Doremalen en Paul Spapens, Bestaan is anders verder gaan. Een kwart eeuw La Poubelle (Tilburg 2003). Het boek is te raadplegen in de bibliotheek van Regionaal Archief Tilburg.

donderdag 26 april 2018

Puk en Muk Museumweekend op foto's en film

Collectie Uitgeverij Zwijsen
Beheer Stadsmuseum Tilburg
Puk en Muk! Ja, zo ken ik ze nog! Een veelgehoorde uitspraak tijdens het nationaal museumweekend waarbij Stadsmuseum Tilburg uit de collectie de boekjes van Puk en Muk tentoonstelde én de clichés onder de drukpers legde.

Op zaterdag werd de activiteit geopend door Ludo Stroobants, directeur van Uitgeverij Zwijsen. Met een druk op de knop zette hij de Vermijs-pers in werking. Vele Puk en Mukafbeeldingen werden tijdens het museumweekend gedrukt en iedere bezoeker kreeg een exemplaar mee naar huis.
Gert-Jan de Graaf (Stadsmuseum Tilburg) 
Ludo Stroobants (Uitgeverij Zwijsen)
Het museumweekend trok veel belangstelling. Er waren maar liefst 350 mensen komen kijken naar de herinneringen uit hun jeugd. Mensen uit Den Bosch, Oirschot en uiteraard Tilburg verteleden over hun herinneringen. Bij de ene was er thuis geen geld om de boekjes te kopen. Puk en Muk moesten geleend worden via de klassenbibliotheek. Omdat de boekjes altijd gekaft waren, hadden velen geen idee van de kleurrijke voorkaften.

Fraters van Tilburg (rechts) kijken naar drukker Frans de Kock
Bijzonder was het verhaal van mw. Theeuwes-Van Hest. Toen haar ouders een huwelijksjubileum vierden, schreef zij een verhaal in de trant van Puk en Muk en Klaas Vaak met bijbehorende afbeeldingen. Het meest bijzonder was de komst van de heer Puk van Dongen, die in 1945 werd geboren als een van een tweeling. Zijn broer werd Muk genoemd en het tweetal werd regelmatig gevraagd om boeken te komen signeren.

Advertentie 1945
Nieuwsblad van het Zuiden
Tijdens het Museumweekend maakte Omroep Tilburg een filmpje. Daarbij zijn er een aantal foto's gemaakt, die geplaatst zijn in het Facebook-fotoalbum van Stadsmuseum Tilburg.