dinsdag 22 mei 2018

1997 - 22 mei - 2018 Een steen ter herinnering

Een van nature gespleten steen.
Ter herinnering aan oud-klasgenoten
22 mei 1997
Op 22 mei 1997 herdacht een aantal oud-leerlingen hun voormalige klasgenoten met twee gedenkstenen. Toeval of niet, op 22 mei 2018 nam Stadsmuseum Tilburg de twee stenen in beheer nadat die een aantal jaren in particuliere handen waren geweest.

ALS DEZE STEEN ZIJN WIJ
RUW GESCHEIDEN
DOOR HELSE KRACHTEN BUITEN ONS
BLIJVEN WIJ ALTIJD
EEN DEEL VAN ELKAAR

Een 75-jarig bestaan werd in 1997 gevierd door de Openbare Lagere School De Vuurvogel, de vroegere Openbare Lagere School No. 3 aan de Korte Schijfstraat. Piet de Vries was een van de oud-klasgenoten uit de zesde en zevende klas in het schooljaar 1940-1941. In 1996 begon hij met enkele anderen aan de voorbereidingen van een reünie, zo blijkt uit het Brabants Dagblad van 27 september 1996. Een klassenfoto hielp destijds bij het opsporen van de leerlingen.

Vijf van de klasgenoten overleefden de Tweede Wereldoorlog niet: Isaac Buchen, Lore Cohen, Klaus Deen, Lex van Leeuwen en Roosje Mozes. Tussen 1942 en 1945 kwamen zij om in Auschwitz, Sobibor en Polen, zo blijkt uit het opschrift op de tweede steen.

OUD-LEERLINGEN HERDENKEN HUN KLASGENOTEN
KLAS 6 / 7 OPENBARE LAGERE SCHOOL No. 3
SCHOOLJAAR 1940-1841

De zesde en zevende klas in 1940-1941
OLS No. 3 Korte Schijfstraat
22 mei 1997 dachten de leerlingen terug aan hun klasgenoten. Morgen, 23 mei 2018, komen leerlingen van OBS De Vuurvogel naar Regionaal Archief Tilburg / Stadsmuseum Tilburg in het kader van Herdenken & Vieren van de Tweede Wereldoorlog. De leerlingen van 2018 horen voor het eerst over hun voormalige schoolgenootjes wiens namen nog steeds in gedachten blijven:

Isaac Buchen, Lore Cohen, Klaus Deen, Lex van Leeuwen en Roosje Mozes.

dinsdag 15 mei 2018

Burgemeester Weterings kiest schilderij uit Stadsscollectie Tilburg


De intocht van koning Willem II in 1841 siert burgemeesterskamer

‘Dat schilderij wil ik op mijn kamer,’ zei burgemeester Theo Weterings toen een stadsgids van Tilburg het hem liet zien. Het gaat om de intocht van koning Willem II in 1841 in de Zomerstraat, een schilderij uit de stadscollectie beheerd door Stadsmuseum Tilburg.
Nadat Willem II in 1840 tot koning was gekroond, maakte hij in 1841 feestelijke tochten door de provincies van het rijk. Zo deed hij op 29 april Tilburg aan, waar hij bij de herberg De Vier Winden door het gemeentebestuur werd verwelkomd. Er vormde zich een stoet, bestaande uit een artillerie, een erewacht te paard, de harmonie, de schutterij en de drie gilden. Het schilderij beeldt het moment af dat de koning te paard in de Zomerstraat rijdt. Links en rechts staan er wuivende burgers en kinderen. In het pand rechts, met uithangbord, woonde koperslager Smulders. Na de intocht volgde een feestmaaltijd die werd opgeluisterd door de Harmonie (de voorloper van de N.K. Harmonie) en leerlingen van de lagere school. Nog om tien uur ‘s avonds ging de koning te voet door de feestelijk versierde straten van Tilburg. Het feest duurde tot diep in de nacht, waarna de koning ging slapen in zijn hotel.
J. van Dijk. Intocht koning Willem II (1841)
Het historiestuk is geschilderd door Jan van Dijk, een jonge schilder uit Tilburg die geboren werd in Waalwijk in 1817. Van Dijk doorliep de Koninklijke School in Den Bosch, studeerde in Antwerpen en won in 1847 de Prix de Rome. De stijl van Van Dijk is bepaald door zijn Antwerpse leermeester, Gustaaf Wappers. Naast het genoemde historische werk maakte Van Dijk vooral veel religieuze voorstellingen. Het uit 1841 daterende schilderij werd ruim honderdvijftig jaar later, in 1998, geschonken aan de gemeente Tilburg door nazaten van de Tilburgse koperslager Smulders, wiens uithangbord in de Zomerstraat op het feestelijke schilderij werd verbeeld. In 2018 werd het schilderij gerestaureerd door Kees Ypelaar.
Het schilderij uit 1841 hangt vanaf 15 mei naast een foto uit 2017 van Koning Willem Alexander tijdens zijn bezoek aan Tilburg.

woensdag 2 mei 2018

Een Tilburgse identiteit: 40 jaar La Poubelle

'Op 2 mei 1968 werden we overspoeld met spullen. Het was zo ontzettend veel. Dit brengen van spullen is nooit opgehouden,' zo zei Gerrit Poels nadat hij de dag ervoor een hulpcentrale aan de Poststraat had opgericht. In 2003 schreven Henk van Doremalen en Paul Spapens over een kwart eeuw La Poubelle. Nu, vijftien jaar later, is La Poubelle er nog altijd: al veertig jaar een Tilburgse identiteit.
La Poubelle

De hulpcentrale ging van start op 1 mei 1968. De Broeders van Liefde hadden een huis aan de Poststraat gehuurd, nummer 35. Het kerkelijk ideaal dat in de jaren 1960 tanende was, kreeg zo zijn voortgang, zij het in seculiere vorm. Er was geen geld om spullen te kopen en al snel stonden er talloze Tilburgers op de stoep met tafels, dekens en stoelen.


De Poststraat werd na twee jaar verlaten en de centrale vond onderdak in het grote pand Nieuwlandstraat 38, naast de Belgische bonbonwinkel. 'Poels' werd al snel een begrip in Tilburg, dat iedereen herkende. Wederom werden er spullen geleverd, zelfs zoveel dat er opslagruimtes bij moesten komen. Vanuit deze enorme toeloop en aanwas van gebruikte spullen, is La Poubelle ontstaan.


De Volkskrant, 21 april 1981
In 1975 werd de Stichting La Poubelle bij de notaris ingeschreven. Het doel van de stichting was ideëel te noemen: het verlenen van hulp aan maatschappelijk en / of geestelijk in nood verkerende mensen ongeacht hun ras, afkomst, verleden of levensbeschouwing. De stichting zou hiervoor werkgemeenschappen of 'kommunauteiten' oprichten. Leden ervan moesten zich laten leiden door dienstbaarheid.

Na diverse locaties zoals de Lambert de Wijsstraat en de Stedekestraat vestigde La Poubelle zich in 1996 aan de Havendijk. De geest van Poels en de dienstbaarheid klinken er nog altijd in door. Zo staat er bij de veel gestelde vragen op de website: 'Wanneer kom je voor de goederenbank in aanmerking?' Als antwoord wordt gegeven:
Als je in hoge financiële nood zit. Je financiële situatie moet zo ernstig zijn dat je de goederen niet kunt kopen, ook niet in onze kringloopwinkel waar ze al goedkoop zijn. Als je de goederen misschien wel kunt kopen maar dan geen geld meer hebt voor de huur, energie, eten of andere noodzakelijke uitgaven, dan kom je ook in aanmerking.
Processen van identiteitsvorming zijn gebaseerd op onder andere de continuïteit vanuit het verleden. Daarnaast worden identiteitskaders gevormd door geografische nabijheid en door gedeelde overtuigingen en activiteiten. Pater Poels of La Poubelle is voor vele Tilburgers al veertig jaar een bekend begrip in de stad: Poststraat, Nieuwlandstraat, Stedekestraat, Lambert de Wijsstraat en de Havendijk. Ook het gedachtengoed is na al die jaren nog hetzelfde te noemen: La Poubelle kan met recht een Tilburgse identiteit worden genoemd.

Bron: Henk van Doremalen en Paul Spapens, Bestaan is anders verder gaan. Een kwart eeuw La Poubelle (Tilburg 2003). Het boek is te raadplegen in de bibliotheek van Regionaal Archief Tilburg.

donderdag 26 april 2018

Puk en Muk Museumweekend op foto's en film

Collectie Uitgeverij Zwijsen
Beheer Stadsmuseum Tilburg
Puk en Muk! Ja, zo ken ik ze nog! Een veelgehoorde uitspraak tijdens het nationaal museumweekend waarbij Stadsmuseum Tilburg uit de collectie de boekjes van Puk en Muk tentoonstelde én de clichés onder de drukpers legde.

Op zaterdag werd de activiteit geopend door Ludo Stroobants, directeur van Uitgeverij Zwijsen. Met een druk op de knop zette hij de Vermijs-pers in werking. Vele Puk en Mukafbeeldingen werden tijdens het museumweekend gedrukt en iedere bezoeker kreeg een exemplaar mee naar huis.
Gert-Jan de Graaf (Stadsmuseum Tilburg) 
Ludo Stroobants (Uitgeverij Zwijsen)
Het museumweekend trok veel belangstelling. Er waren maar liefst 350 mensen komen kijken naar de herinneringen uit hun jeugd. Mensen uit Den Bosch, Oirschot en uiteraard Tilburg verteleden over hun herinneringen. Bij de ene was er thuis geen geld om de boekjes te kopen. Puk en Muk moesten geleend worden via de klassenbibliotheek. Omdat de boekjes altijd gekaft waren, hadden velen geen idee van de kleurrijke voorkaften.

Fraters van Tilburg (rechts) kijken naar drukker Frans de Kock
Bijzonder was het verhaal van mw. Theeuwes-Van Hest. Toen haar ouders een huwelijksjubileum vierden, schreef zij een verhaal in de trant van Puk en Muk en Klaas Vaak met bijbehorende afbeeldingen. Het meest bijzonder was de komst van de heer Puk van Dongen, die in 1945 werd geboren als een van een tweeling. Zijn broer werd Muk genoemd en het tweetal werd regelmatig gevraagd om boeken te komen signeren.

Advertentie 1945
Nieuwsblad van het Zuiden
Tijdens het Museumweekend maakte Omroep Tilburg een filmpje. Daarbij zijn er een aantal foto's gemaakt, die geplaatst zijn in het Facebook-fotoalbum van Stadsmuseum Tilburg.

vrijdag 6 april 2018

Puk en Muk in herdruk tijdens Nationaal Museumweekend

 Ken je ze nog, de boekjes van Puk en Muk? Haal herinneringen op tijdens het Nationaal Museumweekend op 14 en 15 april. Stadsmuseum Tilburg toont de befaamde boekjes van Puk en Muk uit de collectie van Uitgeverij Zwijsen en de afbeeldingen worden herdrukt waar je bijstaat.

Puk en Muk waren de hoofdpersonen in een serie kinderboeken van de Drukkerij van het Roomsch Katholiek Jongensweeshuis, de voorloper van Uitgeverij Zwijsen. De avontuurlijke jongetjes, die samen met vele anderen bij Klaas Vaak woonden, maakten reizen naar Amerika, China en Afrika. Zij ontmoetten er een drakendoder, vlogen om de wereld, fietsten op een tandem en gingen zelfs naar de maan.
Puk en Muk behoorde tot een van de meest populaire reeksen van kinderboeken. In totaal zijn er meer dan een kwart miljoen boeken van gedrukt. De schrijver van Puk en Muk was frater Franciscius Xaverius van Ostaden, ofwel Frans Fransen. De illustraties waren van de Oostenrijkse illustrator Carl Storck. Samen maakten zij twaalf boeken tot aan de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog verschenen er diverse Puk en Mukboeken gemaakt door anderen. Die van Frans Fransen en de Carl Storck bleven echter het meest populair.

Tijdens het Museumweekend worden de boekjes geëxposeerd en de afbeeldingen van Puk en Muk opnieuw gedrukt in de ateliers van NS16. Daar staat de Vermijspers, een Grafix proefpers uit de jaren vijftig, die door grafici / kunstenaars nog altijd intensief wordt gebruikt. Tijdens het Museumweekend demonstreren de BHK-drukkers de pers door afdrukken te maken van de originele cliche’s. Dat zijn de drukvormen van Puk en Muk van vóór de oorlog, afkomstig uit de drukkerij van Zwijsen.

Kom kijken naar Puk en Muk op zaterdag en zondag 14 en 15 april van 11.00 tot 17.00 uur. Locatie: Ateliercomplex NS16, ingang via de Goudenregenstraat. De toegang is gratis.

De boekjes van Puk en Muk en de clichés zijn onderdeel van de historische collectie van Uitgeverij Zwijsen, beheerd door Stadsmuseum Tilburg.

vrijdag 30 maart 2018

Beleef WOII in Tilburg via Instagram

Tilburgse jongeren betrokken bij project ‘Herdenken en Vieren’ met Instagramkanaal

Stadsmuseum Tilburg start op 3 april een Instagram-project waarmee men een maand lang de belevenissen van een jong Tilburgs meisje in de Tweede Wereldoorlog kan volgen. Zij was 15 toen Tilburg in oktober 1944 bevrijd werd.

Het Instagram-account is gebaseerd op de belevenissen van de bestaande (en nog levende) Marie-Jes van Ierlant, die tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Heuvelstraat in Tilburg woonde. Haar persoonlijke ervaringen, herinneringen en verhalen worden aangevuld met historische feiten en archiefmateriaal, en verrijkt met de social media-mogelijkheden van nu. Het account is te volgen via @mariejestilburg en onder de #wijherdenkenenvieren.

Geschiedenis en actualiteit
“We willen een jonge doelgroep bereiken, het gesprek aanwakkeren en geschiedenis en actualiteit met elkaar verbinden,” vertelt projectleider Berny van de Donk. Door te werken met het populaire Social Media-kanaal Instagram hoopt het Stadsmuseum bovendien dat de doelgroep 10- tot 12-jarigen de Tilburgse historie op een laagdrempelige manier leert kennen. “Dit doen we door echte verhalen te vertellen door de ogen van een leeftijdsgenootje in dezelfde stad. Door oud en nieuw naast elkaar te laten zien. Door niet alleen feiten te noemen, maar ook te benoemen wat een 11- tot 15-jarige toen voor spelletjes speelde. En door archiefbeelden te mengen met stickers, hashtags en gifs. Kinderen kunnen hun vragen onder een post stellen aan een medewerker van het Stadsmuseum.”

Gesprek aangaan
Daarnaast is het natuurlijk mooi als niet alleen basisschoolleerlingen, maar iedereen die iets wil weten over Tilburg ten tijden van de Tweede Wereldoorlog het account volgt. “We hopen dat ouders en kinderen, en kinderen onderling, door het account het gesprek met elkaar aangaan”, aldus Van de Donk.

Lesprogramma
Het Instagram-account past prima bij een nieuw lesprogramma voor groep 7 en 8 van Tilburgse basisscholen. Er hoort ook een stickerboek bij voor de leerlingen, met plaatselijke oorlogs- en verzetsverhalen uit die tijd plus veel verwerkingsopdrachten. Stadsmuseum Tilburg heeft dit lesprogramma ontwikkeld op verzoek van gemeente Tilburg, het Plaatselijk Comité Nationale Herdenking 4 mei Tilburg en het Oranje Comité Tilburg. Dit jaar proberen zeven basisscholen het nieuwe lesprogramma uit. Volgende jaren kunnen meer scholen in Tilburg meedoen.

Achtergronden
Voor het idee, de invulling en uitwerking van het Instagram-project werd LiveWall Group uit Tilburg benaderd: “Analoog en digitaal hoeven elkaar allesbehalve tegen te werken,” vertelt Sanne Stenvert, hoofd Communicatie bij LiveWall. “Je slaat een brug tussen het lesprogramma en de leerlingen met een doelgerichte strategie; een visueel dagboek, dat te allen tijde te bekijken is.”

Het stickerboek is gemaakt door Ontwerphaven en Buro Vonkstof. Ook bevat het tekeningen van Jeroen de Leijer.

woensdag 28 maart 2018

Collectie Zwijsen: 'Voor de misdienaars. Handleiding voor de Goede Week'

Collectie Stadsmuseum Tilburg / Uitgeverij Zwijsen
Zo op Goede Vrijdag vind je zomaar ineens tussen de talloze boekjes van Uitgeverij Zwijsen een Handleiding voor de plechtigheden der Goede Week. 'Voor onze misdienaars,' zo staat er geschreven. De uitgave is van de Drukkerij van het R.K. Jongensweeshuis, daterend van 1920. Het kleine boekje bevat drie onderdelen: Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Paasch-Zaterdag. Een instructieboekje met 31 pagina's, geen plaatjes en vooral veel tekst. 'Op eenvoudige, duidelijke wijze zijn de handelingen voor Misdienaars uiteengezet,' zo lezen we in het voorwoord van de samensteller.

'Voortdurend gescheld'
Er was een onderscheid tussen plechtigheden met drie heren en die met één heer. Tijdens Witte Donderdag met drie heren moest er onder 't Gloria in Exelcis Deo' voortdurend worden gescheld. Onder het Evangelie moest misdienaar I naar de sacristie lopen, de koorkap nemen en naar het priesterkoor lopen. Misdienaar II nam het kazuifel van de priester en hing het op aan de lessenaar of bracht het naar de sacristie. Tijdens de bewieroking haalde nummer III het schoudervelum en hing het de priester om. Ook bij de Goede Vrijdag was er een taakverdeling tussen de die misdienaren. Voor de Paaszaterdag was er een schema waar ieders plaats was achter het altaar: nummer III links van de priester, daarnaast de diaken en misdienaars I en II uiterst rechts.

Constant drie misdienaars
Al was er maar één heer, de drie misdienaars waren een constante factor tijdens de Goede Week. Wederom bij Witte Donderdag was er een instructie voor wie het wierookvat haalde, wie het processiekruis moest ophalen en wie het schoudervelum van de priester wegbracht. Bij Goede Vrijdag legde nummer I het boek open op het altaar en spreidden II en III het tapijt, dat bestemd was voor de kruisverering, uit op de onderste trede in het midden van het altaar.

Paasch-Zaterdag
Voor het verlaten van de sacristie was er een volgorde van de misdienaars: nummer I voorop met ledig wierookvat en scheepje; nummer II was de Kruisdrager en nummer III hanteerde wijwater en kwast. De protocollen blijven zich gedurende de zaterdagse Paasdienst zich herhalen. Niet zoals in een gewone H. Mis, maar enigszins afwijkend, moest nummer I ratelen als de priester de trappen afdaalde, nummer II moest schellen onder het 'Gloria' en nummer III moest zorgen voor veel wierook.

Aanhangsel
In het achterste deel van het kleine instructieboek volgde nog een aanhangsel, ofwel in korte punten de volgorde van de misonderdelen voor de Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Paasch-Zaterdag. Of het boekje bestemd was voor de grote of de kleine misdienaars, is nergens duidelijk. Konden de jonge jongens dit anno 1920 begrijpen en onthouden? Zouden de jongens en mannen van 1920 deze protocollen uit het hoofd moeten leren? Of waren zij vertrouwd met de rituelen van in dit geval de Goede Week? Tegenwoordig zou het te tekstueel zijn, te weinig visueel en bovenal allesbehalve aantrekkelijk.

'Op het einde zegt de priester:
Ite missa est. Alleluja, Alleluja!

De drie misdienaars antwoorden gezamenlijk:
Deo gratias. Alleluja, Alleluja!'



Voor meer onderzoek:

Collectie Stadsmuseum Tilburg, Uitgeverij Zwijsen, ZE 746, Handleiding voor de plechtigheden der Goede Week (Tilburg 1920).